Antiracisme op vier fronten

donderdag 30 april 2015

Onderstaand stuk schreef ik voor het onlangs verschenen nummer van Buiten de Orde, het blad dat de Vrije Bond uitgeeft.. Daar is het, iets anders geredigeerd, al op papier te lezen onder de titel: “Een verschuiving van panelen – Antiracisme op vier fronten. 

Het landschap van antiracistische strijd in Nederland is de afgelopen vier, vijf jaar tamelijk radicaal veranderd. De gevestigde politiek straalt een beklemmend racisme uit, waarin de PVV voorop loopt terwijl CDA, PvdA en VVD op slechts geringe afstand volgen. Het repressieve deportatiebeleid van staatssecretaris Teeven is intussen al net zo spreekwoordelijk als dat van zijn beruchte voorloper Verdonk. Maar tegen die stroom in verheffen zich stemmen. Die klinken vanuit door racisme getroffen mensen zelf.

Antiracisme is niet langer enkel een thema voor mobilisatie van progressieve en radicale activisten. Het is strijd van niet-witte mensen en gemeenschappen zelf die op de voorgrond treedt, op een manier die eerder in Nederland tamelijk zeldzaam was. Dat is een grote stap vooruit.

Het traditionele antiracisme van de afgelopen decennia was een zaak van links, en het werd gedomineerd door witte activisten. Et waren manifestaties en demonstraties voor verdraagzaamheid en tegen uitsluiting. Die trokken veelal mensen die al van de noodzaak van antiracisme waren overtuigd: delen van de achterban van linkse partijen, en van de radicaal-linkse scene. Migranten namen deel, maar het betrof veelal mensen die, via organisatorische of persoonlijke banden, al met deze delen van links waren verbonden. De ideologie bestond deels uit linkse en op zich juiste thematiek, met nadruk op solidariteit, gelijkwaardigheid en wijzen op het feit dat racisme zondebokken aanduidt en de aandacht van de echte problemen afleidt. Deels bestond die uit een algemeen humanitarisme, met oproepen tot verdraagzaamheid en retoriek van zo-gaan-we-toch-niet-met-elkaar-om-in-dit land. Alsof Nederland ‘eigenlijk’ een paradijs van tolerantie was dat nu door Wilders wered verziekt. En alsof ‘tolerantie ‘ – het verdagen van iets dat je eigenlijk niet leuk vindt’ – op zich geen racistische aanname bevat.

Er bestonden ook radicaler vormen. Kleine groepen activisten vochten de onderdrukking, opsluiting en deportaties van mensen zonder verblijfspapieren aan, acties die soms grotere weerklank kregen als de onderdrukking tot schokkende gebeurtenissen had geleid, zoals bij de Schipholbrand van 2005. Antifascistische Actie (AFA) organiseerde intussen strijd zodra nazi-groepen pogingen deden om marsen te houden door een stad. Ze ontwikkelden daar in een tamelijk effectieve strategie, door niet de nadruk te leggen op de traditionele tegendemonstratie maar mensen ter plekke aan te moedigen zelf in actie te komen om de nazi’s de voet dwars te zetten. Zo maakten buurtbewoners zelf duidelijk dat nazi ’s niet welkom waren, doken plaatselijke voetbalsupporters op om duidelijk te maken dat in hun stad fascisten hun gang niet konden gaan, terwijl de AIVD verontwaardigd rapporteerde dat AFA mensen op de achtergrond manipuleerde en zelf in de luwte bleef. Alsof mensen manipulatie nodig hebben – in plaats van voornamelijk tijdige informatie – om tegen nazi’s in hun buurt te strijden. Zowel antifascistische strijd als radicale solidariteit met vluchtelingen zag veel deelname vanuit anarchisten. Gelukkig maar! Het betrof echter voornamelijk witte activisten. Die namen en nemen het voor zwarte mensen op. Maar zwarte mensen zijn maar in zeer geringe mate deelnemers aan die strijd.

