Archive for Anarchisme

1 Mei. Dag van de Arbeid? Dág tegen de arbeid!

maandag 30 april 2018

Afgelopen weken heb ik in Den Haag, Nijmegen en Amsterdam een lezing gehouden over het ontstaan, de ontwikkeling en het belang van 1 Mei. Dat heb ik inmiddels uitgewerkt tot artikel. Het is geen woordelijke weergave, ik spreek graag grotendeels uit het hoofd en enigszins improviserend. Maar onderstaande zaken zijn in de lezingen ter sprake gekomen.

Tien jaar geleden waren er rond de Eerste Mei een viertal zekerheden. Helemaal zeker was je er niet van, maar het scheelde niet heel veel. Drie van die zekerheden zijn er nog steeds. De vierde wankelt tegenwoordig, en dat is een goede ontwikkeling.

De eerste zekerheid was in Berlijn te vinden. Daar gingen jaarlijks krakers, autonomen, anarchisten, de straat o om ter demonstreren in de nacht van 30 april op 1 mei. Het ene jaar was de demonstratie groter dan het andere jaar, en de confrontatie heftiger. Dat er stevige botsingen plaatsvonden tussen 1 mei-betogers en de oproerpolitie was jaarlijks echter vaste prik. Die zekerheid is er nog steeds, en dat is prima. Ik wens de betogers in Berlijn komende dagen veel succes, veel barricades en veel doorbraken door politielinies toe. Just go for it.

De tweede zekerheid is minder interessant. Ieder jaar, in 2018 net zo goed als in 2008, gaan in Havana honderdduizenden mensen in optocht door de stad ter gelegenheid van de Eerste mei. Het is een vertoon van nationale onafhankelijkheid, een lange neus tegen het Amerikaanse imperialisme. Het ziet er uit als revolutionaire manifestatie maar het is feitelijk een als zodanig vermomd nationalistisch spektakel. En hoezeer ik het Amerikaanse imperialisme ook elke afgang gun, een nationalistisch spektakel is niet wat de Eerste Mei in essentie volgens mij is of hoort te zijn.

De derde zekerheid betreft Istanbul in Turkije. Daar probeerden en proberen arbeiders ieder jaar o 1 mei het Taksim-plein te bereiken. In 1977 schoten mysterieuze, hoogstwaarschijnlijk extreem-rechtse figuren, op een 1 mei-samenkomst. Dat proberen arbeiders op dezelfde plek jaarlijks te herdenken. Veiligheidstro9epen beletten dat met grof geweld, steeds weer. Soms krijgt een vakbondsdelegatie kans om een krans te leggen. Arbeiders die het zelfstandig probeerden, stuitten op staatsgeweld. Dat staatsgeweld is helaas nog steeds een zekerheid. Het voortduren van pogingen om dat te trotseren en eindelijk op Taksim 1 mei te kunnen vieren gelukkig ook.

De vierde zekerheid? Nederland in 1 mei-coma. Niets te beleven qua actie op die dag. Ik geloof dat ik in dat jaar eindelijk iets vond via internet, ergens in Overijssel, iets van de NCPN of zo. Ik keek eens wat beter, iets is beter dan niets. Het bleek echter een activiteit uit 2006 te zijn die nog online stond aangekondigd. Ik ben op uitnodiging in 2008 in Breda radicale liedjes gaan zingen bij een SP-kraam, in de stromende regen. Veel meer was er niet te beleven. En precies dat is aan het veranderen: in Nederland staan in drie plaatsen relatief radicale 1 Mei-demonstraties gepland. Ook de FNV gaat de straat op, in en demonstratie waar radicalen o in zichtbaar groepsverband aan gaan deelnemen. Een flink verschil met 2008. Er heeft duidelijk een verandering ten goede plaatsgevonden.

Waarom is het zo goed om die eerste mei te vieren? Waar gaat die dag eigenlijk over? Laten we eerst eens kijken wat de FNV er over te melden heeft. Die vakbondsfederatie houdt weliswaar een demonstratie, rond thema s als werkgelegenheid en inkomen. Maar weet ze ook uit te leggen waarom dat juist op die datum ertoe doet? Ik vond uiteindelijk het volgende, een tekstje uit 2013:

“Begonnen als herdenking van de moord op stakers in Chicago in 1888, werd 1 mei – als dag van de arbeid – een jaar later uitgeroepen tot actiedag voor de invoering van de achturendag en internationale solidariteit.” (1)

Dat roept natuurlijk een vraag op: hoezo, ‘moord op stakers’? Door wie dan? En waarom? En wat had dat dan met de achturendag te maken? Dat die stakers daar al voor streden, en dat ze niet vermoord werden door Jack de Ripper, Dzjengis Khan of de betovergrootvader van Willem Holleeder, maar door de Amerikaanse staat – je krijgt het van de FNV niet te horen. Hoog tijd om eens te kijken hoe het eigenlijk in elkaar stak. Daartoe neem ik de lezer graag mee naar de Verenigde Staten in de jaren tachtig van de negentiende eeuw (2).

De Verenigde Staten was rond 1880 een snelgroeiende industriële mogendheid. In hoog tempo werden fabrieken gesticht, steden gebouwd op plaatsen waar een halve eeuw nog slechts kleine nederzettingen waren, gevestigd in streken waar niet veel eerder de oorspronkelijke bewoners van het land nog niet waren verdreven of uitgemoord. Die fabrieken – textiel- en metaalbedrijven en meer – waren helse oorden. Geen veiligheidsmaatregelen, dus het werk was levensgevaarlijk. Geen hygiënische maatregelen, dus het werk werd in smerige omstandigheden gedaan. Geen arbeidsrechten, dus lonen waren laag. Brute despotische macht van directie en chefs. Onder deze omstandigheden werkten arbeiders – mannen, vrouwen, kinderen. En dat deden ze tien, twaalf veertien, soms zeventien uur op een dag. Protest kon onmiddellijk ontslag betekenen, en daarmee acuut dreigende honger en dakloosheid.

Nu zijn er buitengewoon weinig wetmatigheden in de geschiedenis, en elk filosofisch stelsel dat van die geschiedenis een systeem van wetmatigheden maakt, verdient een grondig wantrouwen. Maar één wetmatigheid is er wel: als je mensen uitbuit, onderdrukt, vertrapt dan krijg je vroeg of laat een trap terug van die uitgebuite en vernederde mensen. Lage lonen, lange werktijden, erbarmelijke arbeidsomstandigheden op een als dictatuur bestuurde werkplek betekent vroeg of laat gegarandeerd verzet van degenen die deze ellende ondergaan. Dat gebeurde dan ook in de VS.

In de vroege jaren tachtig van de negentiende eeuw was dat vooral defensief van aard. Het was een tijd van economische crisis. Ondernemers verdedigden hun winsten door lonen te verlagen. Daartegen begonnen arbeiders te rebelleren. Dat deden ze door middel vat stakingen en veelal gewapende demonstraties. Staat en ondernemers trachtten verzet neer te slaan door de politie te sturen, de staatsmilitie als de politie het niet aankon, het leger als de staatsmilitie niet sterk genoeg bleek. Ondernemers hadden ook nog de Pinkertons om in te zetten. Dat waren privé-politieagenten, die stakingen hielpen breken. Vaak werden ondernemers en staatsautoriteiten de arbeiders uiteindelijk de baas. Maar daarvoor moesten ze kleinschalige halve burgeroorlogen voeren, want ook arbeiders hadden geweren. Het lukte spoorwegarbeiders bijvoorbeeld om met een felle staking de baas van een spoorwegbedrijf, Jay Gould, tot inwilliging van een looneis en erkenning van de organisatie waar arbeiders gebruik van maakten, te bewegen. Spoorwegarbeiders waren een zeer belangrijk deel van de arbeidersbevolking. Het snelgroeiende spoorwegnet was essentieel voor het transport, niet alleen van mensen maar vooral ook van goederen, in deze periode. De tijd dat bijna alles er auto, vrachtwagen of vliegtuig ging, lag nog tal van decennia in de toekomst.

Die organisatie waar arbeiders gebruik van maakten was de Knights of Labor, de Ridders van de Arbeid. Dat was een snelgroeiende beweging, geen reguliere vakbond, ook geen arbeiderspartij, maar een mengsel tussen vakbeweging en naar coöperaties strevende organisatie. De Knight of Labor wilden een einde aan de loonarbeid, en vervanging ervan door een coöperatief stelsel. Behoorlijk radicaal wel. Maar de leiding wilde dit niet via staking bereiken, maar via voorlichting en de stembus. Boze arbeiders sloten zich desondanks in groten getale bij de organisatie aan en vormden er afdelingen van. En ze gingen evengoed dus staken, ook als hun Officiële Leiding dat niet wilden, Arbeiders maakten van de Knights of Labor een tijdlang hun eigen werktuig, althans ten dele.

