Geen traan om dat referendum, maar…

woensdag 21 februari 2018

Het kabinet wil van het raadgevend referendum af, een meerderheid van de Tweede Kamer gaat er in mee. Dat raadgevend referendum gaat dus voor de bijl, en ik kan er geen democratische traan om laten. Maar de manier waarop de coalitie dit doordrukt, en zelfs een raadgevend referendum over de wet die de afschaffing ervan regelt maar eventjes blokkeert, is erg onsmakelijk.

Eerst het referendum, raadgevend of anderszins. Referenda zijn ondingen. Ze maken van complexe problemen kwesties van ja of nee. Daarbij komen zowel aan de ja- als aan de nee-kant mensen met tegenovergestelde visies aan dezelfde kant te staan, en staan mensen met verwante visies tegenover elkaar. Zinnige en diepgaande afwegingen gaan teloor in geschreeuw tussen twee groepen, waarvan degene die de meeste decibellen produceert, de strijd wint. Decibellen vergen aantallen, geen afwegingen. Ze vergen een grote dure geluidsinstallatie. Referenda zijn verkiezingen tussen goed gefinancierde politieke partijen, maar dan doorgaans nog wat erger. Als dat democratie en volkssoevereiniteit is, dan ben ik tegen democratie en tegen volkssoevereiniteit.

Voorbeelden? Brexit in Groot-Brittannië, het referendum of dat land wel of niet in de EU moest blijven. Gangmakers van die Brexit kwamen uit rechtse kring. Daar leefde het idee dat de Britten zich niet door bureaucratische bemoeials uit Brussel de wet moesten laten voorschrijven. Bemoeials uit Londen waren kennelijk geen probleem, om over de bureraucratische bemoeials die elk stadsbestuur en elk overheidsgezag beheersen en typeren, maar te zwijgen. Nee, de bemoeials waren verwerpelijk omdat ze van buitenaf kwamen. Xenofobie was the name of the game. Het was ook duidelijk dat die xenofobie niet louter ging om afkeer van Brusselse bureaucraten. De Brexit-campagne richtte zich, vaak bedekt maar soms vrij openlijk, tegen ‘immigratie en daarmee tegen immigranten. Dichte grenzen, met de zeggenschap erover in handen van Britse bureaucraten, daar ging het Brexit-gangmakers om. Brexit-pleidooien hanteerden racistische motieven en versterkten dat racisme.

Maar er was ook Lexit! Een Exit met Linkse argumenten. Er waren mensen die, vanuit een linkse kritiek op de EU als neoliberaal, imperialistisch project, de EU afwijzen en het uittreden van Groot-Brttannië als stap in de goede richting zagen. Ook zij steunden Brexit, maar belandden dus feitelijk wel zij aan zij met xenofoob en racistisch rechts.

Het andere kamp was al net zo heterogeen. Gangmakers van een néé tegen Brexit waren te vinden in kringen van grote ondernemers. Die hadden veel profijt van de gemeenschappelijke markt en investeringszone die de EU hen bood. De EU verschafte ze bovendien een machtspolitieke hefboom op het wereldtoneel eaarmee ze hun belangen konden dienen. Het British Empire was een beetje aftands geworden. Maar als deel van een European Empire-in-wording kon het Britse establishment haar partijtje blijven meeblazen op de zeven wereldzeeën en de vijf continenten. De top van het Britse bedrijfsleven was daarom tegen een Brexit.

Maar er was ook een linkse anti-Brexit-stroming. Juist mensen die zagen hoe Brexit bepleit werd met xenofobe en racistische taal, keerden zich er tegen. Antiracisten, mensen die zich voor vrijere migratie en voor vluchtelingen inzetten, spraken zich tegen een Brexit uit. Het was symptomatisch dat na het referendum waarin Brexit gewonnen had, er juist uit linkse hoek meteen antiracistisch straatprotest werd gelanceerd (1).