Precies dat is op vier fronten aanzienlijk veranderd. Het eerste front betrof vluchtelingenstrijd. In de laatste weken van 2011 begon een groep Somalische vluchtelingen die uit de opvang waren gezet, een kamp op de stoep van asielzoekerscentrum ter Apel. Al snel groeide dat uit tot een actie van aanzienlijke omvang. Vluchtelingen zelf zeiden ermee: wij zijn hier, wij kunnen nergens heen, maar we gaan niet weg, en we eisen verblijfsrecht. Daarmee veranderden de deze vluchtelingen van slachtoffers voor wie actievoerders moesten opkomen, in mensen die zelf voor hun rechten op kwamen. De eis voor verblijfsrecht is weliswaar nog niet de eis van opheffing van grenzen die radicale, anarchistische solidariteitsactivisten stellen. Maar het is een stap erheen. En vooral: het is een eis vanuit vluchtelingen, vanuit de betrokken zelf wiens zelfbeschikking centraal kwam te staan. Solidariteit betekent in zo ’n situatie: deze mensen steunen in hun strijd voor hun zelf geformuleerde eisen.

Antiracisten kwamen zo in een ondersteunende rol terecht. Het was in de tijd dat er hier en daar nog kampen stonden van de Occupy-beweging, daar had men intussen ervaring, ook praktisch, opgedaan met politiek kampeerwerk. Vanuit Occupy kwam snel steun op gang, en Occupy Rotterdam heeft zich tot op de dag van vandaag ontwikkeld tot hardwerkende solidariteitsgroep die acties van uitgeprocedeerde migranten ondersteunt, maand na maand. Maar het meest opmerkelijke: er wás van nu af aan strijd om te ondersteunen, de kracht kwam nu van vluchtelingen zelf. Het was de vluchtelingenstrijd zelf die solidariteitsactivisten ook weer van nieuwe inspiratie voorzag. Het is niet helemaal toevallig dat in datzelfde jaar groepjes activisten die zich al langer tegen de onderdrukking van vluchtelingen/ papierlozen inzetten, een samenwerkingsverband van de grond kregen: het No Border-netwerk dat in augustus van het jaar daarop, 2013 een relatief succesvol No Border-kamp hield in Rotterdam.

Het kamp in Ter Apel bestond niet heel lang. Maar in het voorjaar kwam er een tweede ronde in Ter Apel, waar het aantal deelnemende vluchtelingen nu aanzienlijk groter werd. Het eindigde met ontruiming door de politie. Actiekampen in Den Bosch, en vooral in Den Haag en Amsterdam, bestonden die zomer en herfst, en sommigen hielden maandenlang stand. Ze trokken forse media-aandacht, en kregen weerklank. Mensen konden er moeilijk omheen: deze mensen hadden geen verblijfsstatus, maar ze konden ook nergens heen. Het logische en humane antwoord: geef deze mensen het verblijfspapier waar ze om vragen. De staat weigerde om dat te doen, en probeerde in plaats daarvan mensen met dubbelzinnige toezeggingen af te poeieren: jullie krijgen opvang, als jullie meewerken aan uitzetting. Maar de ME ging ook bij herhaling tot gewelddadige ontruiming van de kampen over, waarbij extra hard werd ingehakt op solidariteitsactivisten die waren komen helpen. Vervolgens speelde Teeven zijn demagogische spel waarin hij ‘kwetsbare vluchtelingen’ afzette tegen ‘beroepsactivisten’ die mensen ‘manipuleerden’. De groepen vluchtelingen zelf trokken in een steeds deprimerender traject van het ene gekraakte gebouw naar het andere: vluchtkerk, vluchtgarage en dergelijke.

Pure uitputting, selectieve repressie en onderlinge verdeeldheid hebben deze strijdgolf goeddeels van haar elan beroofd. Daarmee is het no-border-activisme ook voor een aanzienlijk deel teruggevallen de patronen die dit type strijd voor de vluchtelingen-actiekampen vertoonde. Die strijd blijft nodig, en krijgt nu en dan nieuwe impulsen, bijvoorbeeld van de hongerstakingen van gedetineerde mensen zonder verblijfspapieren in het voorjaar van 2013. Het is juist de rol van strijdende vluchtelingen zelf die het no border-gevecht een wezenlijk sterkere dynamiek en ook gevoel van urgentie hebben voorzien. Zij eisten in de praktijk een hoofdrol op. Dat was een grote stap vooruit, waarvan het leerzame effect hopelijk doorwerkt ook nu de strijd goeddeels is weggeëbd.