Enkele jaren later maakte de recessie plaats voor economisch herstel. Nu kregen stakingen een offensiever karakter. De angst voor werkloosheid – vaak een rem op stakingen – ebde weg, arbeiders durfden meer. De opgehoopte frustratie van eerdere nederlagen voegde zich bij een groeiend zelfvertrouwen. Er kwam een grote stakingsgolf op gang. Die ging nu om het bereiken van verbeteringen, niet louter om het tegenhouden van verslechteringen.

Eén van de eisen werd een kortere arbeidsdag. Een tamelijk kwijnende vakbond had op haar conferentie in 1884 een resolutie aangenomen met daarin het streven van een achturige werkdag, te bereiken per 1 mei 1886. Dat idee sloeg aan. Arbeiders begonnen agitatie en stakingsactie om die achtu7rige werkdag te verkrijgen. Maar dit ging niet zonder discussie binnen de arbeidersbeweging.

De chef van de Knights of Labor, Terence Powderly, zag weinig in stakingen voor die achturendag. Hij stelde voor dat die eis vooral kracht bijgezet werd door mensen aan te moedigen er… opstellen over te schrijven. Dat zal de bazen leren, nietwaar? Maar in radicaler hoek was de houding neen net zo vruchteloos spiegelbeeld van de opstelling van Powderly. Anarchisten zeiden aanvankelijk: acht uur arbeid is nog steeds loonarbeid, en we willen een eind aan het hele stelsel van loonarbeid. In die kortere arbeidsdag zien we dus niets, laat die achturenstrijd maar zitten. Afzijdigheid van strijd omdat niet in één keer de comp0lete revolutie wordt bepleit, het is een vergissing die anarchisten vaker maken.

Arbeiders trokken zich noch van de opstellenfetisjist Powdery, noch van de zelfgekozen afzijdigheid van anarchisten iets aan. Ze stortten zich met overgave in het gevecht. In Chicago kozen anarchisten er voor om zich wel in die strijd te mengen en werden er zelfs gangmakers. Zij zagen gelukkig in dat elk uur korter werken om te beginnen een uurtje minder onderwerping aan de loonslavernij was, een stukje zelf veroverde toegenomen vrijheid. Ze zagen bovendien in dat het niet alleen de eis, maar vooral het samen vechten voor de eis, ene revolutionaire betekenis had en heeft. Samen vechten betekent de solidariteit ontdekken en trainen, ontdekken wie je vrienden zijn en wie je vijanden. Zoiets is een leerproces richting revolutie. Een achturendag is niet de afschaffing van de loonarbeid. Maar een door arbeiders zelf bevochten achturendag kan wel een groter stap die kant op zijn.

Met wat voor algemene opvattingen kwamen anarchisten in die tijd? Een anarchistisch programma uit de VS, uit 1883, is helder. Een citaat:

“Wat we willen bereiken is derhalve het volgende

Ten eerste – -Vernietiging van de bestaande klassenheerschappij met alle middelen – d.w.z. Door energieke, onophoudelijke, revolutionaire, en internationale actie.

Ten tweede: Vestiging van een vrije samenleving gebaseerd op coöperatieve organisatie van de productie.

Ten derde – Vrije uitwisseling van gelijkwaardige producten door en tussen de productieve organisaties, zobnder handel en winstbejag.

Ten vierde – Organisatie van het onderwijs op seculiere, wetenschappelijke en gelijke basis voor beide seksen.

Ten vijfde – Gelijke rechten voor allen, zonder onderscheid van sekse of ras.

Ten zesde – Regulering van alle openbare zaken door vrije contracten tussen de autonome (onafhankelijke) Communes en associaties, berustend op een federalistische basis.” (3)

Opvallend hier is niet alleen de visie van een samenleving van vrije communes. Opvallend zijn zinnetjes als: ‘gelijke basis voor beide seksen’ en ‘zonder onderscheid van sekse en ras’. Anarchisten probeerden in 1883 al patriarchale en racistische patronen te doorbreken. Dat was bittere noodzaak, en dat is het nog steeds.

Aldus theoretisch bewapend namen anarchisten dus deel aan het gevecht. Dat groeide tot geweldige proporties. In Milwaukee sloeg de staat na lange strijd de achturenstrijd neer, maar daar kwam dan wel de militie aan te pas. Die schoot een zestal actievoerende arbeiders dood, waarna de strijd verliep. In Chicago groeide in het voorjaar van 1886 de spanning. Arbeiders bereidden zich voor. Staatsgezag en ondernemers deden hetzelfde. Er was zelfs een crowdfund-actie op touw gezet, waarmee gegoede burgers geld inzamelden om dat arme politiekorps van Chicago van een heus machinegeweer te voorzien (4).

Begin mei 1886 kwam de ontknoping. Bij McCormick, een bedrijf waar landbouwwerktuigen werden gemaakt, werd gestaakt. Stakingsbrekers botsten met stakers, de politie opende het vuur en schoot enkele arbeiders dood. Op 4 mei vond daartegen een protestbijeenkomst plaats op het Haymarket-plein in Chicago. Tussen de duizend en vijftienhonderd arbeiders namen deel, er waren toespraken, het was regenachtig weer. Mensen waren al aan het vertrekken tijdens de laatste toespraak toen opeens 170 politieagenten oprukten. De politiecommissaris gebood de demonstranten om de samenkomst te beëindigen. Terwijl die manifestatie werd ontbonden, ontplofte er een bom, die een agent doodde en meerdere agenten verwondde. Politie opende het vuur. Meer doden, nu ook weer aan arbeiderszijde.

Wie de bom had geplaatst is nooit opgehelderd. Maar de autoriteiten sloegen toe. Ze begonnen links en rechts vakbondsmensen, socialisten anarchisten te arresteren. Typerende uitspraak vanuit justitie: “Houdt de raids nu, en kijk later de wet na.”(5) Eerst arresteren, daarna kunnen we nog wel eens bedenken waar we de arrestanten voor aanklagen. Dat was de houding. Intussen schreeuwde de pers moord en brand, krantenverkopers hadden het zelfs over honderd gedode politieagenten.(6).

De staat besloot acht mensen voor de rechter te brengen. Dit zijn hun namen:

August Spies.

Albert Parsons.

Adolph Fischer.

George Engel.

Samuel Fielden.

Michael Schwab.

Louis Lingg

Oscar Neebe.

Het zal lezers wellicht opvallen dat veel van deze namen Duitstalig klinken of lezen. Dat is geen toeval. Recente migranten uit Europa maakten een fors deel uit van de arbeidersklasse in de VS, met name ook in Chicago. Veel van die mensen waren niet alleen arbeidsmigrant maar ook politieke ballingen uit een Europa waar na het neerslaan van de Parijse Commune in 1871 socialisten van allerlei richtingen, met name ook anarchisten, werden vervolgd en opgejaagd. De radicale arbeidersbeweging wan dan ook multinationaal van herkomst, en meertalig. Chicago kende een arbeiderskrant, een weekblad en een zondagsblad, alle drie in de Duitse taal (7). Misschien iets om bij stil te staan nu zelfs lieden die zich links en socialistisch noemen, afgeven op arbeidsmigranten in laats van ze als bondgenoot in de strijd voor rechtvaardigheid te verwelkomen. We hebben de achturendag dus mede te danken aan de strijd van Duitse migrant-arbeiders in de Verenigde Staten in 1886.

De acht gearresteerden kregen een showproces. Justitie hield niet eens de schijn op. De jury, doorgaans samengesteld via loting, werd nu door een van staatswege benoemde deurwaarder aangewezen. Er zaten ondernemers en administrateurs in, en zelfs een familielid van een op Haymarket gedode agent. Openbaar aanklager Julius Grinnel maakte de essentie duidelijk:

“De wet staat voor het gerecht. Anarchie staat voor het gerecht. Deze mannen zijn geselecteerd, eruit gepikt door de Grand Jury omdat ze leiders zijn. Zij zijn niet meer en niet minder schuldig dan de duizenden die hen volgen. Heren van de jury, veroordeel deze mannen, maak voorbeelden van ze, hang ze op, en u redt onze instellingen, onze maatschappij.” (8) De acht aangeklaagden werden veroordeeld, niet omdat zelfs maar aannemelijk gemaakt was dat ze die bom hadden geplaatst of met die aanslag iets van doen hadden, Ze werden veroordeeld omdat ze anarchisten, arbeidersactivisten, gangmakers in de achturenstrijd waren. Zeven van hen werden ter dood veroordeeld en de achtste levenslang. Bij twee van de zeven werd de doodstraf omgezet in levenslang. De ter dood veroordeelde Lingg maakte zelf een eind aan zijn leven voor de galg dat kon doen. August Spies sprak voor zijn executie nog de volgende woorden:

“Als jullie denken dat door ons op te hangen jullie de arbeidersbeweging stuk kan stampen… de beweging waarvan de vertrapte miljoenen, de miljoenen die zwoegen in ellende en gebrek,redding verwachten, als dat jullie mening is, hang ons dan op! Hier zul je op een vonk trappen. Maar daar, en daar, achter je en voor je, en overal, laaien de vlammen op. Het is een onderaards vuur. Je kunt het niet uitdoven.” (9)

Vier van de acht werden uiteindelijk opgehangen, op 11 november 1887. Dat was dus de “moord op stakers” waarover de FNV maar geen duidelijkheid wist te verschaffen. Ettelijke honderdduizenden arbeiders liepen mee in de begrafenisstoet. Iedereen kon zien dat de hele gang van zaken zelfs in burgerlijke termen niets met serieuze rechtspraak te maken had. Gouverneur Altgeld van Illinois, de staat waarin Chicago ligt, gaf de gevangen overlevenden in 1893 gratie en maakte duidelijk dat hij dat ook hij erkende dat hier mensen ten onrechte waren veroordeeld.(10)

De strijd voor de achturendag ging op de korte termijn teloor in golven van staatsrepressie. Maar intussen gebeurde er in Europa iets belangwekkends. De arbeidersbeweging was zich aan het herstellen, en op een congres kwam in 1889 een grensoverschrijdende arbeidersorganisatie tot stand, de zogeheten Tweede Internationale. Die besloot per resolutie om 1 mei 1890 tot actiedag voor de achturige werkdag te maken. Het werd een doorslaand succes, en zon ontstond gaandeweg de gewoonte jaarlijks voor die achturendag te demonstreren. Daar kwam al snel het thema internationale solidariteit en andere klasse-eisen van de arbeiders bij. Zo ontstond de traditie van de Eerste Mei.

Al heel snel kwamen daarin heel verschillende benaderingen naar voren. Voor de gaandeweg gematigder wordende socialistische/ sociaaldemocratische arbeidersbeweging werd het vooral een feestdag, waarin het verlangen naar de socialistische bevrijding werd geproclameerd zoals christenen het verlangen naar de wederkomst van Christus proclameren. Een tiental parlementsleden van de Arbeiderspartij van België zeiden het in 1898 als volgt:

“Spoedig zullen grenzen vervagen! Spoedig zal er een eind komen aan oorlogen en legers. Elke keer dat je de Socialistische deugden van Solidariteit en Liefde praktiseert, breng je deze toekomst dichterbij. En dan, in vrede en vreugde, komt er een wereld tot stand waarin het Socialisme zal triomferen, als eenmaal de sociale plicht van allen op juiste wijze wordt begrepen als iets dat de alzijdige ontplooiing van allen tot stand brengt.” (11)

Hier zien we flarden van het Communistisch Manifest vermengd raken met pure religieuze heilsverwachting. En een wereld zonder grenzen en zonder oorlog – ik teken ervoor. Hoe de weg erheen er precies uitzag, welke route we dienen te nemen, dat bleef een beetje onduidelijk. Een rituele bevestiging van een socialistisch geloof begin de laats in te nemen van een gerichte strijd om een zinnig socialisme – als je dat dan zo wilt noemen, die wereld van solidaire, gelijkwaardige en vrij samenwerkende mensen – dichterbij te brengen.

En hoe moest die viering volgens sociaaldemocraten eigenlijk plaatsvinden, en vooral op welke dag precies? Als 1 mei op de vrije zondag viel, was dat geen probleem. Maar als het op een werkdag viel? Staken werd in deze kring al snel te radicaal en te riskant bevonden. Dus verplaatste men de viering doodleuk naar de zondag zo snel mogelijk na de eerste mei. Typerend is de uitspraak van August Bebel, chef van de Duitse sociaaldemocratische partij. Hij zei: “We hebben alle reden om de massa´s onder controle te houden op de demonstraties van de Eerste Mei. We moeten conflicten voorkomen.” (12) Ondernemers en gezagsdragers zullen zich hier uitstekend in hebben kunnen vinden.

Radicalere stromingen in de arbeidersbeweging benaderden de Eerste Mei heel anders. Voor anarchisten bleef het herdenkingskarakter heel sterk, zoals ook Dennis Bos beklemtoonde in zijn lezing die hij er in 2013 in Tilburg over deed.. Herdenking van de van staatswege vermoorde anarchisten in Chicago. Onderstreping van de prijs die de kapitalisten de arbeiders laten betalen voor hun strijd om rechtvaardigheid. Onderstreping van de noodzaak tot onbuigzaam verzet, volhardende strijd. Met het ontwijken van conflicten en het beheersen van de massa´s had dat verfrissend weinig te maken. Van de neiging om van 1 Mei een algemene officiële feestdag te maken, moest Errico Malatesta, invloedrijk anarchist, al in 1898 niets hebben. Hij schreef:

“Een meester die vrijwillig toestemt in een vrije dag en de arbeiders aanmoedigt om er gebruik van te maken, een regering die de Eerste Mei tot vakantiedag uitroept, zouden een sluw conservatief beleid voeren: ze zouden de arbeiders van een wapen beroven. Maar om die reden is het ondenkbaar hoe een socialist de eerste mei zou willen vieren samen met de meesters en zo mogelijk met de officiële sanctie door de gevestigde autoriteiten.” (13)

Toch ging het precies die kant op, met treurige resultaten. In 1920 ondertekenen 41 Franse parlementsleden een verklaring, met de volgende zinsneden:

“Deze feestdag dient geen element van jaloezie en haat te bevatten. Alle klassen, als van klassen nog gezegd kan worden dat ze bestaan, en alle productieve, horen zich te verbroederen, geïnspireerd door hetzelfde idee en hetzelfde ideaal.” (14)

Dit soort stemmingen grepen om zich heen in een tijdvak waarin arbeid verheerlijkt werd als onmisbare bouwsteen, niet van solidariteit maar van nationale grootheid. De eerste staat waar 1 mei een officiële feestdag werd, was de Sovjet-Unie, een staat waarin tenminste nog of ver socialistische idealen werd gepraat terwijl de staatsopbouw ermee in schrille tegenspraak was. De tweede staat waar de eerste mei een officiële feestdag werd, was nazi-Duitsland.(15).Dat was de uitkomst van een logica waarin klassen en hun tegenstellingen werden ontkend, om plaats te maken voor nationale harmonie en eenheid, met hardwerkende arbeiders die er de voorwaarden – en de wapens – voor mochten maken. Zo werd de 1q mei/traditie omgevormd tot haar repressieve en nationalistische tegendeel. De jaarlijkse optocht in Havana is daarvan een voorbeeld. De jaarlijkse 1 mei-parades in de Sovjet-Unie waren typerend, met hun officiële delegaties, terwijl in de stoet het nieuwste dodelijke wapentuig werd getoond, terwijl de machthebbers op een podium wuifden naar de menigten waarvan je mag betwijfelen of die wel zo vrijwillig aan de wanvertoning deelnamen.

Maar de authentieke, rebelse en solidaire 1 mei-traditie vertikte het om te verdwijnen, zelfs in de meest onderdrukkende, uitzichtloze situaties dook ze op. Bijvoorbeeld in Warschau, in 1943. De nazi’s hadden daar eerst steeds meer joden afgevoerd naar het getto – een met prikkeldraad afgeschermde en zwaar bewaakte wijk, veel te klein voor de daarin opééngepropte mensen – om daar te creperen. Vervolgens kwamen de transporten van joden naar de gaskamers o gang. Groepjes joden, veelal met ene socialistische achtergrond, kozen ervoor om dan liever vechtend ten onder te gaan. Ze wisten aan wat wapens te komen, en begonnen de Opstand in het Getto van Warschau. Die duurde twee maanden, en eindigde met de dood van vrijwel alle deelnemers, op een enkeling na die wist te ontkomen. Maar ze wisten aanzienlijke aantallen nazi/soldaten de dood in te jagen voor ze verslagen waren.

Een van de overlevenden was Marek Edelman. Hij heeft over de gebeurtenissen verslag gedaan in een aangrijpend prachtig boekje. Onder die gebeurtenissen viel ook 1 mei 1943, toen de opstand nog gaande was. Hij schrijft:

“Op de Eerste Mei besloot het Commando (kennelijk de leiding van de joodse strijders, PS) een ‘feestdag’- actie te houden. Meerdere gevechtsgroepen werden uitgezonden om zo veel mogelijk Duitsers te ‘jagen’. (‘hunt down’, aldus de Engelstalige tekst, PS) In de avond werd er een appèl gehouden. Enkele mensen spraken de partizanen kort toe, waarna de Internationale werd gezongen. De hele wereld, zo wisten we, vierde de Eerste Mei op die dag, en overal werden krachtige woorden van betekenis gesproken. Maar nog niet eerder was de Internationale gezongen onder omstandigheden die zo anders, zo tragisch waren, op een plek waar een hele natie aan het vergaan was geweest, en nog steeds aan het vergaan was. De woorden en het lied weerkaatsten van de verkoolde ruïnes en waren, op die specifieke tijd, een aanwijzing dat de socialistische jeugd nog steeds vocht in het getto, en dat ze zelfs in het aangezicht van de dood ze hun idealen niet loslieten.”(16) Dát is de Eén Mei-traditie. Solidariteit en strijd, tegen de verdrukking in.

