Solidariteit met antiracisten, en laat die vonken verder vliegen

woensdag 8 juli 2015

De strijd tegen racisme en de strijd voor de vrijheid voor vrije meningsuiting, horen hand te gaan, beiden hebben elkaar nodig. Dat geldt met name waar die meningsuiting ook radicale opvattingen, ook scherp vormgegeven meningen betreft. Een reeks rechtszaken tegen antiracisten, deels doorgezet, deels op handen, deels gelukkig vooralsnog afgeblazen – laten dat duidelijk zien.

Lezers van dit blog (1) kennen intussen de zaak tegen Joke Kaviaar, activiste en publiciste wiens veroordeling in hoger beroep onlangs in cassatie is bevestigd. Het betrof hier een vonnis wegens teksten waarin Joke Kaviaar het terreurbeleid tegen mensen zonder verblijfspapieren hekelt en tot felle strijd ertegen oproep. Opruiing, vond het openbaar Ministerie van vier zulke teksten, Klopt, zei een rechter in Haarlem. Klopt voor twee teksten,niet voor alle vier, zei de Amsterdamse gerechtshof in hoger beroep. De Hoge Raad liet dat vonnis overeind,  zonder inhoudelijke motivatie overigens. Dus hangt Joke Kaviaar twee maanden gevangenisstraf boven het hoofd als ze binnen haar proeftijd van een jaar iets doet op basis waarvan de staat dat voorwaardelijke vonnis ten uitvoer kan leggen. Het lijkt op rondlopen met een strop om je nek die lek moment van staatswege kan worden aangetrokken. En waarom? Omdat ze haar mening gaf over staatsbeleid. En omdat ze in woord en geschrift daartegen tot verzet oproept. Het is een inbreuk de uitingsvrijheid. En ze is gericht tegen een strijdster tegen racisme, in dit geval tegen staatsracisme.

De zaak kreeg een vertakking toen politie vorig jaar een aantal mensen oppakte vanwege het uitdelen van posters met teksten van Joke Kaviaar. Twee van hen moeten aanstaande vrijdag voor de rechtbank komen (2)Waarom? Omdat ze – volgens de aanklacht althans – de mening van Joke Kaviaar middels die teksten hielpen verspreiden. Dat deden ze – nogmaals, volgens de aanklacht van Justitie – rond de zitting van het hoger beroep in de zaak tegen Joke Kaviaar. Politie pakte hen op, OM klaagde hen aan. Wederom een aanval op de uitingsvrijheid. En wederom is die aanval gericht tegen mensen die tegen racisme stelling nemen, deze keer buiten in de openbare ruimte.

Varianten van hetzelfde thema, van dezelfde repressie tegen antiracistische uitingen, troffen ook andere strijders tegen racisme. Vorig jaar arresteerde de politierond de negentig mensen die wilden demonstreren tegen Zwarte Piet als racistisch symbool. Aan daadwerkelijk actievoeren kwamen de meeste mensen niet eens toe, want de arrestaties begonnen ruim voor de actie zelf maar op gang kwam. De arrestaties leidden deze keer niet tot een rechtszaak: het OM vond het wijzer om de boel maar te seponeren.  Maar de vrijheid was ons die middag evengoed wel ontnomen, de actie is effectief gesaboteerd.

Tegen één van de arrestanten komt wel een proces: Kno’Legde,  prominent activist tegen Zwarte Piet, wordt aangeklaagd wegens geweld tegen politie! Zijn baan in de beveiliging raakte hij kwijt nadat zijn beveiligingspas hem werd afgepakt… door de politie, vanwege de aangifte door een agent wegens dat genoemde geweld. Daarmee wordt de realiteit omgekeerd, want het was politie zelf die Kno ‘legde hardhandig tegen de grond werkte bij zijn aanhouding. Zo wordt een spilfiguur in het anti-Zwarte Piet-proces extra hard aangepakt. Ook hier richt de onderdrukking van de meningsvrijheid zich niet tegen willekeurig welke mening. De repressie heeft specifiek antiracistische, antikoloniale meningen tot doelwit. Intussen kan de Wilders-fanclub vrijwel ongestoord het internet volplempen met ladingen van racistische rioolmodder.