Het tweede front waar de strijd tegen racisme in handen genomen werd door degenen die dat racisme rechtstreeks raakte, was de strijd tegen de racistische karikatuurfiguur Zwarte Piet. Het is een strijd die bij anarchisten veel minder begrip en steun heeft gekregen dan die strijd verdient. Mensen doen het te vaak nog af als relatief onbelangrijk, als overdreven, als bijzaak. Ik heb dat ook te lang gedaan, totdat ik kennis nam van de berichten van mensen die het rechtstreeks trof, hoe zwarte kinderen geplaagd werden, hoe zwarte Piet een stok bleek om zwarte mensen mee belachelijk te maken. Die verhalen blijven zich opstapelen. Zwarte mensen die vertelden hoe ze als kind uitgelachen werden in Sinterklaastijd, zwarte kinderen die niet naar school durfden rond die tijd omdat ze voortdurend voor ‘zwarte Piet’ werden uitgemaakt, zwarte kinderen die thuiskwamen en vroegen: ‘mama, ben ik dom? Zwarte Piet is toch ook dom’. Een zwart kind dat thuiskwam, zich in de douche terugtrok en geprobeerd had zich de zwarte huis af te schuren. Zwarte mensen die desgevraagd zeggend at ze zich vroeger ook al helemaal niet op hun gemak voelden vanwege Zwarte Piet, maar nooit iets durfden zeggen. Ga je die stemmen wegwuiven als aanstellerij? Ga je tegen deze mensen zeggen: het is maar een bijzaak, richt je toch op belangrijker dingen? Voor een moeder is er niets ‘belangrijkers’ dan haar kind, van streek uit school gekomen vanwege Zwarte Piet-getreiter. Zwarte Piet is niet alleen een tot leukigheid vervormde verwijzing naar de tijden van slavernij en kolonialisme. Het blijkt een handvat voor racisme vandaag de dag.

De miskenning van de kwaadaardige koloniale erfenis- – een erfenis waar de Zwarte Piet-figuur naar verwijst – is wel één van de redenen waarom de strijd tegen Zwarte Piet belangrijk is. Het is vergelijkbaar aan de de manier waarop de verdrijving en uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking van de VS hardhandig onder der aandacht wordt gebracht door Native Americans zelf die eisen dat een voetbalteam haar racistische Redskins-naam en mascotte nu eindelijk eens overboord zet. Verdrongen onrecht onder de aandacht brengen is één van de dingen die de strijd v tegen de Zwarte Piet-figuur beoogt, maar het gaat dus verder. Zwarte Piet bleek code voor alledaags racisme dat mensen vernederde, kwetste, beschadigde, dag in dag uit. Het waren mensen uit de zwarte gemeenschappen zelf die stelling namen tegen deze racistische traditie– mensen van Afrikaanse/ Afro-Caribische achtergrond, Surinaams, Antilliaans, Arubaans, Ghanees van afkomst.

