Staatsgrevolutie in Armenië

dinsdag 24 april 2018

Een tiendaagse golf van massademonstraties en burgerlijke ongehoorzaamheid heeft de kersverse premier en would-be sterke man van Armenië tot aftreden aangezet (1). De druk van de straatprotesten werd kennelijk te sterk, nu niet alleen Orthodoxe geestelijken, maar ook soldaten – ongewapend, maar wel in uniform – opvallend zichtbaar meeliepen in een demonstratie. Betekenen de gebeurtenissen een revolutie? Een staatsgreep? Zijn ze verwelkomen als tenminste een stap in de goede richting?

De protesten begonnen nadat Serge Sarkisian, niet lang geleden afgetreden als president, door het parlement als premier dreigde te worden aangewezen. Dit volgde op een grondwetswijziging in 2015. Die hield in dat… de macht van de premier sterk werd uitgebreid. Destijds had Sarkisian geruststellend gezegd dat hij het premierschap niet hoefde. In april 2018 was hij kennelijk van mening veranderd en liet zich door een parlementaire meerderheid in het premierszadel hijsen – een positie die via dat referendum dus flink verstevigd was. Sarkisian had er al twee ambtstermijnen als president op zitten en leidde in die hoedanigheid sinds 2008 de staat. Nu dreigde hij als premier die politieke oppermacht verder te continueren. Veel inwoners van Armenië reageerden op deze autoritaire manipulaties door de straat op de gaan in protest. En in hun afkeer van het spel dat Sarkisian zijn macht verstevigde en opnieuw verlengde, geef ik die protesterenden groot gelijk.

De protesten waren overwegend vreedzaam. Dat kan geenszins gezegd worden van de reactie vanuit het staatsgezag. Politie sloeg er nu en dan stevig op los. Zeker 200 mensen zijn tijdens de protesten gearresteerd. Daaronder een tweetal politici van de parlementaire oppositie. Gisteren sloot politie ook Nikol Pashinyan, de belangrijkste oppositieleider en aanvoerder van de protesten, enige tijd op. Dat gebeurde na een onderhoud tussen hem en de premier, waarin de oppositieleider Sarkisian maande om af te treden. “Chantage”, aldus de premier, en na het gesprek werd de oppositieleider meegenomen (2). Hij is intussen weer vrij.

De protesten werden dus geleid door deze Pashiniyan, maar het is geen one man-show. Het draagvlak is veel breder. Een oproep, ondersteund door tal van NGO’s op het gebied van corruptiebestrijding, bestuurlijke transparantie en democratie, vrouwenrechten en milieu, stelde op 21 april: “Terwijl de beweging geleid wordt door een oppositieleider, is de beweging niet partijgebonden.” De verklaring zegt ook iets over gangmakers en organisatie: “De protesten werden onafhankelijk van elkaar beginnen door verschillende groepen, in het bijzonder de ‘Civiel Contract’-partij, ‘Wijs Serzh Af’ en het ‘Reddingsfront van de Armeense Staat’” De protesten waren al op 13 april begonnen, en groeiden tot een soort volksopstand uit toen Sarkisian zich op 17 april in een door legioenen ordetroepen beschermd parlementsgebouw tot premier had laten kronen. De verklaring stipt ook het politiegeweld tegen protesterende mensen aan: “politie gebruikte de ‘speciale middelen’ van rookgranaten, en verwondde 46 mensen. Minstens 60 mensen werden aangevallen, geslagen en meegenomen naar politiebureaus” (3)

