Gedachten over de Women’s March van 11 maart

zondag 12 maart 2017

Nee, het giftige nationalistische brouwsel dat de regerende Nederlandse en Turkse nationalisten gisteren hebben opgediend, is geen goede reden om ander nieuws onderbelicht te laten. Vandaar dan ook alsnog aandacht voor een andere gebeurtenis van afgelopen zaterdag, opmerkelijk en overwegend positief. Ik doel op de Women’s March die vele, vele duizenden mensen in Amsterdam hebben gehouden.

Het was de tweede keer dat zoiets plaatsvond. De dag na de inhuldiging van Trump als president vond een eerdere versie plaats, die enkele duizenden deelnemers trok. Gisteren dus de tweede. Niet toevallig een paar dagen na Internationale Vrouwendag, 8 maart. Niet toevallig enkele dagen voor de verkiezingen, 15 maart. Al weken ging de oproep rond. Gisteren werd duidelijk dat de oproep weerklank had gevonden. “De organisatie gaat uit van 20.000 deelnemers”, aldus het Parool.  “Dit keer waren er ongeveer 15.000 mensen bij, volgens de Amsterdamse politie”, aldus Joop.nl  Dat waren best veel mensen – “niet alleen vrouwen, ook veel mannen”, aldus het Parool – die de moeite namen.

Met 15.000 tot 20.000 deelnemers was deze Women’s March één van de allergrootste demonstraties van de afgelopen jaren. De zorgmanifestatie van de SP, enkele weken terug was ook al niet klein, met “ruim tienduizend mensen”.  Gisteren waren het er dus bijna twee keer zoveel. We roepen in linkse en radicale kring nogal eens dathet domweg niet meer lukt opm grotere aantallen mensen in beweging te krijgen. Gisteren hebben de duizende deelnemende mensen laten zien dat dit niet noodzakelijk waar is. Mensen willen wel, als ze reden genoeg zien, en als er serieus werk gemaakt wordt van tijdig aankondigen en promoten van de actie. Hele simpele lessen, die we tot onze eigen schade te vaak negeren.

Wat bewoong zovelen om gisteren te komen meedoen? De actie gaf via een kopspandoek de boodschap mee: “Voor één Nederland”. Dat beoogde een statement te maken tegen verdeel en heers, tegen het uitsluiten van mensen, tegen het scheiden van de bevoking in eersterangs en tweederangsburgers en dergelijke. Dat maakte de mars tot een geklegengheid om luid en duidelijk néé te zeggen tegen de politieke agenda’s van lieden als Trump Het maakte de mars tot een soort schot voor de boeg in verkiezingstijd, tegen Wilders en de haat die hij en tandere politieke kopstukken zaaien. De NOS over de deelnemers: “Ze demonstreerden tegen discriminatie en voor compassie”.  Dat zovelen dit deden, is een goede zaak.

Er zijn wel kanttekeningen nodig, vordat we helemaal beneveld raken door eigen euforie. “Voor één Nederland” was duidelijk bedoeld als een nee tegen uuitsluiting: we horen er allemaal bij, zo kun je de strekking lezen. Maar toch ook weer niet helemaal, want “één Nederland” zal mensen die met de nationale constructie ‘Nederland’ minder tot niets op hebben het gevoel geven er toch ook weer niet  helemaal bij te horen. Dat kan allerlei redenen hebben: omdat ze een andere nationale herkomst hebben en zich daarmee identificeren, of omdat ze die hele nationale identificatie irrelevant vinden, omdat ze, zoals ik, juist uit het nationalistisch discours willen breken en blijven.   Ik lees op Nu.nl intussen: “De straten in het centrum kleurden oranje nadat tweeduizend paraplu’s waren uitgedeeld”. En inderdaad zijn oranje paraplu’s in grote aantallen op foto ’s te zien. Oranje, precies de kleur van nationale eensgezindheid, precies wat we níét nodig hebben. Al zal het niet nadrukkelijk chauvinistisch zijn bedoeld, de symbolentaal˙is toch die van het Nederlandse nationalisme. Onwenselijk, naar mijn mening.

Not problematischer is de verkiezingsfocus van in ieder geval het officiële deel van de actie. Het Parool zegt over de demonstranten: “Zij riepen kort voor de verkiezingen op om te gaan stemmen voor verdraagzaamheid en tegen haat.” En het citeert de organisatie, hopelijk correct: “Onze stem telt wel degelijk! Wij zijn voor één Nederland, voor een verenigd Nederland.” In deze optiek was de manifestatie dus een groepsgewijs stemadvies in de open lucht. Naar mijn mening is dat precies niet waar de nadruk in de strijd tegen discriminatie, haat en uitsluiting dient te liggen. Als ik had meegedaan – wat er helaas niet van is gekomen (1) – dan niet als ‘kiezer’, maar als persoon om ter plekken mijn stem te laten klinken, en niet in die fuik en valkuil die ‘stemhokje’ heet.