Dat stelling nemen was trouwens helemaal niet zo nieuw. Astrid Essed kwam in de herfst van 2013 met een overzicht.(1) Ze noemt onder meer een actie van de Solidariteits Beweging Suriname in 1981, een jaar waarin posters verschenen met ‘Stop geen zwarte knecht in uw sinterklaaspakket’; een demonstratie in Amsterdam Zuidoost in 1996 onder de leus ‘Zwarte Piet = Zwart Verdriet’. In 2003 dienden een aantal organisatie, waaronder het Landelijk Platform Slavernijverleden, een petitie bij de Tweede Kamer in: Afschaffing Zwarte Piet. Er waren ook individuele stemmen, zoals die van Gerda Havertong (2) die in 1987 in het TV-programma Sesamstraat duidelijk maakt dat ze “helemaal geen Zwarte Piet” is, en dat het “elk jaar weer hetzelfde liedje (is): Sinterklaas is nog niet in het land, hè, of zwarte mensen, grote mensen en kinderen worden voor Zwarte Piet uitgescholden”. Veel veranderde er echter niet. Maar degenen die zeggen dat de Zwarte Pieten-strijd slechts is, een hype van aandachtstrekkers is, een gril van Quinsy Gario of zo, schofferen daarmee niet alleen deze moedige man. Ze miskennen ook de lange aanloop van de huidige strijd. Met die strijd hadden witte linkse activisten weinig van doen, maar er waren uitzonderingen, zoals de groep Doorbraak en haar voorloper, en ook wel de Internationale Socialisten. En al in 1968 pleitte een zekere M.C. Grunbauer voor de vervanging van Zwarte Piet in haar Witte Pieten-plan. Dat verwees naar het witte fietsenplan van de actiegroep Provo.(3) Dit kritische geluid was deel van de radicale stemming van de jaren zestig. En het leidde tot soortgelijke discussies als nu, zij het op veel minder scherpe toon. Van deelname aan die discussie vanuit zwarte gemeenschappen was echter nog niet merkbaar sprake. Die gemeenschappen waren ook veel kleiner dan nu.

De strijd tegen de Zwarte Piet-figuur ging door initiatief van Gario en Kno’ledge de laatste jaren een nieuwe ronde in. Petities en uitleg via Sesamstraat bleken on voldoende, dus kozen actievoerenden voor een steviger aanpak. Ze posteerden zich bij de intocht in Dordrecht met de leus ‘Zwarte Piet = racisme’. De politie pakte de twee op. Tijdelijk leidde dat tot veel aandacht, en in het jaar erop nam de felheid van het publieke debat al flinke vormen aan. In 2013 begon de discussie al snel na de zomer. Gario werd voor TV-kijkend Nederland vernederd en belachelijk gemaakt door Henk Westbroek, er kwam een golf van openlijk racistische agressie tegen hem en tegen elke tegenstander van Zwarte Piet op gang. Een Facebook-actie om Zwarte Piet te behouden trok in no time twee miljoen ‘Likes’. Een zwarte mevrouw die tijdens het aanbieden ervan aan een PVV-politicus op het Malieveld was om aandacht voor de onderdrukking van Papoea’s door Indonesië te vragen, werd door Piet-verdedigers aangevallen, uitgescholden.

Maar precies de agressie van de Zwarte Piet-fanaten werkten tegen die fanaten zelf. Diezelfde herfst kozen her en der publieke figuren, de zangeres Anouk bijvoorbeeld, de kant van de tegenstanders van Zwarte Piet. Het dagblad Trouw maakte in een redactioneel bekend dat ze ook voor aanpassing van de traditie was. Bestuurders en anderen dachten hardop na over regenboogpieten en dergelijke. Het halsstarrig vasthouden aan een traditie waarvan de racistische ondertonen voor veel mensen toch onmiskenbaar waren als ze er eenmaal op werden gewezen, werd steeds meer een ding van openlijke racisten van de PVV en aanverwanten.

De leus ‘Zwarte Piet = racisme’ bleek intussen een hardhandig maar zeer effectief frame: zelfs degenen die riepen ‘Zwarte Piet is helemaal geen racisme!’droegen eraan bij dat in het bewustzijn de woorden ‘Zwarte Piet”en ‘racisme’ aan elkaar gekoppeld raakten. In België kozen strijders tegen Zwarte Piet een vriendelijker leus: Sinterklaas voor iedereen Ook dat zou wel eens slim kunnen blijken, het roept immers de vraag op: is het feest dan nu niet voor iedereen? En dan kun je inkoppen: nee, vanwege die Zwarte Piet-figuur is het bepaald niet voor iedereen even leuk.

