Over orde – Peter Kropotkin

Ons wordt dikwijls verweten dat we dit woord anarchie als etiket accepteren, een etiket dat veel mensen zoveel angst inboezemt. “Jullie ideeën zijn uitstekend”, zo wordt ons gezegd, “maar je zult moeten toegeven dat de naam van jullie partij (1) ongelukkig is gekozen. Anarchie is in het gangbare taalgebruik synoniem aan wanorde en chaos; het woord brengt het idee van botsende belangen, van strijdende individuen, tot uiting, iets dat niet kan leiden tot het vestigen van harmonie.”

Laten we beginnen met erop te wijzen dat een partij die toegewijd is aan actie, een partij die een nieuwe richting vertegenwoordigt, zelden de kans heeft om een naam voor zichzelf uit te zoeken. De Geuzen (Bedelaars) van Brabant hebben hun eigen naam, die later populair werd, niet gemaakt. Maar, begonnen als bijnaam, en een goedgekozen bijnaam, werd het opgepikt door de partij, algemeen geaccepteerd, en het werd snel hun trotse titel. Het is te zien dat het woord vatte ook een heel idee samenvatte.

En de Sans-Culottes van 1793? Het waren de vijanden van de revolutie die deze naam vervaardigden; maar ook dit vatte een heel idee samen – het idee van de rebellie van het volk gekleed in woede, de armoede moe, tegen alle royalisten gekant, tegen de zogeheten patriotten en Jacobijnen, de goed gekleden en de slimmeriken, degenen die, ondanks hun gezwollen toespraken en de eer die hen door burgerlijke geschiedschrijvers wordt bewezen, de werkelijke vijanden van het volk waren, een volk dat ze verachtten wegens haar armoede en haar libertaire en egalitaire geest, en wegens haar revolutionaire enthousiasme.

Net zo was het gesteld met de naam van de Nihilisten, een naam die journalisten zo voor raadsels stelde, en die tot zoveel goede en slechte woordenspelletjes leidde, totdat het begrepen werd, niet als de naam van en bijzondere – bijna religieuze – sekte maar naar een echte revolutionaire kracht. Door Toergeniev in diens “Vaders en Zonen” gemunt, werd de naam door de “vaders” aangenomen die de bijnaam gebruikten om wraak te nemen op de “zonen”. Maar de zonen aanvaardden het en toen ze zich later realiseerden dan het aanleiding gaf tot misverstand, en er van af probeerden te komen, was het te laat. De pers en het publiek vertikten het de Russische revolutionairen met een andere naam dan deze te beschrijven. Hoe dan ook, de naam was niet slecht gekozen, want het vatte alweer een idee samen; het drukte de ontkenning uit van het geheel van activiteiten van de huidige beschaving, gebaseerd op de onderdrukking van één klasse door een andere – de ontkenning van het huidige economische systeem. De ontkenning van regering en macht, van de burgerlijke moraal, van kunst ter wille van de uitbuiters, van modes en goede manieren die grotesk of weerzinwekkend hypocriet zijn, van alles dat de huidige maatschappij geërfd heeft van eerdere eeuwen: in een woord, de ontkenning van alles dat door de burgerlijke beschaving met eerbied wordt bejegend.

Met de anarchisten was het hetzelfde. Toen binnen de Internationale een partij verscheen die de autoriteit van de Associatie ontkende en eveneens tegen autoriteit in al haar vormen rebelleerde, noemde deze partij zich aanvankelijk federalistisch, daarna anti-staats, of anti-autoritair. In die periode vermeden ze in feite de naam anarchistisch. Het woord an-archie (zo werd het destijds geschreven) leek de partij teveel te vereenzelvigen met de Proudhonisten, tegen wiens ideeën over economische hervorming de Internationale op dat moment gekant was. Maar precies daarom – om verwarring te zaaien – besloten haar vijanden om gebruik van die naam te maken; per slot van rekening maakte dat het mogelijk om te zeggen dat louter de naam van de anarchist bewees dat het hun enige ambitie was om wanorde en chaos te scheppen zonder zich druk te maken over het resultaat.

De anarchistische partij aanvaardde snel de naam die haar was gegeven. Eerst drong ze aan op het streepje tussen an en archie en legde uit dat het in deze vorm – het woord an-archie komt uit het Grieks – “geen autoriteit” betekent, en niet “wanorde”; maar ze aanvaardde al snel het woord zoals het was en hield er mee op om extra werk te steken om lezers te testen en Griekse lessen aan het publiek te geven.