Een dag later leverde de staat al een volgend voorbeeld in de reeks. Abulkasim Al-jkaberi sprak in Amsterdam op een demonstratie tegen Zwarte Piet. Hij legde verbanden tussen het koloniale verleden van Nederland en de rol van he koningshuis en sprak de woorden “Fuck de koning. Fuck de koningin. Fuck het koningshuis Pal na de demonstratie hield politie hem aan. Maanden later, in mei, maakte het OM bekend dat hij vervolgd zou wilden wegens ‘Majesteitsschennis’. Met bliksemsnelle publiciteit, op internet en erbuiten, maakte n veel mensen duidelijk dat ze dit belachelijk vonden. De Fuckdekonings vlogen in het rond. Een dag na de aankondiging van de strafzaak haalde het OM het mes van tafel: er moest nog maar eens naar gekeken worden, het was een vergissing, een misverstand of weet ik wat, de rechtszitting werd voor onbepaalde tijd uitgesteld en is intussen tot stof wedergekeerd.  Leuk, dit debacle, zeker ook omdat – naast slim optreden van advocaat Jebbink – fel en wijdverbreid protest ongetwijfeld hielp om het OM op de terugtocht te jagen. Maar in de vrolijkheid vanwege de openbare justitiële afgang raakte iets essentieels onderbelicht. Abdulkasim Al-jaberi werd niet zomaar aangehouden wegens majesteitsschennis. Hij werd aangehouden en met rechtszaak bedreigd wegens kritiek op het koningshuis op een antiracistisch protest. Zijn punt was niet zozeer kritiek op de monarchie als antidemocratisch onding in algemene zin. Zijn punt was kritiek op het koningshuis als koloniale profiteurs, en van vorst en vorstin als kopstukken aan het hoofd van een racistische, en nauwelijks zelfs maar postkoloniale staat. Mainstream republikeinen hebben van staatsrepressie nauwelijks last en kunnen majesteitsschennen naar hartelust zolang ze het beleefd brengen. Minder beleefde uitingen, in een radicale antiracistische context gedaan, die wekken de repressieve aandacht van politie en OM.

Kennelijk is de strijd tegen antiracisme voor de staat belangrijk genoeg om de veel beleden vrijheid van meningsuiting ervoor opzij te schuiven. Genoemde zaken wijzen duidelijk in die richting. Waar de uitingsvrijheid van antiracisten onder vuur ligt, moeten antiracisten doordacht van zich afbijten. Verschillende kwesties doen er in dit verband toe. Ik noem er een paar.

Waardeer je vrijheid, hanteer je vrijheid! We laten niet toe dat de staat de grenzen van de meningsvrijheid voorschrijft, oplegt en afdwingt. Wij spreken en schrijven zoals ons dat zelf het beste voorkomt. Categorieën als opruiing en majesteitsschennis, maar ook godslastering, zijn autoritaire categorieën die we niet als rechtmatig erkennen. In een orde die doordrenkt is van racisme, is een strijd daartegen algauw in strijd met de openbare orde. Het oproepen tot zulke strijd is dan al gauw opruiing in officiële ogen, het zal wel, het is hun probleem. Onze teksten zijn niet opruiend als zodanig. Ze zijn opruiend in staatsogen, in ogen van de vijand. Laat je niet van de wijs brengen. Zeg wat je vindt dat gezegd moet worden, schrijf wat je vindt dat geschreven moet worden. Hanteer die vrijheid!

Solidariteit! Spring elkaar bij waar één van ons daardoor in de problemen komt en aangeklaagd wordt wegens ‘opruiing’. Ook waar je zelf misschien iets andere woorden zou hebben gekozen, een andere redenering gehanteerd dan degene die repressie te incasseren eist, dan nog is het kwestie van solidariteit om voor diegene op te komen. Je hoeft niet zelf in de Schilderswijk met stenen naar de Haagse ME te hebben gegooid om te snappen dat zij die dat wel deden, onze solidariteit behoeven tegenover onze gemeenschappelijke vijand. Wat voor zogenaamde ‘relschoppers’ geldt, gaat evenzeer op voor zogenaamde ‘opruiers’. Want ‘relschoppen’ en ‘opruien’ zijn soortgelijke verbale gevangenissen waarvan de de muren in de praktijk moeten slopen. Deels door de ermee aangeduide activiteiten gewoon te bedrijven als ons dat nuttig lijkt. Deels door onze eigen woorden ervoor te gebruiken, en de legitimiteit van het officiële jargon aldus te ondergraven.

Consistentie! De aanvallen uit bovenstaande overzicht richten zich tegen antiracisten. Onze tegenaanval verbindt als het goed is, ons antiracisme met ons gevecht om in de openbare ruimte te zeggen wat wij gezegd willen hebben, op de manier waarop wij dat nodig vinden. Dat wil echter niet zeggen dat het bredere principe van de menings- en uitingsvrijheid ons enkel interesseert als wij zelf door de inperking ervan worden geraakt. Rechtse bloggers en publicisten verspreiden racistische troep, die we in de publieke ruimte bekritiseren, hard aanvallen, beschimpen, weerleggen, belachelijk maken, parodiëren, uitschelden, al naar gelang wij dat handig vinden. We erkennen niet dat er een recht is om je racistisch te uiten, en daarom gaan we er dwars tegenin. Waar racisten groepsgewijs de straat pakken en optochten houden, daar zien we het als een antiracistische noodzaak om dat tegen te werken. AFA, Antifascistische Actie, laat keer op keer zien hoe dat kan.