Het jaar 2014 zette de verschuiving in Nederland verder door. Nu beperkte de discussie zich niet meer tot de laatste maanden voor Sinterklaas. Heel het jaar door kwam die herhaaldelijk naar voren. In de herfst waren er meerdere demonstraties, en één actie van burgerlijke ongehoorzaamheid. Die vond plaats in Gouda, toen een honderdtal actievoerders tijdens de Sinterklaasintocht hun Zwarte Piet = racisme- standpunt duidelijk probeerden te maken. De burgemeester verbood dat, de ME pakte vrijwel elke deelnemer op. Demonstraties zoals die in Utrecht eerder die herfst, en de actie in Gouda, bestonden voor een aanzienlijk deel uit zwarte mensen, net als gangmakers van de strijd als Gario en Kno’ledge Cesare zelf ook zwarte mensen waren.

De Zwarte Pieten-strijd is daarmee strijd vanuit de zwarte gemeenschappen zelf, en dat maakt haar extra belangrijk. Zelf-emancipatie is immers de sleutel tot elke werkelijke bevrijdingsstrijd. Het is een strijd om presentie en om representatie. Het is een strijd om presentie: zwarte mensen zijn aanwezig in het hart van de Nederlandse maatschappij, en laten zich niet meer buiten beeld duwen. Dit klinkt verwant aan een leus van actievoerende vluchtelingen: ‘Wij zijn hier’. Het is een strijd om representatie, om hoe zwarte mensen worden afgebeeld en gesymboliseerd, en wie daar over gaat Zwarte mensen accepteren niet langer dat witte mensen voor hun eigen plezier een soort imitatie-zwarte neerzetten, een karikatuurfiguur. Knechtschap en slavernij zijn geen dingen om een kinderfeest mee op te leuken, maar ontwrichtende ervaringen waar nabestaanden terecht serieus aandacht en rechtsherstel voor opeisen. De hele strijd gaat om iets veel diepers dan enkel de aanpassing van een figuur uit een feest.

De strijd tegen Zwarte Piet had echo vond klaarblijkelijk weerklank in andere bevolkingsgroepen. Het is volgens mij mij geen toeval dat juist in de verhitte herfst van de Pietietie in 2013 ook mensen van Aziatische herkomst, leden met name van de Chinese gemeenschap, zich lieten gelden. De aanleiding leverde de zanger Gordon die bij een talentenjacht op TV een deelnemer van Chinese afkomst vroeg: “Welk nummer ga je zingen? Nummer 39 met rijst?”(4) Chinese Nederlanders maakten vervolgens duidelijk dat ze er genoeg van hadden om standaard weggezet te worden als mensen die allemaal in een Chinees restaurant werkten en de niet konden uitspreken. een Facebook-pagina ‘nummer 39 met rijst’ kreeg al snel talloze ‘Likes’, en er verschenen doordachte stukken over dagelijkse ervaringen met racisme dat mensen van Aziatische herkomst in Nederland ervoeren. Een gemeenschap waarvan de meeste leden voordien zich nauwelijks lieten gelden in het publieke debat, doorbrak haar zwijgzaamheid. De Zwarte Pieten-strijd heeft kennelijk een klimaat helpen vormen waarin openlijk racistische uitingen veel eerder van repliek wordt gediend vanuit de getroffen bevolkingsgroepen zelf. Dat is een aanzienlijke vooruitgang.

Een vierde episode die past in het beeld van onderdrukte groepen niet-witte mensen die zelf de strijd tegen racisme aanbinden, zagen we na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014. Op de verkiezingsavond deed Wilders zijn aanhangers ‘minder, minder, minder’ roepen op de vraag of we ‘meer of minder Marokkanen’ wilden. Met deze en eerdere uitspraken maakte hij openlijk duidelijk dat het hem om het aanvallen van mensen van Marokkaanse herkomst zelf te doen was . Zijn doorgaans als islamkritiek gecodeerde racisme klonk nu openlijk. De woede onder mensen van Marokkaanse afkomst en van antiracisten daarbuiten was terecht groot. De vorm die deze kreeg was opmerkelijk. Mensen van de Marokkaanse gemeenschap en sympathisanten gingen aangifte doen, eerst één voor één in aanzwellend tempo, maar al snel met hele groepen tegelijk. Die groepen namen soms de vorm aan van demonstratieve optochten naar het politiebureau. Weer was het een onderdrukte gemeenschap zelf die haar stem en haar rechten opeiste.