De urgentie van naderende verkiezingen waar een extreem-rechts eenheidsfront naar de macht dreigt te marcheren, met Wilders, Rutte en Buma zij aan zij, had on getwijfeld mensen gemotiveerd om mee te doen, juist nu. Het propageren van verkiezingen als antwoord op de haat zie ik echter als een beperking van de scherpte van de actie. Tussen het zelf doen waarvan deelnemers blijk gaven door mee te doen, en het anderen via de stembus aanwijzen om zaken op te lossen, bestaat een spanning, een soort tegenstrijdigheid. Juist het beklemtonen van de noodzaak zèlf in actie te komen, het heft samen in eigen hand te nemen, is kerntaak. Dat zien de organisatoren van de Women’s March duidelijk anders. Dat is geen reden om weg te blijven van zoiets, maar wel een reden om binnen zulke demonstraties een radicaler geluid proberen uit te dragen, op het punt van doelen maar ook van strategieën.

Over radicaler geluiden gesproken: die waren er wel degelijk. Uit foto’s bij de diverse eerder genoemde reportages blijkt de diversiteit van zaken waar deelnemers zich voor inzetten: gelijke rechten van vrouwen en mannen, strijd tegen seksueel geweld, antiracisme, opkomen tegen de uitsluiting van mensen met een beperking. Er was opgeroepen tot een “Gemeenschappelijk blok inclusief feminisme”, met onderaan de oproeptekst – op Indymedia te vinden als aanvulling onder een stukje  over de Women ’s March met als eisen: “Gelijk loon voor gelijk wek! Vluchtelingen welkom! Baas over eigen lichaam! Geen regering met de PVV!” Daartoe was door een zevental groeperingen opgeroepen, waaronder University of Colour, de Internationale Socialisten en Refugees Welcome Amsterdam.

Er was ook een “Queer Block”, om een genderdiversiteit nadrukkelijk zichtbaar te maken. Vreer, die deelnam aan dat blok, hield een korte, goede toespraak. Die is online te lezen op de website Tertium datum – er is een derde optie.

Vreer introduceerde zichzelf als: “Genderqueer, da ’s zoiets als een genderzwerver. Iemand die niet in één van de twee legale en legitiem genderhokjes ( man en vrouw) past”. Een enkel verder citaat: “De mars moet bijdragen aan een queer, transgender, feministische zwarte meerderheid die zorgt dat wij gehoord worden.”. Verder pleitte Vreer, naast een stem op links – het puntje waar ondergetekende niet-stemmer eventjes niet meedoet – er vooral voor om zelf in beweging komen : “Als je feminisme je lief is, als je leven je lief is, dan ga vaker de straat op en benut ieder moment om de boel te verbeteren. En iets sufs als ‘Nederlandse cultuur’ of ‘Nederlandse identiteit’ is NIET wat belangrijk is. Racisme is belangrijk, economische rechtvaardigheid is belangrijk.” En de afsluiting: “Ik roep op tott verzet tegen de heersende moraal, verzet tegen mannenmacht. En tot solidariteit met vluchtelingen, met uitkeringstrekkers, met transgenders en intersekspersonen. Ik roep op tot verzet tegen haat en lauwheid, tegen bazen en haantjes.” Dát soort geluiden hebben we dus meer nodig, keer op keer op keer. Hoe het met het Inclusief Feminisme blok en het Queer blok op de demonstratie verder is gegaan, weet ik niet. Maar de initiatieven op zich zijn al goed.

Conclusies. De hoofdstroom van de Women’s March was vrij gematigd, en op te veel punten zelfs systeemconform. De opkomst echter was prachtig: veel mensen die op de been waren tegen haat en uitsluiting. En de georganiseerde pogingen om binnen de hoofdstroom een radicaler geluid te doen weerklinken geven de anti-burger moed.

(1) Vermoeidheid, voortekenen van verkoudheid, plus aangekondigde vertraging op het spoor deden me besluiten om thuis te blijven. Nadat ik hoorde hoe het was vond ik het extra spijtig, zeker gezien het feit dat van de rust thuis weinig kwam, dankzij enkele ruziemakende nationalistische politici, betrekkelijk weinig terecht kwam. Een solidaire wandeling was misschien toch verstandiger geweest, en nog aangenamer ook. Maar ja, nieuwe dage, nieuwe kanse. Volgende week: antiracisme-demonstratie. Met radicaal antifa-blok.

Peter Storm