Zo waren beide kampen, pro- zowel als anti-Brexit, dus monsterverbonden. In beide kampen zat links zowel als rechts. Maar beide kampen werden door de rechtervleugel aangestuurd en gedomineerd. Met de winst van Brexit won vooral de xenofobe vleugel van het establishment. Had anti-Brexit gewonnen, dan was dat hoogstwaarschijnlijk vooral een overwinning geweest voor de hoofdstroom van datzelfde establishment. De in twee kampen belande linkervleugels waren aanhangsel, hoe zeer ze ook hun best deden om een onafhankelijke opstelling te verdedigen. Het verstandigste, radicale antwoord was wat mij betreft dan ook: deze keus weigeren, en een ‘ongeacht’-benadering bepleiten en in de praktijk brengen. Ongeacht of Brexit doorgaat of niet, de strijd tegen het uitsluiten, opsluiten en deporteren van vluchtelingen dient gevoerd te worden. Ongeacht of Brexit doorgaat of niet, de strijd tegen bewapening – Brits of Europees verpakt – dient te worden gevoerd. Ongeacht de precieze omvang van Fort Europa, het fort dient te worden gesloopt. Ongeacht waar grenzen precies liggen, die grenzen dienen beschouwd te worden als aantasting van vrijheid en van solidariteit, en daarom te worden gesloopt. Niet de keus voor wel of geen Brexit, maar de keus voor wel of geen verzet tegen onrecht dat ons van hogerhand wordt opgedrongen, waar de staatsgrenzen ook precies lopen. Dat is de keus die er toe doet.

Voor het Oekraïne-referendum gold iets dergelijks. In beide kampen zaten zowel rechtse als linkse mensen, maar in beide kampen zette rechts de toon. Ook daar gold wat mij betreft een ongeacht-potitie: afwijzing van de referendumkeus, en doorzetten van de strijd rond thema’s en aan fronten waar je relevant en vruchtbaar strijd kunt voeren. Ik heb dat referendum destijds geboycot, het was vooral ook een opstapje in voor extreem-rechtse krachten, van geestverwanten van Jan Roos en Thierry Baudet en dergelijke, om zich populair te maken door anti-Europese sentimenten te bespelen. En inderdaad, Baudet heeft inmiddels zijn denktank omgezet in een inmiddels griezelig sterke gelijknamige fascistische partij: het Forum voor Democratie.

Het probleem ligt hier dieper dan elk referendum afzonderlijk. Het mechanisme zelf werkt demagogie in de hand. Referenda zijn doorgaans ja-of-nee kwesties. Er is geen plek voor nee, mits, ja tenzij, voor deels nee, deels-ja, voor twee jaar uitstel voor nader onderzoek. Alles wordt plat tweedimensionaal. Jouw stem is geforceerd opgenomen in een kunstmatige collectieve stem waar je geen enkele greep op hebt. Je hebt als individu geen inhoudelijke inbreng, alle stemmen van afzonderlijke mensen worden ingelijfd in één van beide kampen en vermalen tot één stem. Jouw stem telt niet, behalve puur als deel van een platte optelsom.Dat heet dan democratisch. Welnu, als dat democratie is, hoef ik die democratie dus niet.

Echt zelfbestuur van vrije en gelijkwaardige mensen – ook wel eens, lichtelijk misleidend, ‘directe democratie genoemd maar feitelijk iets heel anders – bestaat uit mensen die weloverwogen overleggen, delibereren, luisteren naar elkaar en dan een besluit nemen waarin iedereen een inbreng heeft die door het besluit wordt geraakt. Zoiets gaat face to face, of hooguit via gedelegeerden die vanuit face to face bijeenkomsten – assemblees, raden – worden gecontroleerd, aangestuurd en desnoods teruggefloten. Dat geeft zeggenschap. Dat is de moeite waard. Daar zet ik me graag voor in. Maar een referendum, ‘directe democratie’? Directe demagogie is het.