De vorm waarin dat gebeurde – aangifte wegens het strafbare feit van discriminatie – was vanuit anarchistisch gezichtspunt wel problematisch. De staat de ruimte gunnen om vast te stellen wat wel en niet gezegd kan worden is de staat in de kaart spelen als ze die ruimte tegen linkse en radicale kritiek gebruiken wil. Wilders aanklagen wegens discriminatie maakt hem bovendien wederom tot held van het vrije woord in ogen van zijn aanhang. Het is principieel en tactisch geen goed idee, en zelf heb ik daarom dan ook geen aangifte gedaan.

Maar deze kritiek is slechts het halve verhaal. Het gaat hier immers niet om mensen die vanuit een anarchistische houding actie voeren, het gaat om mensen met de meest uiteenlopende opvattingen, met vermoedelijk een liberaal-democratisch beeld van de staat als overheid die er in principe voor iedereen is. Mensen hebben daarin erkende rechten, waaronder het recht om aangifte te doen van strafbare feiten. Van dat recht hebben mensen demonstratief gebruik gemaakt, en dat heeft – naast een staatsbevestigende en daardoor vervelende kant – ook een emancipatorische waarde. Als mensen vanuit onderdrukte gemeenschappen hun rechten zelfbewust opeisen, en de staat aanspreken op beloften die ze doet maar zo weinig waarmaakt, is dat een daad van zelfbeschikking die solidariteit verdient, zoals destijds ook de keus om voor stemrecht van zwarten in de VS te vechten solidariteit verdiende ook van degenen die verkiezingen niet als emancipatiemiddel zagen. De strijd om burgerrechten heft het racisme niet op, maar daarbinnen geen kant kiezen voor gelijke rechten is het voortdurende racisme accepteren. Anarchistische kritiek op specifieke keuzes zijn zinnig zolang ze op basis van deze solidariteit worden gedaan. De praktijk van de strijd, gecombineerd met zorgvuldig gebrachte kritiek, zal dan hopelijk naar racicaler keuzes en diepere inzichten in de werking van de staat voeren. Maar dit leerproces begint met strijd en solidariteit vanuit de huidige situatie.

Dat leerproces gaat nadrukkelijk twee kanten uit, en het is die tweede kant die wat mij betreft doorslaggevend is. Onderdrukte gemeenschappen – vluchtelingen zonder verblijfspapieren, migranten van Marokkaanse herkomst, leden van Aziatische, Afrikaanse en Afro-Caribische gemeenschappen in Nederland – verheffen hun stem. Ze eisen hun rechten op en zijn en brengen een proces van zelfbevrijding en zelfbeschikking op gang. Dat proces heeft een emancipatorische en revolutionaire waarde die ook voor veelal niet uit deze gemeenschappen afkomstige anarchisten onmisbare leerstof en ervaringen verbiedt, en tot actieve solidariteit uitdaagt.

Noten:

1. Astrid Essed, “Afschaffing Zwarte Piet een must/ Zwarte Piet als racistisch fenomeen” .

2. Gerda Havertong, “statement in Sesamstraat over zwarte piet” .

3. Hester Dibbits, Isabel Hoving, Marjou Schrover, Cultuur en migratie in Nederland. Verandering van het alledaagse, 1950-2000 (Sdu Uitgevers: Den Haag 2005) 253,  ( met dank aan Astrid Essed, zie boven).

4. Annemarie Goevert, “Gordons humor valt slecht over de grens: ‘racistisch en verre van grappig'”, NRC, 20 november 2013.

Peter Storm

5 comments

  1. Olav Meijer schreef:

    Goed artikel, Peter. Maar toch één kanttekening.