Dat de protesten meer zijn dan de fanclub van een oppositioneel politicus, blijkt ook uit een mooi ooggetuigenverslag van het protest op 17 april, op het aan dezelfde website gekoppelde blog. Daar lezen we: “Nu ben ik nooit een groot fan geweest van Nikol Pashiniyan, een parlementslid dat het oppositionele Yelk-blok vertegenwoordigt, ook al bewonder ik zijn sterke wil en duidelijkheid. Maar hij heeft mensen eerder teleurgesteld, nogal wat keren, door een spel te spelen samen met de autoriteiten.” En hij noemt teleurstellend gedrag bij eerder protest. “Maar deze beweging gaat niet om hem. Het gaat om de jeugd van Armenië en hun streven naar gerechtigheid, en hun strijd om in een vrije, democratische staat te leven, en niet één die geregeerd wordt door een steeds meer autoritair bewind.” (4)

Hetzelfde verslag beschrijft de dynamiek van het straatprotest: vreedzaam, beweeglijk, dan weer het ene plein met een sit-in stilleggend, dan weer de toegang tot een overheidsgebouw belettend met een blokkade voor de ingang. De auteur sprak van “een georganiseerd maar tegelijk gedecentraliseerde ketting van protesten.” Op Aljazeera geeft politiek wetenschapper Anne Ohaniyan een vergelijkbare typering: “De beweging van dit voorjaar is echter anders. Ze is groter in schaal en geografisch breed. Ze vertoont raffinement, wordt van onderop aangedreven, met een buitengewoon grote mate van zelfbestuur.” Ook prijst ze het geweldloze karakter van de beweging.

Ze voegt daar aan toe: “In het specifieke geval van Armenië hebben grootschalige burgerlijke ongehoorzaamheid en grassroots-democratische bewegingen het potentieel om de kracht van de staat aan te vullen door de regering van hoognodige ‘leverage’ te voorzien in het omgaan met hegemonische machten in hun buurten.” Het land lig ingebed tussen “Rusland en het Westen”, en regeringen zouden zich verstevigen als ze leunen om zelf-georganiseerde bewegingen zoals het huidige protest. Ze vraagt zich wel af of de regering dat zelf ook zo ziet, en de repressie van het protest geeft daarom een soort van antwoord.

De geopolitieke dimensie is in het protest niet zonder betekenis. Jazeker, de Armeense protesterende jeugd wil meer vrijheid en keert zich tegen het autoritaire bewind dat Sarkisian probeerde te consolideren. Hulde aan die jeugd! Maar wat wil aanvoerder Pashiniyan, behalve de premier beentje lichten? En wat was de kritiek op het beleid van die premier nu eigenlijk? Je leest er weinig over. Radio Free Europe weet te melden dat Pashiniyan “een lange staat van dienst heeft van uitdaging, burgerlijke ongehoorzaamheid” (6) . Maar over de inhoud van diens verdere opvattingen lezen we ook daar niet veel. En het feit dat deze mediasite hem zo prijzend bespreekt, geeft te denken. Radio Free Europe is ooit begonnen als CIA-propagandazender. En hoewel er wel degelijk zinnige informatie op te vinden is – net als op andere propagandazenders, van NOS tot RT – is lof uit die hoek veelal een teken dat de geprezen politicus een pro-westerse koers vaart, of minstens open staat voor westerse invloed.

Dit is een indirecte aanwijzing dat het volksprotest westerse machten niet onwelkom is. Een andere aanwijzing geeft de BBC. Die zet als onderschrift bij een fot0 van de inmiddels ten val gekomen premier: “Mr Sarkisian heeft kritiek gekregen vanwege zijn nauwe banden met Rusland.” We lezen ook: “Mr Sarkisian werd er ook van beschuldigd dat hij de spanningen met Azerbeidzjan en Turkije niet aanpakte, evenmin als de armoede thuis.” Die spanningen zouden zeer wel kunnen gaan over de enclave Nagorno-Karabagh, overwegend door Armeniërs bewoond maar deel van Azerbeidzjan. De Azeri, de dominante bevolkingsgroep van Azerbeidzjan, spreken een Turkse taal en zijn net als de meeste Turken moslims, hetgeen iets van de band tussen dat land en Turkije kan helpen verklaren. De Turkse staat werpt zich wel vaker op als zaakwaarnemer van wat ze als verwante volkeren ziet.