Er is een reden dat griezelpolitici als Wilders en Baudet er zo van houden. Ik zie geen reden waarom anarchisten er fan van zouden zijn. Het is geen verbetering ten opzichte van de al vrij erbarmelijke parlementaire democratie. Het is in zekere zin een verslechtering. Het is een vorm van verdere centralisatie van het debat, dat daarmee uit de handen van mensen als jij en ik wordt gehaald om in handen van campagneteams te belanden, doorgaans met flinke ladingen geld er achter. De luidste stem geldt, deels vanwege dat optellen van afzonderlijke, bruut samengesmolten stemmen, maar deels ook door de werking van de sterkste geluidsinstallatie die een campagneteam voor het beschikbare geld weet aan te schaffen.

Dat geldt sowieso voor een bindend referendum, en ook voor een raadgevend referendum. Maar met een raadgevend referendum wordt het allemaal ergens nog een graadje erger. Formeel is dat alleen een advies dat vanuit de bevolking wordt uitgebracht over een beleidsvraagstuk, met overigens dezelfde vervlakkend-demagogische werking als een bindend referendum. Maar omdat het een referendum heet, en geen opiniepeiling, krijgen mensen toch het gevoel dat hun stem ermee gewicht krijgt dat niet genegeerd hoort te worden. Toch is die ruimte er natuurlijk wel, want het is niet bindend. Dus mensen voelen zich toch bekocht als Rutte een referendumuitslag naast zich neerlegt. Formeel hebben die mensen geen been om op te staan met hun klacht. Toch is het, juist vanwege het officiële en opgeblazen karakter van ieder referendum, best begrijpelijk dat mensen die de moeite nemen om hun stem uit te brengen, zich genegeerd voelen in zo’n situatie.

Een raadgevend referendum, een niet-beslissende beslissing, en daarmee net zo bespottelijk als een raadgevende parlementsverkiezing zou zijn. Het is geen middel om genegeerde burgers een stem te geven. Het is een middel waarmee het gevoel dat burgers genegeerd worden, juist versterkt wordt, elke keer dat een referendumoptie A een meerderheid geeft en de regering toch voor optie B gaat. Nee, met het opdoeken van dat raadgevende referendum heb ik inhoudelijk geen probleem. Demagogische democratie kan me gestolen worden. En een niet-demagogische democratie bestaat niet. Wie zil zien dat mensen werkelijkz eggenschap over hun eigen levens hebben, kan beter elders zoeken. Daarom ben ik anarchist, en geen democraat in welke gangbare betekenis dan ook.

Waarom ben ik dan toch boos over de manier waarop de regering het raadgevend referendum momenteel afschaft? Dat zit in de houding die het kabinet ten toonspreidt, de arrogantie van de macht die er zo nadrukkelijk in doorklinkt. Okay, volgens de geldige procedures wordt er een wet aangenomen waarin staat: ‘het raadgevend referendum is afgeschaft’. Maar de wet waarin dat raadgevend referendum werd ingevoerd stelde nu juist dat over nieuwe wetten en raadgevend referendum kon worden verkregen als mensen daarvoor voldoende handtekeningen verzamelden. In principe geldt dat dus ook voor de afschaffingswet.

De redenering ‘maar met de nieuwe wet is die oude wet niet meer van kracht’ schijnt weliswaar juridisch te deugen, volgens advies van de Raad van State. Het zal wel, maar juridisch is door experts vrij veel recht te praten. Het rechtsstelsel is bovendien niet van ons, van de bevolking. Het voelt hoe dan ook toch wonderlijk aan: als je de spelregels verandert, dan doe je dat op basis van de bestaande spelregels. Als je een wet verandert, doe je dat op basis van de bestaande wet, die geldig blijft tot de verandering definitief is doorgevoerd, op basis van de tot dan toe geldende wetgeving. Waar de bestaande wet iets zegt over hoe je wetten verandert, klinkt het immers toch logisch dat de bestaande wet toepasbaar is totdat de nieuwe wet – inclusief alle procedures die een wet eventueel kunnen blokkeren – doorlopen zijn. De weg open houden voor een raadgevend referendum, ook over een wet die dat raadgevend referendum afschaft, was binnen gangbare staatsrechtelijke procedures toch minder onfris overgekomen. Het is alsof de regering zegt: we willen jullie zelfs de schamele zeggenschap ontnemen die jullie in staat stelt om iets te zeggen over de schamele zeggenschap die we jullie ontnemen. Er klinkt een houding van minachting in door, een houding van terug-in-je-hok.