In de jaren veertig en vijftig was die traditie in veel landen zeer ver naar de marge geduwd, om plaats te maken voor het opgelegde 1 Mei-ritueel van de Politbureaus Aller Landen. In de jaren zestig en zeventig veranderde dit. Linkse en radicale stromingen kwamen op, met ´1968´als symbolisch hoogtepunt. Intussen bleek de oorspronkelijke 1 Mei-traditie in landen die destijds de Derde Wereld en sindsdi9en veelal de Global South werden genoemd, onverkort relevant. Daar ging het rechtstreeks om klassieke arbeidsrechten, om hoger loon, om betere arbeidsvoorwaarden en, jazeker, om kortere werkdagen. Levendige optochten zie je jaarlijks in de verslaggeving van gevestigde media langskomen. Waar? In Bangladesh, waar eens in de zoveel tijd een textielfabriek in dodelijke vlammen opgaat terwijl de uitgang op slot zit om absentie van arbeiders te voorkomen.. Op de Filippijnen. In Indonesië. In landen dus waar het toegaat zoals in Chicago in 1886.

Maar ook elders dook de Eerste Mei als strijddag weer op. Zo was er in 1989 nog steeds de officiële parade in Moskou. Maar daar was de chef, Gorbatsjov, inmiddels aan het hervormen gegaan. Een scheut vrije markt, een sausje democratie, een facelift van het systeem, een poging om de boel te moderniseren. Mensen gebruikten de speelruimte die ontstond doordat bijvoorbeeld de censuur afbrokkelde om hun eigen verlangens naar voren te brengen. Op die 1 Mei bleek dat. Na de officiële optocht volgde een onofficieel deel. Daar liepen mensen van de niet-Russische nationaliteiten die voor zelfbeschikking streden met hun vlaggen. Daar liepen mensen openlijk Gorbatsjov uit te jouwen. En daar verschenen voor het eerst sinds tijden zwarte anarchistische vlaggen op straat. De subversieve 1 mei-traditie daagde het opgelegde 1 Mei-spektakel openlijk uit.

En intussen is de Eerste Mei ook terug in het land van haar oorsprong, de Verenigde Staten. Daar zien we een interessant verschijnsel. De dag wordt gebruikt om specifieke recente thema´s mee voor het voetlicht te brengen. Maar die recente thema´s zijn duidelijk variaties van het oude 1 mei- verhaal.

Zo vond op 1 mei 2006 de zogeheten Dag Zonder Immigranten plaats (17). Dat was een actiedag uit protest tegen wetgeving waarmee immigranten zonder officieel geldige verblijfspapieren van rechten d dreigden te worden beroofd. Het betrof voor een groot deel Spaanstalige mensen, in staten als Florida, Texas en Californië. Het idee was dat deze mensen hun rol in de maatschappij demonstreerden, door bijvoorbeeld niet naar hun werk te gaan en door te demonstreren. Dit leidde tot zowel een soort algemene staking in delen van het land waar deze immigranten een aanzienlijk deel van de werkende bevolking uitmaakten. Het leidde ook tot massademonstraties, met honderdduizenden mensen in een flink aantal steden.

Andere voorbeelden. Op 1 mei 2008 staakten havenarbeiders aan de Westkust van de Verenigde Staten. Zij zetten daarmee die dag in het teken van de internationale solidariteit. De staking was namelijk een protest tegen de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan die zich toen al jaren voortsleepten (18). Op 1 mei 2012 riepen actievoerders uit de Occupy-beweging die het voorafgaande jaar was opgekomen, een algemene staking uit. Dat zette als staking weinig zoden aan de dijk, op de meeste plaatsen kwam het niet verder dan tot protestbijeenkomsten en dergelijke. Maar het symboliseerde wel weer de wil om van 1 Mei een dag van actieve strijdbaarheid te maken.

En hoe staat het in Nederland? Welnu, de comateuze toestand van 1 mei zoals ik die met betrekking tot 2008 schetste, behoort tot het verleden. De FNV houdt zowaar een demonstratie in Den Haag, zoals ze vorig jaar in Amsterdam deed . In Nijmegen, Den Haag en Tilburg zijn ook demonstraties door radicalere, deels anarchistische groeperingen en netwerken op touw gezet. Er ligt ook een initiatief van groepen om de FNV-betoging bij te wonen en van een radicaal geluid te voorzien. In Tilburg is er in de avond ook een 1 Mei-lezing, en ook dat is een initiatief van anarchisten en aanverwanten. Je kunt dus weer eens kiezen dit jaar waar je aan deelneemt. En anarchisten staan in deze revival niet aan de spreekwoordelijke zijlijn, maar er middenin.

En er is nog iets aardigs. Op 30 april en 1 mei staken de streekbuschauffeurs! Dat doen ze niet ter gelegenheid van die Eerste Mei. Maar de reden waarom ze gaan staken heeft grote 1 Mei-relevantie. De chauffeurs staken tegen hoge werkdruk, tegen het soort werktijden die zoiets essentieels als een plaspauze in de weg zitten (19). Is dat niet heel nauw verwant aan de strijd in Chicago in 1886 voor een kortere werkdag? Beidden richtten zich tegen de druk die het werk op de mensen legt. Beiden willen grenzen aan de arbeidsdag, zij het op iets verschillende manieren. De strijd tegen die druk is niet achterhaald. Die strijd is maar al te noodzakelijk.

Ik sluit graag af met een voorstel. De Eerste Mei heet veelal Dag van de Arbeid. Zullen we dat etiket eens schrappen? Een Mei is als het goed is juist geen Dag van de Arbeid. Eén mei is oorspronkelijk opgezet als dag tegen die Arbeid, tegen die lange werkdagen, voor een stukje meer tijd buiten het werk, tijd niet niet voor niets vrije tijd wordt genoemd, al is ook die vrijheid heel betrekkelijk. Laten we Een Mei maken tot dag van arbeiders en alle anderen die door staat en kapitaal en repressieve instellingen en praktijken eronder worden gehouden. Een van de manieren waarop we eronder worden gehouden is door en via die verdomde Arbeid. Laten we die inkorten en inkorten, om haar om te vormen tot vrije activiteit van vrije mensen. Een Mei, dag van strijdende arbeiders? Jazeker. Maar Dag van de Arbeid? Dag Tegen de Arbeid lijkt me een veel betere benaming.

Aanhangsel: Acties in Nederland:

Nijmegen: Demonstratie “ 1 Mei verbindt!” 17:30 uur, Van Schaeck Mathonsingel, tegenover Centraal Station. Zie https://www.indymedia.nl/node/43418

Den Haag: demonstratie “ Een stad voor de mensen. Geen speeltuin voor de rijken”, 19.00 uur, Stationsplein. Zie https://1meidenhaag.wordpress.com/2018/03/07/1-mei-demonstratie-een-stad-voor-de-mensen-geen-speeltuin-voor-de-rijken/

Den Haag: “Blok van onderop” op de 1 Mei-demonstratie van de FNV. 14.00 uur, Malieveld. Zie https://www.doorbraak.eu/1-mei-haag-blok-baanlozen-flexwerkers-en-flexhuurders-tijdens-1-mei-demonstratie-fnv/

Tilburg: demonstratie “Sloop muren, geen mensen., doorbreek alle grenzen”, 17.00 uur, Heuvel. Zie http://www.georganiseerde-weldaad.nl/2018/03/30/een-mei-2018-demonstreer/

Tilburg: Lezing Dennis Bos: Plakken en Kalken. Muziek vooraf van Storm en Kaviaar. Aanvang 19.30 uur, Kunstmaan, Stedekestraat 72, waar al vanaf 18.30 eten verkrijgbaar is tegen een bijdrage. Zie https://tanarchos.nl/plakken-en-kalken-1-mei-lezing-dennis-bos/

Noten:

1 “1 mei dag van de Arbeid”, FNV website, 29 april 2013, https://www.fnv.nl/over-fnv/nieuws/nieuwsarchief/2013/april/600699-1_mei_dag_van_de_arbeid/ (gecheckt 30 april 2018)

2 In wat volgt over de jaren tachtig van de negentiende eeuw in de VS, baseer ik me vooral o Jeremy Brecher, “strike”(Boston, 1972, hoofdstuk 2, “May Day”, 25-52. Ik meen te weten dat er een recenter editie van deze mooie stakingsgeschiedenis van de Verenigde Staten is.