Dus keerde het woord terug in zijn elementaire, normale, gangbare betekenis, zoals in 1816 in de volgende termen tot uitdrukking gebracht door de Engelse filosoof Bentham: “De filosoof die een slechte wet wil hervormen”, zei hij, “preekt daartegen geen geen opstand… Het karakter van een anarchist is heel anders. Hij ontkent het bestaan van een wet, hij verwerpt haar geldigheid, hij stookt mensen op om te weigeren haar als wet te erkennen en om tegen de uitvoering ervan in opstand te komen.” De betekenis van het woord is vandaag de dag breder geworden; de anarchist ontkent niet enkel bestaande wetten, maar alle gevestigde macht, iedere autoriteit; de essentie ervan is echter hetzelfde gebleven: het anarchisme rebelleert – en dat is haar uitgangspunt – tegen macht en autoriteit in elke vorm.

Maar, zo wordt ons verteld, dit woord brengt de ontkenning van orde in gedachten, en vandaaruit het idee van wanorde, van chaos.

Laten we ons er echter van vergewissen dat we elkaar begrijpen – over wat voor orde hebben we het? Is het de harmonie waar wij anarchisten van dromen, de harmonie in menselijke verhoudingen die in vrijheid gevestigd zal worden als de mensheid niet langer verdeeld is in twee klassen waarvan de één is opgeofferd ten gunste van de andere, de harmonie die spontaan zal verschijnen uit de eenheid van belangen als alle mensen tot één en dezelfde familie behoren, wanneer iedereen voor het het welzijn van allen werkt en allen voor het welzijn van een ieder? Overduidelijk niet! Degenen die de anarchie ervan beschuldigen de ontkenning van de orde te zijn, sreken niet over de harmonie van de toekomst; ze spreken over de orde zoals die gedacht is in de huidige maatschappij. Laat ons dus kijken wat die orde is waarvan de anarchie de vernietiging wenst.

Orde vandaag – wat zij met orde bedoelen – is negen tiende van de mensheid die werkt om luxe, plezier, en de bevrediging van de meest walgelijke passies te verschaffen aan een handvol nietsnutten. te voorzien.

Orde, dat is negen tiende die beroofd is van alles wat een noodzakelijke voorwaarde is voor een fatsoenlijk leven, voor de redelijke ontwikkeling van intellectuele vermogens. Om negen tiende van de mensheid te reduceren tot de staat van lastdier, levend van dag tot dag, zonder zelfs maar te durven denken aan de genoegens die aan de mens door wetenschappelijke studie en artistieke schepping worden verschaft – dat is orde!

Orde, dat is armoede en honger die de normale staat an de maatschappij zijn geworden. Het is de Ierse boer die doorgaat van de honger; het zijn de boeren van Rusland die sterven vanwege difterie en tyfus, en van de honger die volgt op schaarste – in een tijd dat opgeslagen graan naar het buitenland wordt gestuurd. Het is het volk van Italië gereduceerd tot het verlaten van hun vruchtbare platteland en zwerven door Europa op zoek naar tunnels om te graven, waar ze het risico lopen om te worden begraven na slechts een paar maanden of zo te bestaan. Het is het land afgepakt van de boer om dieren te fokken om te rijken te voeden; het is het land dat braak ligt, eerder dan dat het wordt teruggegeven aan degenen die niets meer vragen dan het in cultuur te mogen brengen.

Orde, dat is de vrouw die zich moet verkopen om haar kinderen te voeden, het is het kind dat opgesloten is in een fabriek of anders kan sterven van de honger, het is de arbeider die gereduceerd is tot de staat van een de machine. Het is het spook van de arbeider die opstaat tegen de rijken, het spook van het volk dat opstaat tegen de regeringen.

Orde, dat is een onmetelijk kleine minderheid verheven tot machtsposities, die zich om die reden oplegt aan de meerderheid en die kinderen opvoedt om later dezelfde posities te bezetten om zo dezelfde privileges in stand te houden door bedrog, corruptie, geweld en slachting.

Orde, dat is de voortdurende oorlogvoering van mens tegen mens, vak tegen vak, klasse tegen klasse, land tegen land. Het is het kanon wiens gebulder in Europa nooit ophoudt te weerklinken, het is het platteland in puin gelegd, het opofferen van hele generaties op het slagveld, de verwoesting in een enkel jaar van de rijdom die is opgebouwd door generaties van hard werk.