Han van der Horst onderkent dat ook (2): “Er valt misschien wel een redenering op te zetten om de afschaffing van het referendum niet referendabel te maken. Maar gun de mensen hun pleziertje. Laat ze een volksraadpleging organiseren, Met een beetje geluk valt de opkomst tegen. Dan halen wij een keer ons gelijk. Maar nee, deze pas wordt afgesneden.” Die hypothetische regeringshouding – ‘laat ze-een referendum hebben, het is toch de laatste keer’ zou ook neerbuigend zijn geweest. Maar nu kiest de regering voor een klap in het gezicht van mensen. “Opnieuw roept Den Haag naar de gewone burger: ‘bek dicht en betalen’”. Ik zou andere woorden gekozen hebben dan Van der Horst, ik hou niet zo van die ‘gewone burger’ waarmee alle niet-burgers uit beeld zijn verdwenen. Maar de arrogantie van de macht die hij ermee beschrijft, die is inderdaad aanstootgevend. Minstens.

En inderdaad. Stel dat de regering nog wèl een referendum zou accepteren over de afschaffingswet. Dan kunnen er een paar dingen gebeuren. Mensen komen in voldoende mate opdagen en stemmen in meerderheid ja voor de afschaffing. Dan heeft de regering een overwinning: zelfs ‘het volk’ wil gene referendum. Mensen komen opdagen en stemmen in meerderheid ‘nee’. Dan kan de regering zeggen: het spijt ons zeer, maar dit was slechts raadgevend, de afschaffing gaat door. Of mensen komen – gedemoraliseerd omdat ze weten dat de regering toch haar zin doet – nauwelijks opdagen. Dan kan de regering zeggen: zie je wel, er is geen interesse voor dat referendum van jullie. Maar goed dat we het afschaffen. Het scenario van Van der Horst Geen van de scenario’s is echt bedreigend voor de regering, in alle scenario’s blijft de afschaffing gewoon staan.

Ik ben geen fan van het referendum. Ik vind het een mechanisme dat geen recht doet aan de inbreng van mensen in de maatschappij. Het geeft de schijn van zeggenschap aan mensen, terwijl de realiteit is dat politici en campagnemakers ermee een extra wapen voor demagogie in handen hebben gekregen. Voor mij geeft een referendum ons schijnzeggenschap terwijl het demagogen sterker maakt. Maar dat maakt mij geen bondgenoot van de regering die het afschaft. Voor de regering geldt eerder het omgekeerde. Die wil geen referendum omdat zelfs de schijn van zeggenschap vanuit de bevolking ze niet uitkomt: stel dat mensen erdoor echt het idee krijgen dat ze iets te vertellen hebben. Ik verfoei een referendum omdat mensen er niet serieus door genomen worden: het geeft geen echte zeggenschap. De regering verfoeit een referendum omdat ze blijkbaar bang is dat mensen er wèl serieus door genomen worden, of dat gaan denken en zich er naar gaan gedragen ook. Ik denk dat mensen ten onrechte dat referendum zagen als nuttig. Maar preci8es datgene wat mensen er nuttig aan vonden, is datgene wat de regering ze nu ontneemt.