Er zijn dus, naast een door autoritarisme en armoede getergde bevolking, meer belanghebbenden die Sarkisian als obstakel kunnen hebben gezien. Belanghebbenden die een nauwe band tussen Rusland en Armenië niet zagen zitten, en misschien een Armenië wilden dat plooibaarder jegens Turkije zou staan. Dat roept de vraag op: is de protestbeweging deels aangestuurd, en door wie dan? We hebben vaker ‘revoluties’ gezien waarin duidelijk westerse beïnvloeding te bespeuren was, vaak via met Amerikaans en/of West-Europees overheidsgeld gesteunde oppositionele NGO’s . Hiermee zou dan een democratische en marktgeoriënteerde maatschappij nagestreefd worden, puur toevallig ook een waarvan de regeringen zich meer pro-westers op zouden stellen en waarin westerse multinationals volop speelruimte zouden krijgen.

Ik heb geen keiharde aanwijzingen dat dit in de Armeense protestbeweging een grote rol speelt. Aannemelijk is het wel. Het soort NGOs onder de in voetnoot 3 genoemde verklaring is wel het slag organisaties waarmee dit type van ‘soft power’ door westerse staten en van staatswege ondersteunde instellingen pleegt te opereren. Interessant is dat in het genoemde lijstje een belangrijke organisatie ontbreekt: de vakbondsfederatie HAMK. Blijkens een interview uit 2016 met de voorzitter daarvan (7) is dat overigens geen zeer radicale organisatie. Maar het is wel het soort beweging vanwaar je een wat kritische opstelling jegens neoliberale maatregelen kunt verwachten.

Dat vakbonden zich niet aan de kant van een anti-regeringsprotest scharen, kan wel degelijk een teken zijn dat sociale en economische verlangens onder de protesterenden geen grote rol spelen, althans niet bewust. Het feit dat tot het actierepertoire wel de demonstratie en de sit-in behoort, maar dat stakingen en bijvoorbeeld ook plunderingen klaarblijkelijk ontbreken, is ook tekenend. Het protest is dus vooral politiek, en niet zozeer sociaal-economisch van aard. Dat maakt de beweging oppervlakkig, makkelijker manipuleerbaar door ondernemers en politici en westerse beïnvloeding. Zou het protest duidelijk een kwestie zijn van arm tegenover rijk, dan was het voor zulke beïnvloeding weliswaar niet immuun. Maar de neiging van gevestigde politiek en bedrijven om zich met zoiets riskants in te laten en zo´n beweging als bondgenoot te bejegenen zou veel geringer zijn.

Tekenend voor het gebrek aan sociaal radicalisme in het protest is ook de breedte ervan, en het nationale karakter. We zien veel Armeense vlaggen. We zien aan kop van de demonstratie van afgelopen maandag Orthodox christelijke geestelijken. De Armeense orthodoxe kerk is een soort spirituele steunpilaar van nationale eenheid. We zien ook soldaten in uniform meelopen, leden dus van de gewapende steunpilaar van nationale eenheid.

Overigens dreigde het ministerie van defensie met strafmaatregelen tegen deze militairen. Er zit dus mogelijk spanning tussen soldaten en degenen onder wiens commando ze staan, iets dat dan weer niet op nationale eenheid duidt maar op een mogelijk interessante ondermijning van het staatsgezag zelf. Het is echter ook denkbaar dat die soldaten groen licht hebben gekregen van rechtstreekse superieuren, hun officieren. Zoiets kan wijzen op een militaire rol op de achtergrond van het protest. En het is wel erg typisch dat binnen een paar uur nadat deze militairen mee gingen protesteren, de premier het voor gezien hield en zijn aftreden bekend maakte.