3 Brecher, als hierboven, pag. 31

4 Brecher, als hierboven, pag. 45

5 Steven, “A History of May Day”, Libcom, 13 oktober 2006, http://libcom.org/features/mayday/history.htm

6 Brecher, als hierboven, pag. 47

7 Steven, “A Short History of May Day”, Libcom, 11 september 2006, http://libcom.org/history/1886-haymarket-martyrs-mayday

8 Steven, “A Short History of May Day”, als hierboven.

9 Steven, “A Short History of May Day”, als hierboven.

10 Steven, “A Short History of May Day”, als hierboven.

11 Eric Hobsbawn, “Birth of a Holiday: the First of May”, Libcom, 10 juli 2009, http://libcom.org/history/birth-holiday-first-may

12 Eric Hobsbawn, “Birth of a Holiday: the First of May”, als hierboven

13 Errico Malatesta, “Echoes of the 1st of May”, Agitazione per il Socialismo (mei 1898), via: Errico Malatesta, “Three articles about 1st of May”, Libcom, 14 december 2017, http://libcom.org/library/two-articles-about-1st-may-errico-malatesta

14 Eric Hobsbawn, “Birth of a Holiday: the First of May”, als hierboven

15 Eric Hobsbawn, “Birth of a Holiday: the First of May”, als hierboven

16 Marek Edelman, “The Ghetto Fights”, op internet aanwezig on der de titel: “ The Warsaw Getto, by Marek Edelman”, http://www.writing.upenn.edu/~afilreis/Holocaust/warsaw-uprising.html

17 Dan Glaister, Ewan MacAskill, “US counts the cost of day without immigrants” , Guardian, 2 mei 2006, https://www.theguardian.com/world/2006/may/02/usa.topstories3

18 Peter Cole, “ Don´t Like War? Then Don ´t Work! Remembering When Docvkworkers Shut Down the Ports on May day”, In These Times, 26 april 2018, http://inthesetimes.com/working/entry/21091/ILWU-war-Iraq-Afghanistan-work-stoppage-dockworkers-apartheid-May-Day

19 “Staking streekvervoer mag maandag en dinsdag doorgaan”, NOS, 26 april 2018, https://nos.nl/artikel/2229163-staking-streekvervoer-mag-maandag-en-dinsdag-doorgaan.html

Peter Storm

 

Geloof in opstand: Gnostici, Vrije Geesten en Gravers

Onderstaand artikel verscheen in Buiten de Orde jaargang 2017 nummer 4. En nu dus ook hier te lezen.

Godsdienst is een wapen van de machthebbers. Goddelijk gezag staat model voor vorstelijk gezag. De autoriteit van aardse heersers wordt onderbouwd door de autoriteit van de Hemelse Koning, de Heer der Heerscharen in allerhande variaties. Het dienen van God door nederige gelovigen en het dienen van heersers door nederige onderdanen vertoont een verwante autoritaire dynamiek.

Heersers weten dat. ‘Religie is is het enige stevige fundament van alle macht’, wist Karel I, koning van Engeland al in de zestiende eeuw.(1) Precies zijn lot – hij werd in 1649 onthoofd in een revolutie waarin religieuze opvattingen een hoofdrol speelden – illustreert echter ook iets anders. Religie is wapen in handen van de machthebbers. Wat als de onderworpenen dat wapen zelf hanteren en er de machthebbers mee bestrijden? Van dat verschijnsel kent de geschiedenis tal van voorbeelden.

Hoe kan religie een handvat van revolte, van rebellie worden? Het proces waarop religie omgevormd wordt tot een stelsel van radicale opvattingen kent verschillende varianten. Twee springen eruit. In het middeleeuwse en vroeg-moderne christendom zie je ze allebei, vaak naast elkaar, vaak vervochten. Gaandeweg duiken er tussen die vormen syntheses op, met buitengewoon fascinerende uitkomsten.

De eerste variant zien we waar onderdrukten in de godsdienst argumenten vinden om hun rijke onderdrukkers de wacht aan te zeggen, de oorlopg te verklaren en in opstand te komen. Vaak straatarme boeren, zuchtend onder hoge belasingen, onvrije feodale arbeidsrelaties en een katholieke geestelijkheid die onderdanigheid voorschreef, onderworpenheid aan het feodale juk. Dat ging goed voor de heersers, zolang het goed ging. Boerenopstanden tegen de knellende feodale verhoudingen waren een steeds weerkerend middeleeuws fenomeen.

In die opstanden doken godsdienstige argumenten op, verwoord door predikers met een eigen interpretatie van het Woord van God. Hadden bijbelse profeten niet keer op keer de corrupte koningen van de oudtentamentische Israëlieten de wacht aan gezegd? Had God niet gedreigd de tronen te doen wankelen van hen die de armen vertrapten? Had Jezus niet gezegd dat het moeilijker was voor een rijke om het Koninkrijk der Hemelen binnen te gaan dan voor een kameel om door het oog van de naald (de naam voor een smal soort stadspoort, geen naaigaren) te gaan? Stond God, in al zijn majesteit en macht, dus niet aan de kant van de armen en tegenover de corrupte, goddeloze rijken die hun nederige naaste vergaten en vertrapten?

De conclusie was duidelijk. Boeren die in opstand kwamen tegen hun ondraaglijke lot, hadden het volste recht om zich daar tegen te keren. Ze hadden daarbij God, de rechtvaardige, aan hun zijde. Als ze in opstand kwamen, deden ze niets anders dan Zijn Heilige wil uitvoeren.Zo vormde zich bij herhaling een religieus sociaal-radicalisme, autoritair in denkstructuur maar opstandig tegen het aardse gezag dat uit naam van een hemelse autoriteit werd afgewezen. Aldus geïnspireerd vormden zich legioenen van boeren, maar vaak ook arme stedelingen, handwerkslieden, vagebonden. Ze vielen de rijken aan en verwoestten of plunderden hun rijkdommen. Een deel van de woede keerde zich tegen de toen ook al klassiek zondebokken van Europa, de joden: pogroms vergezelden dit type revoltes onaangenaam vaak. Het eindigde vrijwel altijd met vreselijke repressie, waarna de feodale orde, aangeslagen maar niet verslagen, een tijdlang terugkeerde.

De tweede variant waarin religie in radicale richting beweegt is wellicht interessanter. Het traditionele godsbeeld situeert God als oppermachtige vaderlijke vorst op een troon in de hemel. Maar wat nu als God gevoeld en beleefd werd als een geestelijke macht hier beneden, in de harten van mensen? Wat nu als het er om ging de verlossing te bereiken, niet door het dienen van God maar door éénwording met God? Veel dissidente Christelijke en aanverwante stromingen die door de Kerk als ketterij werden omschreven, trokken dit soort conclusies. Mystiek – het zoeken naar eenwording tussen God en mens – is een verschijnsel dat in veel godsdiensten voorkomt, en door orthodoxe varianten van die godsdiensten doorgaans wordt gewantrouwd. Waar de geestelijkheid God graag ver weg in de hemel ziet, de mens onderaan op aarde, en zichzelf als onmisbaar tussenpersoon, daar is mystiek en vorm van doe-het-zelf-geloof dat de mens optilt naar een goddelijk niveau, en de afstand opheft. Waar de scheiding tussen God en mens kan worden opgeheven, waar God gaat wonen in het mensenhart of een kracht in het hele universum is in plaats van een persoon erboven, daar is de autoriteit feitelijk verdampt, opgelost, opgeheven. Dan is de hemel aards geworden, net zo goed als trouwens de hel.

Je ziet de botsing tussen orthodox geloof en mystieke geloofsvormen nog steeds, en die botsing is vaak zeer bloedig. De moordpartij die aangericht is in Egypte op 24 november 2017, richtte zich niet zomaar tegen een moskee. De slachting vond plaats in en om een Soefi-heiligdom. Soefi’s zijn de mystieke richting binnen de islam, waarin de gelovigen via rituelen en het opwekken van een soort trance in vervoering wordt gebracht om aldus één te worden met het Goddelijke. Voor orthodoxe en vooral Salafistische moslims is zoiets godslastering: Allah oftewel God is voor hen de ultieme oppermacht. Daar daar verenig je je nimmer mee, daar onderwerp je je aan blindelings aan. Het Soefi-idee haalt precies die afstand en die hiërarchie onderuit.

Een vroeg voorbeeld van de mystieke zoektocht in een christelijke context zie je in de zogeheten Gnostiek. Gnosis betekent kennis (vergelijk ‘gnosis’ met het Engelse woord ‘to know’). Het idee was dat je verlossing kon bereiken door je de kennis van het Goddelijke eigen te maken. Dat was een kwestie van inwijding, want de kennis wat geheim. Het was vaak ook een kwestie van ascese, vasten en seksuele onthouding, want Ware Kennis richtte zich op het geestelijke. Lichamelijkheid moest zoveel mogelijk worden uitgebannen. Maar het was geen blind geloof meer in een opperste machthebber. Het was éénwording met de Godheid door de ware kennis van het Goddelijke te doorgronden. Je redding hing hier niet af van priesters die sacramenten toedienden, van onderwerping aan wat voor instantie dan ook.