Ik sta dan ook wel aan dezelfde kant als de mensen die zich door de afschaffing van dat referendum beledigd voelen, en beroofd van het beetje stem dat ze dachten te hebben. Een regering die zo met haar eigen democratisch-demagogische speelgoed omspringt zodra ze de controle ook maar een klein beetje zou kunnen verkliezen… zo’n regering is een arrogante, openlijk autoritaire regering. Een regering die mensen het referendum – feitelijk toch al een fopspeen – afpakt, behandelt ons daarmee als kleine onmondige kinderen. Die regering zal het daarmee ook makkelijker krijgen om ons andere dingen te ontnemen, waaronder dingen die in tegenstelling tot dat referendum wel van grote waarde zijn. Daaromn cvind ik het afpakken van het referendum dus net zo goed een slechte zaak als het referendum zelf.

Maar dat referendum is dus op sterven na dood. De regering is helaas springlevend, en dient buiten alle democratische demagogische procedures om en desnoods dwars er tegen in, het leven buitensporig zuur te worden gemaakt als de vijand van vrijgheid en zelfbestuur die het overduidelijk is.

Noten:

1 David Millward, “Left wing activists protest in east London en Edinburgh against Brexit vote”, Daily Telegraph, 24 juni 2016, http://www.telegraph.co.uk/news/2016/06/24/left-wing-activists-protest-in-east-london-and-edinburgh-against/

2 Han van der Horst, “Kabinet denkt dat het alles kan en mag”, Joop, 21 februari 2018, https://joop.bnnvara.nl/opinies/kabinet-denkt-alles-en-mag

Peter Storm

3 comments

  1. Mickey M schreef:

    Zo’n referendum is nog steeds dat wat heel veel mensen vinden

    En dat wat heel veel vinden, is nou niet per se heel helder

    Op dit moment is men overtuigd van een kwaadaardige islam, een marxistische complot en dat aan elkaar gelijmd met conspiracy geklungel.

    Zaken als groepsdynamiek en massa hysterie gaan meespelen

    Een massalijn in China , onder Mao was wat iedereen ineens vond. Ineens mocht de buurman dood en ze stonden allemaal te wapperen met hun rode vlaggetje, een waanzinnige blik in de ogen

    Wat heel veel idioten vinden, wat kan mij dat nou schelen

    De waarheid is de leugen van de massa

    Maargoed , ik ben het verder wel met je eens hoor , het wordt er wel heel makkelijk uit gegooid. Ineens is de wet niet zo belangrijk meer, als bepaalde belangen in de nekken van “onze” politici hijgen

  2. Kees Romijn schreef:

    Of het nu om een linkse of een rechtse Brexit gaat, dat doet er niet zo erg veel toe. Het resultaat is namelijk goed: de Engelsen hebben een verstandig besluit genomen door uit de Europese Unie te stappen. Nigel Farage verdedigde het Britse besluit en naar het schijnt was er nogal wat commotie in het Brusselse parlement, Want waar gaat het hier om ? Welke maatregel wil de Europese Unie nu weer door gaan voeren ? Dat is dat vrouwen in het openbaar niet meer mogen lachen. Dat is een Europa dat niemand zou moeten willen. Destijds onder Franco mocht je een vrouw in het openbaar niet eens een zoen geven, Hiervoor kon je toen bekeurd worden. Wat men nu in Brussel aan maatregelen door wenst te voeren, is vergelijkbaar met wat de fascisten ons in de maag wilden splitsen.

  3. nayakosadashi ( het kind van Nazareth ) schreef:

    vrouwen een zoen geven gaat ook wel ver hoor. Een schop, ok, dat kan ik nog begrijpen, maar een zoen ? Jezus, waar gaat dat heen ?

    geintje pik, weetje toch

    nationale autoriteit is schadelijk en Europese is dat ook

    hoe groter de natie, hoe corrupter, kijk naar China, de VS etc

    het probleem is alleen, de UK is dat verband al aangegaan en heeft schade van een ontbinding, want men raakt geïsoleerd. Ze hadden hier eerder over na moeten denken, nu is het te laat