Gemengde gevoelens na een demonstratie

zondag 19 maart 2017

Een redelijk goede, levendige demo. Een manifestatie die abominabel van opzet was, en die ik dan ook vrij snel ben ontvlucht, samen met anderen. Een gemengd, niet helemaal tevreden gevoel achteraf. Dat is de samenvatting van de jaarlijkse antiracisme-demonstratie in Amsterdam waar ik gisteren aan deelnam.

De demonstratie zelf was okay. Toen we – een handvol kameraden en ik – aankwam, zagen we rechts van ons de demonstranten zich verzamelen. Links van ons, vlak voor dat monument, stonden mensen van AFA Fryslan met twee spandoeken (1). Fotoshoot, haha. Met hen samen naar de andere demonstranten gelopen. Kameraden en ik zouden meedoen als radicaal antifa-blok.  En dat deden we ook. Er was voor een flyer gezorgdt, mensen hadden AFA- en zwartrode vlaggen. Pogingen om zij aan zij met het ook geplande queer blok te lopen, mislukten; voordat we bij elkaar waren, zette de stoet zich in beweging. Met aan de voorkant en aan de twee zijkanten een spandoek – waaronder één met ‘Vluchtelingen welkom, geen mens is illegaal’, zag het antifa-blok er redelijk compact uit. Enige tientallen mensen deden aan ‘ons’ blok mee, en lieten zich zoals te doen gebruikelijk niet onbetuigd. Leuzen roepen, dus. Geen dooie boel.

Dat leuzen roepen, dat deden we bepaald niet alleen, want voor en achter ons hoorde je ook steeds slogans. Het was een levendige bedoening. Voor ons zag ik een blok van Internationale Socialisten, met de gebruikelijke borden en zo. Vlak voor ons liep een groepje met een spandoek van Artikel 1. In dat groepje overduidelijk Sylvana Simons. Ik zag ook SP-ers en ook een handvol GroenLinks-mensen, weliswaar onvoldoende om Jesse Klaver aan veertien zetels te helpen, maar het is iets, nietwaar? Zo was er nog wel meer.

Hoe groot was de demo? Lastig te zeggen, ik heb geen heel goed oog daarvoor. Op de Dam zou ik gezegd kunnen hebben: enkele honderden, misschien vier- tot vijfhonderd. Die richting wezen trouwens ook de mobilisatiecijfers op Facebook enkele dagen tevoren. Eenmaal aan het lopen voelde het echter als aanzienlijk meer. Als je in een brede stoet de voorkant en de achterkant niet meer goed ziet als je even aan de rand van de optocht om je heen kijkt, dan heb je meer dan vijfhonderd demonstranten in beweging. Tegen de duizend zou ik toch wel denken, rond de duizend zéker, zo dachten mensen bij het aankomstpunt ook wel.

In media lees ik echter: ruim tweeduizend deelnemers!  Het is aardig dat zoiets nu eens in de berichtgeving gebeurt: meer demonstranten melden dan er waarschijnlijk waren. Mijn theorie: de journalisten hadden geen idee en vroegen het voor de variatie nu eens aan de organisatie. Die roept op basis van nattevingerwerk, positief afronden en positief denken: tweeduizend mensen. Media nemen het keurig over, en zo hebben we met ons tweeduizenden gedemonstreerd. Maar dat is speculatie van mijn kant. Ik heb inmiddels van minstens één andere deelnemer begrepen dat hij ook eerder in de buurt van de duizend schatte, en daar hou ik het zelf dus ook op. Het is contraproductief om onze kracht te overschatten en onnauwkeurige berichten de wereld in te sturen. We worden er als beweging niet geloofwaardiger door, al ik het wel eens leuk dat nu eens niet de politie-onderschatting door de media is opgepikt.