Het probleem van de menselijke verlossing was geen kwestie meer van zonde waarvoor moest worden geboet, zoals in het standaardchristendom dat zich aan het vormen was. Verlossing was een kwestie van inzicht verwerven, niet van boetedoening en onderwerping. Dit was een redeneervorm die autoriteiten en autoritair denken op zijn minst zeer stevig relativeerde. In potentie althans, want in de praktijk was de Ware Kennis voorbehouden aan een elite van ingewijden, en sloten de strenge ascetische praktijken heel veel mensen uit.

Later in de Middeleeuwen verscheen een andere mystieke richting: de Broeders en Zusters van de Vrije Geest. Het valt niet mee om een precies beeld van hun opvattingen te krijgen. Het zijn veelal hun tegenstanders en vervolgers die in actes van beschuldiging de ideeën van deze Vrije Geesten omschrijven, en objectiviteit is dan allerminst gewaarborgd. Het is duidelijk dat deze vrolijke ketters menig pagina van het periodieke Dreigingsbeeld Terrorisme zouden hebben gevuld, als ze zoiets destijds hadden gehad. Niet omdat ze zoveel deden. Maar wat ze zeiden, was door en door subversief.

God, zo vonden Vrije Geesten, was Geest. Wie zich voor die geest openstelde, was vrij en had de zonde overwonnen. Soms werd nog beaamd dat Jezus inderdaad gestorven was om de zonde te overwinnen, zoals de officiële doctrine het stelde. Maar als dat al zo was, dan was die zonde dus overwonnen, en was verdere boetedoening absurd. Hoe dan ook: de mens, mits doordrongen van de Geest, was vrij van zonde en kon zelf ook niet meer zondigen. Daarmee waren feitelijk alle ge- en verboden vervallen verklaard. Als je al vrij en verlost was in het hier en nu, hoefde je immers niet meer via gehoorzaamheid voor je verlossing te werken. Dan kon je doen wat je wilde. Letterlijk. De mystieke vereniging tussen mens en God had niet alleen de hemelse autoriteit onttroond, maar deed ook iedere aardse autoriteit op haar grondvesten schudden.

Vrije Geesten doorbraken in hun veelal semi-ondergrondse samenkomsten gangbare godsdienstige taboes. Er werd gegeten, gedronken, seks bedreven naar believen: er stak geen zonde in. Sommige Vrije Geesten gingen zo ver dat ze, om te bewijzen dat het traditionele zondebegrip geen vat meer op ze had, daden begingen die in strijd waren met de gevestigde moraal. Dat betrof niet alleen seksuele taboes maar ook het verbod op moord. Als je hart maar vervuld was van de Geest, dan was ook dat geen zonde meer, zo concludeerden sommige Vrije Geesten blijkbaar. Dat met het doden van een ander ook een andere (potentiële ) drager van de Vrije Geest het slachtoffer kon worden, was kennelijk geen beletsel. Ook mag je je afvragen hoe die seksuele vrijheid in de praktijk werkte. Was er vrijheid voor allen, mannen, vrouwen en anderszins? Of was het toch vooral de vrijheid van mannen om zich tot vrouw te nemen wie ze maar wilden, ongeacht voorschriften over huwelijkstrouw en overspel?

We zien hier de kracht maar tegelijk ook de beperking van dit type bevrijding. De vrijheid van degene in wie de Geest sprak, ging ten koste van hen die dit licht niet gezien hadden. Het is haast alsof je sprekers bij een Anonymous-demonstratie meewarig hoort praten over mensen die nog niet ‘woke’, nog niet wakker zijn, het nog niet snappen. Wie het Licht niet heeft gezien, de Geest niet heeft ontvangen, is niet waarlijk vrij. Van een besef van universaliteit en wederkerigheid was nog weinig te bespeuren. Het leven van de Vrije Geesten was in eigen kring vol vreugde en ongebonden plezier. Dat dit plezier ten koste ging van degenen buiten jezelf, en buiten de gemeenschap, deerde klaarblijkelijk minder. Het was wederom de vrijheid van een elite van ingewijden, net als bij de Gnostici. Vrijheid zonder gelijkheid, wat zei Bakoenin daar ook maar weer over? We zien het in de praktijken van sommige Vrije Geesten geïllustreerd. Zeker niet bij allemaal, en het is goed mogelijk dat de moorddadige gevolgtrekkingen die ik hierboven schets, voornamelijk in de berichten van inquisiteurs bestonden. Die hadden er belang bij om de praktijk van de Vrije Geesten zo weerzinwekkend mogelijk af te schrikken, om de toch al aanzienlijke populariteit van dit soort opvattingen tegen te werken. Maar iets in de logica van de argumentatie die Vrije Geesten hanteerden maakt dit soort ontsporingen toch verontrustend aannemelijk.

Wat zou er echter gebeuren als de dring naar een door God geproclameerde sociale rechtvaardigheid zou samenvloeien met de zoektocht naar verlossing via vereniging tussen het hart van de mens en geest van God? Wat als de mystieke vrijheid van de Vrije Geesten te combineren bleek met de gelijkheid van de opstandige boeren en hun godsdienstige voorvechters? Zoiets vond plaats tijdens de reformatie in de zestiende en zeventiende eeuw, hier en daar op het Europese vasteland maar vooral in Engeland.

Die reformatie was een beweging van godsdienstkritiek en kerkhervorming. Critici als Maarten Luther namen de geestelijkheid, haar corruptie en arrogantie, onder meedogenloos vuur. Ze hekelden het idee dat mensen hun zonden als het ware konden afkopen door de geestelijkheid daavroor te betalen. Ze kritiseerden kerkregels zoals het celibaat, rituelen zoals de biecht. Ze stelden dat mensen gered konden worden, niet door goede werken en evenmin door het ondergaan van de juiste sacramenten. Mensen werden gered door het geloof alleen, en dat geloof was een gave van God aan de mens. Aan de uitverkoren mens althans, zo stelde hervormer Calvijn. Pure genade was het, met menselijke verdienste had het niets te maken want die mens was door en door zondig. De geestelijkheid was als zodanig overbodig voor het zieleheil. Maar een nieuwe versie ervan, het gezag van dominee en kerkeraad, was volgens Calvijn wel nodig om het ware geloof er in te hameren bij de gelovigen.

Wat was hier radicaal aan? Weinig tot niets, op één ding na. Waar volgens de katholieke leer de geestelijkheid een onmisbare schakel was tussen mens en God,daar had de gelovige volgens Luther en Calvijn een directe lijn met God.Dat ging via het Woord van God, de Bijbel, en die kon iedereen in principe lezen. Het fundamentele onderscheid tussen gewone gelovigen en de geestelijkheid viel weg: een dominee was gewoon een gelovige die er door studie wat meer van wist, maar had geen Sleutel tot Gods Koninkrijk meer. Alle gelovigen waren potentieel predikant: het ‘priesterschap van alle gelovigen’ in Luthers formulering. Een subversief idee.

Calvijn en Luther compenseerden dat door gezagsgetrouwheid te prediken, door een bepaalde interpretatie van de Bijbel te promoten en alle andere interpretaties tot ketters te verklaren. Luthers kerk was nog altijd een staatskerk. Calvijns kerk niet, maar eiste wel het monopolie op binnen staat en gemeenschap waarin ze godsdienstig toezicht hield met steun van het wereldse gezag. Maar de geest was uit de fles.

Mensen lazen de Bijbel – inmiddels via boekdrukkunst en vertaling in volkstalen steeds wijder verbreid – en dachten er het hunne van. Mensen ervoeren bovendien de Geest van God die hen vertelde hoe ze de bijbel dienden te verstaan. Al snel doken er tal van varianten van de reformatie op, waaronder uiterst radicale. Je zag de twee eerder geschetste fenomenen weer opduiken. Arme mensen die, zelf lezend en nadenkend, stelden dat de Bijbelse God aan hun kant stond, tegenover de rijken en machtigen. Arme gelovigen die God ervoeren, niet als drukkende macht van hogerhand maar als geest in het hart. Volgens de logica van het ‘priesterschap van alle gelovigen’ hadden ze het volste recht om hun invulling van het geloof te verkondigen. Dat gebeurde dan ook, vol vuur en enthousiasme.