Maar dit gevecht vindt plaats in de publieke ruimte waar we de staat en haar agenten, officieren van justitie, rechters etcetera maar beter buiten kunnen houden. Zelf onze ruimte voor antiracistische publiciteit bevechten tegenover de staat gaat niet goed samen met oproepen aan diezelfde staat om racisten harder aan te pakken en te vervolgen. Strafvervolging van rechtse bloggers levert juridische precedenten voor strafvervolging van linkse bloggers, en is daarmee onverstandig. Strafvervolging van racisten zet ze bovendien in de boek van dissidente minderheid, precies iets waar ze garen bij spinnen. Hoe harder rechters Wilders aanpakken, hoe geloofwaardiger zijn gejammer dat hij slachtoffer is van een ‘linkse elite’ immers is. Dat plezier, dat strategische voordeel, gun ik hem helemaal niet. Hij is geen dissident in de marge. Hij is geen serieuze rebel, maar de rechtsbuiten van het gevestigde bestel. Zijn recalcitrantie is vooral pose. Hij is een racistische vijand, en vijanden bestrijden antiracisten maar liever zelf dan dat we dit overlaten aan een repressief en maar al te vaak zelf racistisch opererend staatsapparaat.

De keus van een deel van de anti-Zwarte Piet-beweging om in te zetten op aangifte tegen Zwarte Piet als racistisch symbool is om deze reden dan ook weinig verheugend. Natuurlijk is dit verschil van inzicht geen reden om ook maar een milligram minder solidair te zijn met activisten die, veelal vanuit andere ideeën over de staat en haar rol, deze tactiek kiezen tegenover de vijand, het in Zwarte Piet belichaamde racisme, en om samen te werken waar we maar kunnen en te erkennen dat er in de strijd verschillende, soms botsende opvattingen leven. Maar zelf zou ik als anti-autoritaire antiracist het wapen van de aangifte tegen Zwarte Piet niet kiezen: het legitimeert de staat, en maakt onze repressieve vijand daarmee ideologisch sterker. En binnen de gemeenschappelijkheid van de strijd vind ik het zinvol om dat standpunt naar voren te brengen, met als doel die strijd aan scherpen en te verstevigen.

Bouwen op de staat, inzetten op strafvervolging van wat ons niet aanstaat leidt bovendien energie weg van die meest urgente zeek: eigenhandig verzet opbouwen, een zelfbewuste antiracistische annex links-radicale beweging opbouwen. Waarom zouden we immers netwerken van strijd opbouwen als we de taak om antiracistisch actief te zijn in handen leggen van rechtbanken en politieagenten? In handen dus van instanties waarop we verder geen wezenlijke controle kunnen uitoefenen? Beter is opbouwen waar we zelf, van onderen op, greep en zeggenschap over uitoefenen: onze eigen bewegingen en netwerken van strijd en solidariteit.

Terug naar de actualiteit van deze week. Twee mensen komen dus voor de rechter te staan, beschuldigd van het verspreiden van verboden want ‘opruiende’ teksten van Joke Kaviaar. Deze twee mensen verdienen waardering bijval, solidariteit. En datgene waarvan ze beschuldigd worden – ik ga hier natuurlijk niet schrijven dat ze het hebben gedáán! – dat zou veel vaker m moeten gebeurde, door veel en veel meer mensen. Die verboden teksten van Joke Kaviaar, “Waar blijft de Hollandse opstand?”  en “RARA, wiens rechtsorde is het?”  zijn het meer dan waard om gedeeld te worden, ge-copy-and-paste te worden op internet, aangeplakt op prikborden, muren, glasbakken, op legale en illegale plakplekken waar ze gelezen kunnen worden. Andere teksten met radicale antiracistische strekking andere oproepen om stevig en desnoods wetsoverschrijdend in actie te komen, verdienen een soortgelijke behandeling, ook waar ze (nog?) niet onder strafrechtelijk vuur liggen.

Door zulke teksten juist nu uitdagend te helpen verspreiden , brengen we niet alleen het antiracistische verzetsgeluid onder bredere aandacht. We laten zo tevens zien dat we ons de mond niet laten snoeren. We maken de repressie, de censuur aldus nogal ineffectief, krachteloos.

Maar dat gaat pas goed op als dit soort verspreidingsacties op enige schaal gebeurt, zo vaak en zo veel dat betrokkenen arresteren strafzaken op gang brengen onbegonnen werk wordt en/ of teveel negatieve publiciteit en weerstand oproept. Dus… haal die PC, die laptop, die emmers, die lijm en die kwast maar voor de dag. Aan de slag!

Noten

(1) Ravotr.nl, de website waar deze tekst als eerste is geplaatst.

(2) vrijdag 10 juli om 9 uur voor de rechtbank (meervoudige kamer) aan de Parnassusweg in Amsterdam.

Peter Storm

Comments are closed.