Een serieuze revolutie is het alles bij elkaar niet. Tekenen van een verkapte staatsgreep zijn echter wel degelijk waarneembaar. Daarmee is de regie van de gebeurtenissen dan eerder in handen van elementen achter de schermen binnen het staatsapparaat dan in handen van een opstandige bevolking op straat.

Toch is al te groot cynisme niet noodzakelijk en niet erg rechtvaardig jegens de opstandige jonge demonstranten. Zij hebben hun nek uitgestoken voor meer vrijheid. Zij hebben politiegeweld getrotseerd. Zij hebben pleinen bezet, overheidsgebouwen geblokkeerd, het gezag met aanstekelijke ongehoorzaamheid bestookt. Zij voelen zich overwinnaar, en geef ze eens ongelijk!

Hun protest is wel degelijk bewonderenswaardig en, waar het zich tegen autoritaire regeringsmacht richtte, rechtmatig ook. Dat het proces deels aangestuurd is door krachten die helemaal geen vrienden van werkelijke vrijheid en sociale rechtvaardigheid zijn, is hoogstwaarschijnlijk waar. Dat maakt de opstand echter nog niet simpelweg tot een Westers of pro-westers complot. Een diepgaande revolutie is het niet, maar louter een staatsgreep is het evenmin. Het is een staatsgrevolutie zogezegd, een mengvorm, een verstrengeling van twee processen tegelijk. Pro-westerse machinaties om een pro.Russische regering in een pro-westerse om te vormen enerzijds. Een authentieke revolte van vooral jonge mensen tegen onderdrukking en de arrogantie van de macht anderzijds.

Tussen die twee processen – beiden gericht tegen de premier, maar verder heel anders van aard – bestaat een inherente spanning. Wat voor nieuwe regering er ook uit de recente ontwikkeling opduikt, het is aannemelijk dat mensen die via demonstraties en sit-ins aan de val van de premier hebben bijgedragen, daar een zelfvertrouwen aan ontlenen dat ze ook tegen toekomstige machthebbers zouden kunnen inzetten. De opstandige jeugd van Armenië heeft haar laatste woord bepaald nog niet gesproken.

Noten:

1 “ Premier Armenië stapt op na dagenlange demonstraties” , NOS, 23 april 2018, https://nos.nl/artikel/2228669-premier-armenie-stapt-op-na-dagenlange-demonstraties.html

2 “Armenian opposition leader Nikol Pashinyan detained”, Aljazeera, 22 april 2018, https://www.aljazeera.com/news/2018/04/armenian-pm-sargsyan-walks-meeting-opposition-180422063600399.html

3 “ Armenia: Urgent Appeal To International Organizations and Democratic States”, Hetq – Investigative Journalists, 21 april 2018, http://hetq.am/eng/news/87789/armenia-urgent-appeal-to-international-organizations-and-democratic-states.html

4 “Thoughts on 17 April”, Footprints – Tracing Armenia’s footsteps”, 18 april 2018, http://hetqblog.com/thoughts-on-april-17/

5 Anna Ohanyan, “ A very potent protest movement is emerging in Armenia” , Aljazeera, 21 april 2018, https://www.aljazeera.com/indepth/opinion/potent-protest-movement-emerging-armenia-180419135116999.html

6 “ Serzh Sargsiyan: Armenian prime minister resigns after days of protests” , BBC, 23 april 2018, http://www.bbc.com/news/world-europe-43868433

7 Markar Melkonian en Hrant Gadarigian, “Defending Armenia´s Workers – Is Class Atruggle on the Agenda?”, Hetq Investrigative Journalists, 10 sepotember 2016, http://hetq.am/eng/news/70633/defending-armenias-workersis-class-struggle-on-the-agenda.html

8 “Armenia Soldiers join anti-government protests in Yerevan” , Aljazeera 23 april 2018, https://www.aljazeera.com/news/2018/04/armenia-soldiers-join-anti-government-protests-yerevan-180423103106657.html

Peter Storm

Comments are closed.