Of het er nu duizend waren of toch twee keer zoveel, het viel me uiteindelijk mee, al is het natuurlijk tragisch ontoereikend. De opkomst zou absoluut groter zijn geweest als 1 de PVV wél haar monsterzege had behaald en daarmee voor een schokeffect zou hebben gezorgd. Toen in 2014 Wilders net zijn ‘minderuitspraken had gedaan, gingen naar mijn indruk ook extra veel mensen de straat op. Dat effect bleef nu uit, niet omdat de toestand nu geruststellender is maar omdat het gevaar van oprukkend racisme zich nu op een ongrijpbaarder, meer verbrokkelde manier manifesteert.. een tweede factor die de opkomst neerwaarts beïnvloed zal hebben, was ongetwijfeld de enorme Women ’s March van de week ervoor. Lang niet iedereen zal twee zaterdagen op rij hebben kunnen of willen actievoeren voor verwante thema’s, en te aantrekkingskracht van de Women’s March was klaarblijkelijk veel groter.

Terug naar de optocht zelf. We liepen over het Rokin, om vervolgens bij de Munt linksaf te slaan, richting Rembrandtplein en vervolgens langs het Waterlooplein om uiteindelijk bij de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein aan te komen. Het antifablok produceerde weer flink wat geluid. De bekende leuzen. Antifasistisch: Alerta, Alerta, Antifascista; Toen niet, Nu niet, Nooit Meer Fascissme! Tutti Chiamo Antifascisti! Geef de racisten de straten terug – steen voor steen! Revolutionair en antikapitalistisch: One Solution, Revolution, one Direction Insurrection, A-Anti-Anticapitalista.Rechtstreeks anti-autoritair en anarchistisch: “Tegen de Verdrukking en de Apathie, Leve, leve de Anarchie! Geen Bazen en Politici maar zelfbestuur en Anarchie! No Nations no Borders, Fight Law and Order! Voor de solidariteit met en van vluchtelingen: Say it Loud, Say it Clear, Refugees are Welcome Here (gescandeerd en gezongen); Ohlala, Ohlele, Solidarité avec les Sans-Papiers; No Borders, No Nations, Stop Deportations, Geen Grenzen Geen Naties, Stop Deportaties, Geen Vrouw, geen Man, geen Mens is Illegaal.

Pogingen om die laatste te variëren met Geen Trans, geen Cis, geen Mens is Illegaal! sloegen deze keer nauwelijks aan, vermoedelijk ook omdat de mensen van het queer blok niet binnen gehoorsafstand waren zodat er geen wisselwerking en versterking op dit punt ontstond. Sowieso liepen pogingen om te experimenteren met nieuywe leuzen snel vast en werden weinig opgepikt. Snel grepen mensen dan weer terug oop Alerta Antifascista. Wisselwerking tussen mensen vooral in het Antifa-blok en de mensen van Artikel 1 was er overigens wel: leuzen rond vluchtelingen werden opgepikt en nu en dan samen geroepen. Dat was wel mooi.

Ik was over dat scanderen sowieso maar matig tevreden. Het is leuk om te doen, dat sowieso. Het is radicale zelfexpressie, en dat is waardevol. Mijn matige tevredenheid was ook niet omdat de leuzen niet goed zijn, want dat zijn ze wel. Maar het was niet allemaal geweldig getimed. Als je door een stuk straat loopt zonder omstanders, dan werken leuzen vooral om de eigen spirit op te stoken, waar je zelf blij en sterk en strijdfustig van wordt. De radicale zelfexpressie kan dan hogtij vieren. Dan zijn leuzen prima die buiten het blok niemand begrijpt – vanwege de taal, maar ook vanwege de politieke afstand: wie buiten onszelf heeft enig idee wat ‘leve de anarchie’ betekent? Als je niet goed luistert klinkt het als ‘leve de allergie’… Maar dat dondert dus niet als vrijwel niemand je verder hoort. De mensen vor en achter ons snappen het wel, en anders vragen ze het wel even.