Kritiek vanuit deze vleugel van de reformatie radicaliseerde. Het idee van een staatskerk – waar iedereen vanaf geboorte bij hoorde, en waar iedereen via tienden aan meebetaalde – kwam onder vuur te liggen. De kinderdoop – waarmee lidmaatschap van deze kerk kort na geboorte bevestigd werd – werd vaak verworpen. Uit dat idee ontstonden de Wederdopers. Tot hen trad je vrijwillig toe als je Gods Geest had ervaren. Vervolgens liet je je dopen en hoorde je erbij. De kerk was voor hen geen verplichte maatschappelijke institutie, maar een vrije associatie van gelovigen. We herkennen hier iets terug van de Broeders en Zusters van de Vrije Geest. Net zoals bij de Vrije Geesten, ontbrak een elitaire houding bij deze overigens vaak straatarme mensen niet. Als ware gelovigen vond een aantal van hen dat ze gerechtigd waren het Koninkrijk van God bindend en gewelddadig op te leggen, hetgeen ze in 1524-25 kortstondig probeerden in de Duitse stad Münster. In andere delen van Europa verbreidde vreedzame varianten van de Dopers zich. In Midden-Europa dook een sociaal radicale variant ervan op, de Hutterieten. Zij vormden in Moravië tamelijk autonome en egalitaire gemeenschappen op basis van gemeenschapsbezit.(2)

Er waren andere soorten radicalisme in omloop. De drie-eenheid, het idee dat God tegelijk Vader, Zoon (Jezus) en Heilige Geest was, werd afgewezen door de zogeheten Unitariërs, naar één van hun kopstukken vaak Socinianen genoemd. Zij kregen invloed in Polen, waar in de zestiende eeuw geen van de grote godsdiensten het monopolie had. Leven en laten leven werd daar een tijdlang de norm. Unitariërs vormden een onderwijsinstelling, de Academie van Rakow. Ook hier werd religieus radicalisme tevens maatschappelijk radicalisme. ‘Net als de hutterieten van Moravië(…) bezat de gemeenschap alle goederen gezamenlijk, was ze pacifistisch en kende ze geen rangen en standen. Maar anders dat de Hutterieten koesterde ze geen wantrouwen tegen zelfstandige denkers of hogere scholing. Nergens in het zestiende eeuwse Europa werden de bestaande hiërarchische opvattingen zo verregaand uitgedaagd.’ (3) Unitariërs had je iets later in de Nederlanden ook. Ze vormden veelal met andere dissidente gelovigen, informele kringen en gespreksgroepen, zogeheten colleges. Deze mensen stonden daarom als Collegianten bekend. De filosoof Spinoza had contact met deze kringen.

Wat in de zestiende eeuw gold voor Polen, gold in de zeventiende eeuw decennia lang vooral voor Engeland. Dat werd een bolwerk van veelvormige, radicale subversie. In de zestiende eeuw had de koning van destijds de kerk onafhankelijk gemaakt van Rome. Intern kwam een hervormingsproces op gang, met ups en downs maar veelal met handhaving van de hiërarchische structuur, met bisschoppen en dergelijke. Er was binnen die kerk ook een vleugel die verder de protestantse kant op wilde: de Puriteinen. Er doken ook groepen op die buiten de officiële kerkstructuren opereerden.

In de zeventiende eeuw trachtte vorst, bisschoppen en hoge adel de teugels aan te trekken, via belastingmaatregelen, repressie en een naar katholicisme neigende orthodoxie. Dat lokte verzet uit van lagere adel en van een middenklasse van kleine en grotere handelaars en andere ondernemers. Het leidde tot burgeroorlog, tot revolutie.

Critici van koninklijk en bisschoppelijk gezag hanteerden daarbij veelal religieuze argumenten. De kritiek nam steeds verder gaande vormen aan. Bisschoppelijk en priesterlijk gezag werd in deze kringen afgewezen. Kerken waren in de visie van de revolutionaire opponenten van kroon en kerkhierarchie vrijwillige genootschappen, geen verplichte structuren waar iedereen verplicht lid van was en verplicht aan moest meebetalen. In principe kon iedereen in dit type onafhankelijke kerkgemeenten preken als de stem van God in hem (zelden of nooit van haar) sprak. Na de toespraak werd de preek besproken door de kerkgangers. Geloven deed je in het radicale protestantisme samen, een kerk besturen eveneens. Dit verschijnsel stond bekend als ‘congregationalisme’: een congregatie was een kerkgemeente, en die was in dit concept eigen baas.

Zoals deze revolutionairen met kerkelijk gezag omgingen – wat en hoe we geloven maken we zelf wel uit – zo gingen ze ook om met de maatschappij als geheel. Terwijl de strijd tegen de vorst nog gaande was, kwam binnen het leger, het revolutionaire New Model Army, het idee op van een min of meer democratisch staatsbestel, met gekozen functionarissen op basis van een sterk uitgebreid kiesrecht. Geen algemeen kiesrecht: bedienden en landarbeiders bleven buitengesloten, om over vrouwen maar te zwijgen. De stroming die dit propageerde en ervoor vocht, heette de Levellers: Gelijkmakers, Nivelleerders. Ze verloren de machtsstrijd. Hoge officieren draaiden de democratische beweging die in 1647 opkwam, rond 1649 de nek om, en Engeland werd na val en onthoofding van Karel I een militaire dictatuur onder Cromwell.

Maar in door revolutionaire strijd tijdelijk ingestorte gevestigde orde bleven een tijdlang allerlei radicale stromingen actief. Dat werd nog in de hand gewerkt door economische crisis, en het om zich heen grijpen van kapitalistische verhoudingen in een maatschappij waar de feodale structuren verzwkt waren geraakt. Boeren raakten land en inkomen krijt, kleine zakenlieden gingen bankrtoet. Eén van die bankroete kleine ondernemers heette Gerrard Winstanley. In hem zie je sociaal en geestelijk radicalisme verenigd. Winstanley kritiseerde het idee van arm en rijk, het idee van particuliere eigendom zelf. Hij stond daarmee in de traditie van degenen die het sinds jaar en dag op Bijbelse basis opnamen voor de armen, de traditie van opstandige boeren en hun voorvechters. Maar de God waar hij zich op baseerde, was onherkenbaar veranderd. Niet langer was God een oppermacht, hoog verheven boven een nederige mensheid. God was Rechtvaardigheid en Rede, en woonde in de harten van ieder mens. Hier zien we in nieuwe vorm de invalshoek van de middeleeuwse Vrije Geesten terug. Maar ook daarin was iets veranderd. De geest was universeel geworden, Rede en Gerechtigheid waren niet langer voorbehouden aan degenen in wie de Goddelijke Geest was gevaren, geen privilege meer maar een fundamenteel menselijke kern.

Winstanley liet het niet bij geestelijke bespiegelingen en het schrijven van tractaten. Samen met medestanders kwam hij in actie. Ze stonden bekend als True Levellers: ze breiden het ‘nivelleren’ van de politieke democraten uit tot de economie. Iedereen was gelijk iedereen hoorde toegang tot het land te hebben. Dat was bedoeld om vrij bewerkt te worden door wie maar wilde en kon. Ze namen braakliggend land in gebruik als landbouwgrond en vormden een soort communes. Grond bewerken, graven dus: ‘Diggers’, gravers, was al snel de naam waaronder deze groep bekend stond. Dit was in 1649. Lang duurde het niet: grondbezitters en het staatsgezag onderdrukten de Digger-gemeenschappen en maakten hun communes kapot. Een na de nederlaag opmerkelijk gematigder geworden Winstanley deed nog een schriftelijk beroep op Cromwell om via wetgevende macht een soort mengsel van democratie en communisme in te voeren, compleet met doodstraf voor wie zich niet aan de regels hield.

De Winstanley uit de korte gloriedagen van de Diggers sprak en scheef radicaal anders. Laten we deze zeventiende eeuwse raddraaier zelf het word geven (4): ‘iedereen die autoriteit in zijn handen krijgt, tyranniseert over anderen: zoals veel echtenoten, ouders, meesters, magistraten, die naar het vlees leven, gedragen zich als onderdrukkende heren over degenen onder hen: niet wetende dat hun echtgenotes, kinderen, bedienden, onderdanen zijn hun medeschepselen, die een gelijk voorrecht hebben om met hen de zegeningen van de vrijheid te genieten’ Dat ‘naar het vlees leven’ kun je vertalen als: leven vanuit hebzucht. Merk op hoe Winstanley in de reeks foute autoriteiten die hij noemt, begint met echtgenoot en ouder, niet bij meester en magistraat!

Verderop in dezelfde tekst: ‘Laten alle mensen zeggen wat ze willen, zo lang als er Heersers zijn die hen land het Hunne noemen en het particuliere eigendom van Mijn en Dijn hoog houden, zullen de gewone mensen nooit hun vrijheid hebben, noch zal het land zo ooit vrij van moeilijkheden, onderdrukkingen en klachten, waardoor de Schepper van alle dingen voortdurend wordt geprovoceerd.’ Vrijheid van onderdrukking; afwijzing van particuliere eigendom en uitbuiting, dit alles ingebed in religieuze taal waar echter niets meer betekent wat het in de orthodoxe versie geacht werd te betekenen.