Orde, dat is slavernij, gedachten geketend, de degradatie van het menselijk ras in standgehouden door zwaard en gesel. Het is de plotselinge dood door een explosie of de langzame dood door verstikking van honderden mijnwerkers die elk jaar door de hebzucht van de bazen worden opgeblazen of begraven – en die worden neergeschoten of met bajonetten bewerkt zodra ze durven klagen.

Tenslotte, orde, dat is de Parijse Commune, in bloed verdronken. Het is de dood van dertigduizend mannen, vrouwen en kinderen, in stukken gehakt door granaten, neergeschoten, in ongebluste kalk begraven onder de straten van Parijs. Het is het gezicht van de jeugd in Rusland, opgesloten in de gevangenissen, begraven in de sneeuw van Siberië, en – in het geval van de besten, de puursten en de meest toegewijden – gewurgd in de lus van de beul. Dat is orde! En wanorde – wat zij wanorde noemen?

Het is de opstand van het volk tegen deze beschamende orde, die hun banden doet scheuren, hun boeien verbrijzelt, en beweegt naar een betere toekomst. Het zijn de meest glorieuze daden van de mensheid.

Het is de rebellie van het denken aan de vooravond van de revolutie; het is het overhoop halen van hypotheses die gesanctioneerd werden door onveranderlijke eeuwen; het is het doorbreken van een vloed van nieuwe ideeën, van gedurfde uitvindingen, het is de oplossing van wetenschappelijke problemen. Wanorde, dat is de afschafing van de aloude slavernij, het is de opkom st an de communes, de afschaffing an feiodale lijfeigenschap, de pogingen tot afschaffing van economische horigheid.

Wanorde, dat zijn de boerenopstanden tegen priesters en landeigenaren, het verbanden van kastelen om plaats te maken voor hutten, om de krotten hun plek onder de zon in te nemen. Het is Frankrijk dat de monarchie afschaft en eren dodelijke klap uitdeelt aan de lijfeigenschap in heet West-Europa.

Wanorde, dat is 1848 dat koningen doet sidderen, en dat het recht op werk proclameert. Het is het volk van Parijs dat vecht voor een nieuw idee en, als ze sterven in de slachtingen, de mensnheid het idee nalaat an de vrije commune, en de weg openen naar de nieuwe revolutie waarvan we de nadering voelen en die de Sociale Revolutie zal zijn.

Wanorde – wat zij wanorde noemen – dat zijn periodes waarin hele generaties een onophoudelijke strijd gaande houden en zichzelf opofferen om de mensheid een betere toekomst te bereiden, door van de slavernij van het verleden af te komen. Het zijn periodes waarin het genius van het volk in een vrije vlucht neemt en in een paar jaar gigantische vooruitgang boekt, zonder welk de mens in een staat van een antieke slaaf blijft, een kruipend ding, gedegradeerd door armoede.

Wanorde, dat is een uitbraak van de mooiste passies en de grootste offers, het is het epos van de hoogste liefde voor de mensheid!

Het woord anarchie, dat de ontkenning van deze orde impliceert, en dat de herinnering aan de mooiste momenten in de levens van volkeren oproept – is dat niet goed gekozen voor een partij die beweegt in de richting van de verovering van een betere toekomst?

Noot:

(1) Kropotkin hanteert hier het woord ‘partij’ in een zin zoals we dat tegenwoordig veelal niet meer doen: anarchisten willen immers geen politieke machtsvorming om een staat te leiden, zoals partijen in de kern wel ambiëren. Van een anarchistische ‘partij’ spreken wringt daarom in hedendaags-anarchistische oren veelal. ‘Partij’ kunnen we hier dan ook het beste verstaan als ‘politieke stroming’, ‘politieke richting’, en zeker niet als politieke partij in de moderne betekenis. Ter wille van de authenticiteit heb ik Kropotkins spraakgebruik echter gewoon aangehouden en het woord ‘partij’ gebruikt waar de Engelse tekst ‘party’ aangeeft.

Vertaald uit het Engels, licht bewerkt en van voetnoot voorzien door Peter Storm. Bij de vertaling heb ik me een enkele stilistische vrijheid veroorloofd. Van “Order is” en “Disorder is” heb ik gemaakt “Orde, dat is…”, “Wanorde, dat is…”. Dat toegevoegde ‘dat’ maakt het retorisch iets krachtiger, geeft een nadruk in een tekst die anders wat vlak blijft en waardoor de strekking naar mijn idee beter overkomt.

Bron: “On Order”, http://theanarchistlibrary.org/library/petr-kropotkin-on-order

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.