Maar op het moment dat we een kruispunt passeren waar flinke aantal scpetisch nieuwsgierige toeschouwers staan, is het toch veel beterr om een leus te roepen die makkelijk begrepen wordt? Dat is ook een kwestie van taal, vandaar dat juist op zulke momenten ‘Geen Grenzen Geen Naties, Stop Deportaties’ best ook mag klinken naast het gangbare ‘No Borders, No Nations, Stop Deportations’. Zelfs in Amsterdam zijn immers niet alle omstanders toeristen.

Dat de Engelstalige versiein antifa-kringen de meest gangbare is en dat het met de Nederlandstalige versie maar matig lukt, is een beetje onpraktisch, als het doel tenminste ook is: bredere steun en deelname aan antifascistische, antiracistische strijd zoeken. Wat mij betreft is dat het doel, naast natuurlijk onverzettelijk uitdrukking geven aan waar we als radicale antifascisten nu eenmaal voor staan. We doen dat tweede aanzienlijk beter dan het eerste, en ik vind dat een probleem. We vormen alas antifascisten toch al een vrij kleine, radicale, nogal geïsoleerde beweging. Ons radicalisme is keus en noodzaak, daar mag eerder nog wat scherpte bij: ik snap bijvoorbeeld niet waarom Forum voor Democratie ongestoord bijeenkomsten zou kunnen houden waar raszuiverheidsfascist Baudet zijn vuil ongestoord kan spuiten, om maar eens iets te noemen. Maar ons isolement dient niet groter te zijn dan strikt noodzakelijk, en het doorbreken ervan zit soms in ogenschijnlijke kleinigheden: wat roep je tegen wie op welk moment?

Heel blij was ik wel met de flyer die enkelen van ons op last minute basis hadden weten te produceren: Ook na verkiezingsdag: toen niet, nu niet, nooit meer facisme!’ Kort inhoudelijk tekstje hoe verdeel-en-heers de machthebbers dient, en hoe we daartegen de solidariteit van mensen van uiteenlopende achtergronden zetten. Plaatje van de poster Geef Angst en Haat Geen Stem’ erop, omlijst door antifa- en anarchistische logo’s. Zwart rood geprint. Dit was nu precies wél een poging met mensen buiten onze scene te communiceren. Het ding is door meerdere mensen dan ook aan mensen binnen maar nadrukkelijk ook buiten de demonstratie uitgedeeld. Dit maakt me wel blij.

Al met al had ik over het antifa-blok – waar ik tevoren aan heb meegewerkt, dus wat ik zeg is ook zelfkritiek – , naast positieve gevoelens – het is fijn met kameraden, bekend of totaal onbekend, zij aan zij te lopen en ons te doen zien, horen en gelden! – dus ook wel wat gemengde gedachten. Misschien werkt zoiets ook wel beter in een veel gematigder demonstratie – waar het belangrijk is om een radicaal geluid groepsgewijs hoor- en zichtbaar te maken – dan in een demonstratie die gemiddeld veel radicaler was, en waar we nu via het blok één vorm van radicalisme uitdrukten, met te weinig verbinding met andere uitdrukkingsvormen ervan, zoals bijvoorbeeld het queer blok en het intersectionele bliok dat er ook was.. Radicale autonome blokken zoals het antifa-blok zijn zinnig. Als er kans is op confrontatie, zijn ze nog veel zinniger, maar die kans was nu betrekkelijk gering. Het is echter wel zaak dat we blijven nadenken hoe we het aanpakken, en ons ook de vraag stellen: is een blok als dit de geschiktste vorm voor deze demonstratie?

Blokvorming is wat mij betreft niet in elke demonstratie even vanzelfsprekend. Blokken zijn een tactisch strijdmiddel: doen als het nu heeft, nalaten als er iets beters te doen is. Ik ben niet honderd procent zeker of de keus van gisteren, achteraf gezien, de beste was. Het voelde u en dan een beetje als het afdraaien van een standaard-nummer, en dat kan de bedoeling niet helemaal zijn. Vandaar deels dat onbestemd niet helemaal tevreden gevoel, vooral achteraf. Dat gevoel werd versterkt toen ik zag hoeveel diversiteit an radicaliteit er op andere plaatsen in de demonstratie te vinden was. De fotoreportage van Jan Kees Helms op de site van Doorbraak geeft daar een mooi beeld van. Radicaliteit is niet louter de zichtbare militantie waar we als radicale antifascisten goed in zijn – en waar we trouwens ook niet zonder kunnen, dit om misverstanden te voorkomen.