Gerrald Winstanley ontvouwt hier in Bijbels klinkende taal in feite een anarchistische visie. Degenen die het Westerse anarchisme vooral zien als kind van de Verlichting hebben ergens gelijk. Maar laten we niet vergeten dat dit anarchisme tegelijk een kleinkind van de protestantse reformatie is. Uiteindelijk was de grondlegger van het anarchisme in nederland ooit ook een Lutherse dominee.

Noten:

1 Christopher Hill, The World Turned Upside Down – Radical Ideas during the English Revolution (Penguin, Londen, 1972), 98

2 Diarmaid MacCullough, Reformatie: Het Europese huis verdeeld, 1490-1700 (Utrcht 2005; vertaald uit het Engels: Londen 2003) 184-185

3 idem, 348-349

4 Gerrard Winstanley, The New Law of Righteousness (1649), geciteerd in: Robert Graham (ed.), Anarchism: A Documentary History of Libertarian Ideas, Volume One: From Anarchy to Anarchism (33CE to 1939) (Canada 2005), 8, 9

Peter Storm

Reformatie, rebellie, revolutie? 500 jaar na 95 stellingen

Ook onderstaand artikel schreef ik voor Buiten de Orde 2017/3 , waar het – veel mooier natuurlijk –  al te lezen is. Ligt het nummer al op je leestafel?

Op 31 oktober 1517 bevestigde een hele boze monnik naar verluidt 95 stellingen aan een kerkdeur in het stadje Wittenberg, in wat tegenwoordig Duitsland is. De boze monnik heette Maarten Luther, en zijn actie gaat door als het symbolisch startpunt van wat later bekend werd als de protestantse reformatie. Of het hele verhaal van die actie wel klopt staat niet eens helemaal vast. Evengoed is die 31 oktober de datum geworden waar jaarlijks die reformatie wordt herdacht. Dit jaar is die reformatie dus precies vijfhonderd jaar oud, en dat wordt herdacht. Is dat interessant voor anarchisten? Ik denk van wel, zoals ik hieronder probeer uiteen te zetten. Continue reading “Reformatie, rebellie, revolutie? 500 jaar na 95 stellingen” »

Op zoek naar alternatieven voor gevangenis en strafrecht

dinsdag 31 oktober 2017

Onderstaand artikel schreef ik voor Buiten de Orde 2017/2, en verscheen daar al een aardig tijdje terug. Nu dus ook hier.

Geen celstraf, maar wat dan wel?
Op zoek naar alternatieven voor gevangenis en strafrecht

Een maatschappij van vrijheid, van solidariteit op basis van gelijkwaardigheid, verdraagt geen strafrecht. Zo’n maatschappij zou onmiddellijk haar vrijheid kwijtraken als ze wetten zou tolereren, plus instellingen om naleving van die wetten af te dwingen. Geen strafrecht bestaat immers zonder autoriteit van degene die straft jegens degene die gestraft wordt

Precies vanwege die autoriteit zijn er dus politieagenten die mensen naar rechtbanken slepen, officieren van justitie die zulke mensen aanklagen, rechters die ze veroordelen en gevangenissen om ze in op te sluiten. Wie consequent opkomt voor vrijheid, voor individuele en collectieve zelfbepaling, zal oplegende autoriteit afwijzen. Zij die dat doen wijzen daarom – als ze een beetje consistent zijn in hun opvattingen – politie, strafrechtspleging en gevangenissen principieel van de hand als verwerpelijke en antisociale dwangmiddelen die de vrijheid bedreigen. Continue reading “Op zoek naar alternatieven voor gevangenis en strafrecht” »

1917: op zoek naar een ander ‘wij’

woensdag 4 oktober 2017

Onderstaand stuk schreef ik voor Konfrontatie.nl. Daar staat het al. Hieronder nu dus ook, met nog wat kleine wijzigingen voor de helderheid.

De Russische Revolutie is leverbaar in tal van varianten, voor elke doelgroep één. Ze zijn het bestuderen meer dan waard, en je kijkt je ogen uit. Misschien kom je er al studerend zelfs een klein beetje achter hoe het nu zat, al blijft zelfs met de betere versies voorzichtigheid geboden. Continue reading “1917: op zoek naar een ander ‘wij’” »

Gemengde gevoelens na een demonstratie

zondag 19 maart 2017

Een redelijk goede, levendige demo. Een manifestatie die abominabel van opzet was, en die ik dan ook vrij snel ben ontvlucht, samen met anderen. Een gemengd, niet helemaal tevreden gevoel achteraf. Dat is de samenvatting van de jaarlijkse antiracisme-demonstratie in Amsterdam waar ik gisteren aan deelnam. Continue reading “Gemengde gevoelens na een demonstratie” »

Verkiezingen en verrechtsing (4): zaken die knagen, lastige vragen

Artikel 1 was wat mij betreft de beste optie voor wie per se wilde gaan stemmen, iets wat ik zelf nadrukkelijk hebt vertikt, maar dat is de kwestie hier niet. Er is een andere kant aan de steun die Artikel 1 krijgt. Dat gaat dan minder over Artikel 1 zelf dan over de steun – niet enkel de incidentele stem – die ze ondervindt in radicaal-linkse, antiautoritair en anarchistische kring. Wat volgt is dus wat mij betreft niet iets wat de mensen van Artikel 1 zich zelf erg aan hoeven te trekken. Het is meer gericht aan mensen die zich doorgaans verregaand buitenparlementair opstellen, maar geneigd zijn om bij Artikel 1 over hun anti-parlementarisme heen te stappen. Varianten van het verschijnsel zie je ook rond andere partijen: ook SP, Partij voor de Dieren (1) en Denk kent mensen met anti-autoritaire inslag in hun periferie. Het verschijnsel vraagt wat mij betreft om wat kritisch commentaar. Dat vind je in dit slot, deel vier van deze serie “Verkiezingen en verrechtsing”. Continue reading “Verkiezingen en verrechtsing (4): zaken die knagen, lastige vragen” »

Waarom ik niet meedoe

dinsdag 14 maart 2017

Dat verkiezingsspektakel dus. Ik was deze ronde niet echt van plan uiteen te gaan zetten wat op op verkiezingsdag ga doen, en waarom. Zelfs oproepen om niet te gaan stemmen is eigenlijk te veel eer voor het hele electorale gebeuren. Maar er is geen ontkomen aan de reactionaire carrousel aan oproepen en stemadviezen, waardoor ook tal van mensen ter radicale linkerzijde zijn meegezogen. Dat is laatste ook niet zo gek, met meerdere vleugels van fascistische politiek in opmars onder aanvoering van Wilders en nu ook Baudet, en vrijwel de complete gevestigde politiek, Rutte voorop, in collaboratie-modus. De morele aandrang om via de stembus een ‘tegengeluid’ tegenover Wilders te zetten, een ‘breuk met het neoliberalisme’ af te dwingen, je ‘stem niet verloren te laten gaan’ is overweldigend groot. Daarmee dringt de noodzaak zich op om toch maar uiteen te zetten waarom ik toch niet meedoe en andere fronten van strijd kies. Hier gaat-ie. Continue reading “Waarom ik niet meedoe” »

Terugkijken op mooi weekje strijd

vrijdag 10 maart 2017

We beleven een opmerkelijk gunstig weekje voor de antifascistische en aanverwante strijd. Vier acties, kleinschalig maar tamelijk effectief, en dat binnen vijf dagen tijd. Bepaaald niet onaardig. Een vleugje feestvreugde is niet misplaatst. En er valt wat van te leren ook. Continue reading “Terugkijken op mooi weekje strijd” »

Anarchisme en anarcho-kapitalisme: werelden van verschillen

Onderstaand stuk schreef ik voor de Buiten de Orde 2016 nummer vier, die vlak voor de jaarwisseling  naar 2017 toe verscheen.

Anarchisme en anarcho-kapitalisme: werelden van verschillen
Waar eigendom en markt de scepter zwaaien, raakt vrijheid zoek…

Het anarchisme kent tal van varianten, want anarchisten hebben over tal van zaken zeer uiteenlopende opvattingen. Het is wijsheid als de aanhangers van het ene type anarchisme aanhangers van een andere variant tenminste erkennen als mede-anarchisten, hoe zeer we onze onderlinge verschillen ook voor het voetlicht willen brengen. Maar niet alles wat zich anarchisme noemt, is dat ook werkelijk. Zo is er zogeheten anarcho-kapitalisme. Aanhangers ervan geven zich voor anarchist uit, omdat ze evenals anarchisten tegen de staat zijn. Maar waar de afwijzing van staat en regering bij anarchisten deel uitmaakt van een afwijzing van hiërarchie en opgelegde autoriteit, daar is bij aanhangers van het anarcho-kapitalisme van zo ’n diepere afwijzing van hiërarchische autoriteit geen sprake. Sterker nog: die autoriteit wordt op allerlei fronten openlijk aangeprezen, soms tot het legitimeren van slavernij aan toe. Continue reading “Anarchisme en anarcho-kapitalisme: werelden van verschillen” »