Dit zijn mild-kritische observaties binnen een strijdpatroon waar ik zelf achter sta maar wat ik graag wil helpen verbeteren om het effectiviteit te vergroten. Heel anders is mijn houding tegenover – nadrukkelijk: tegenover – wat er na aankomst gebeurde. We kregen weer eens een manifestatie voorgeschoteld. Je weet wel, sprekers en muziek. Over de muziek geen kwaad woord: was het daar maar bij gebleven. Tegen een feestje heb ik geen bezwaar. Maar we kregen sprekers, een plaatselijk D66-policicus, bijvoorbeeld. Dat was al tamelijk erg.

En we kregen een politieman, vermomd als vakbondsvoorzitter, de nieuwe FNV-chef.Han Busker. Ik heb geen idee wat de man precies beweerde, het was vast allemaal vol goede wil en medemenselijkheid en zo. Maar ik heb vooral geen idee wat die man daar te zoeken had. Wie bedenkt dit, wie bepaalt dit? Als het idee was dat, door diens aanwezigheid misschien vakbondsleden aan de demonstratie zouden deelnemen, dan wil ik er op wijzen dat van de 1,1 miljoen leden er toch zo ’n 1,1 miljoen zijn thuisgebleven. Dat heeft dus niet echt geholpen. Spreekt zo ’n man omdat de organisatie anders vreest geen geld van het FNV te krijgen of zo? Ik weet het niet hoor, of er van zulke financiering sprake is, maar voor dat geval heb ik een tegenvraag. Is het werkelijk onmogelijk om een demonstratie van tweeduizend te organiseren zonder vakbondsgeld?

Ik zie geen enkel voordeel in de aanwezigheid van een vakbondschef op een actie als deze. En ik zie al helemaal geen voordeel in de aanwezigheid van een ex-voorzitter van de politievakbond, oftewel van de vakbond die zich druk maakt over het welzijn en de arbeidsvoorwaarden van de mensen die demonstranten aftuigen, zwarte mensen etnisch profileren en zo nog het een en ander. Volgende keer een pek-en-veren-blok op poten zetten voor dit soort lui.

Hoe dat allemaal ook zij, dit was zo ongeveer het moment dat wij over naar-huis-gaan begonnen. Het zal rond half vier hoguit zijn geweest, en de manifestatie zou tot vijf uur duren. Wegwezen dus, met een tussenstop in de anarchistische boekhandel Fort van Sjako daar vlakbij. Rond vier uur zaten we in de trein. Toen had het treurspel op het Jonas Daniël Meijerplein dus nog een uur voor de boeg, als de regen er tenminste geen genadeschot aan heeft helpen geven. Wat een treurigheid. De organisatie zal toch ook wel gezien hebben dat van die duizend, voor mijn part tweeduizend, deelnemers, er binnen de kortste keren hooguit een paar honderd over waren? Ja, de regen. Sure. Moor ook in de zonneschijn heb ik graag andere achtergrondruis van een FNV-politiebons aan het woord.

Samengevat: afgezien van het naargeestige naspel was het best een aardige middag van actie. Gezien de nogal ernstige politieke situatie is het wel zaak om te blijven zoeken naar middelen om ook bij dit soort demonstraties verder te komen dan : best wel een aardige actie. Tot een volgende keer dus – en dan weer wat beter.

1 Noot/ correctie, 10.27 uur: In een duidelijk teken van ideologische verwarring stonden hier ‘links ‘ en ‘rechts’ andersom. Dankzij alerte lezer verbeterd, dank:).

Peter Storm