    De woorden “Demonstraties zoals die in Utrecht eerder die herfst” (in 2014) kloppen niet. Het ging om een zitting van het College van de Rechten van de Mens op 15 oktober, waarin een moeder aanpassing van de Zwarte Piet-praktijk op de school van haar kind wenste. Het reactionaire programma Pow News zette daar buiten, waar enkele tientallen mensen stonden die niet werden toegelaten omdat de zaal al helemaal vol zou zijn, een eigen troublemaker in, die ook nog een zwarte vrouw sloeg. (is nog in behandeling bij justitie). Pow News beweerde dat er tegen Zwarte Piet werd gedemonstreerd (o schande!), maar dat was juist helemaal niet het geval. De belangstellenden kwamen uit allerlei plaatsen van het land, en de meesten kenden elkaar voor het grootste deel niet eens persoonlijk. Er was dus geen enkele actie voorbereid, en die werd ook niet spontaan gevoerd. De mensen bleven uit solidariteit buiten wachten, tevens om na afloop te horen wat binnen was gebeurd. Maar Pow News framede het als een zoveelste ongerechtvaardigde actie tegen Zwarte Piet. (Je raadt het al: ik was er bij).

    • peter schreef:

      “De woorden “Demonstraties zoals die in Utrecht eerder die herfst” (in 2014) kloppen niet. Het ging om een zitting van het College van de Rechten van de Mens op 15 oktober”. Nee, daar doelde ik niet op. Ik doelde op een manifestatie waar ik bij was, op het Neude. Met een reeks spreeksters/ sprekers waaronder overigens ook de moeder waar jij over spreekt. maar dit was wel degelijk georganiseerd en voorbereid, Hooguit kun je zeggen dat het geen echte demonstratie was maar een manifestatie. Ik heb even teruggezocht, het was op 1 november. Hier het verslagje op mn blog: http://www.ravotr.nl/2014/11/04/strijd-tegen-zwarte-piet-racisme-boekt-terreinwinst/ Wat ik zei klopt in essentie wel.

  2. Olav Meijer schreef:

    O ja, Pow News luidde het item ’s avonds op TV in met de woorden: “buiten ging het er minder vreedzaam aan toe.” Juist ja, door de actie van hun eigen troublemaker!

  3. Lester schreef:

    Zuivere analyse met onderbouwing… Een verademing voor mensen die meer substantie nodig hebben dan van de zoveelste columnist.

  4. Taas Appelaar van Apelen schreef:

    Mensen worden opgevoed binnen een bubbel van arrogantie en leven op een roze wolk van totale onwetendheid en naïviteit

    Nederland is leuk, want ik woon daar. Wit is beter dan zwart, want ik ben wit. Dat is ongeveer de logica van de rechtse imbecielen

    Wat betreft de vluchtelingen. Een Rutte spreekt over een Afrikaans probleem, wanneer vluchtelingen sneuvelen in de oceaan. Wanneer een Afrikaans land grondstoffen zou hebben, dan zou hij over samenwerking spreken en zouden de banden aangescherpt moeten worden, maar zodra ze in de shit zitten, is alles hun eigen verantwoording. Hetzelfde zoals natiestaten met hun burgers omgaan. Je hele leven word je in hun oubollige keurslijf gedrukt, maar als je hulp nodig hebt, moet je ineens je eigen verantwoording nemen. De hypocrisie druipt er vanaf, in een stinkende drap van verrotting, gecamoufleerd met een uitgehold nationalisme

    Wij leven in vrijheid, omdat zei in onvrijheid leven. Het is iets dat niet gezegd mag worden, omdat het sprookje niet in duigen mag vallen. Wij schermen onze grenzen af door protectionistische maatregelingen, terwijl onze corporaties hun grondstoffen komen halen. Vrije handel ? Ja maar dan alleen voor ons. Hun continent wordt uitgezogen en dat is de reden dat ze naar Europa vluchten.

    Het is een mondiaal probleem waar ik geen directe oplossing voor kan bedenken. De Europese staten willen geen vrije handelsverdragen met Afrika, ze willen hun bevolking niet opvangen, ze willen hun machtspositie niet verwerpen. Ze willen hun machtspositie behouden en af en toe een aalmoes werpen naar het karkas van de derde wereld, zodat ze de gemiddelde Nederlander een gevoel van superioriteit geven. Kijk ons die zielige, mensen nou eens helpen. Dat is hoe de staats scholen het portretteren, de media het portretteert en zo word het in de geesten van de minder kritische mens geprent. De Wereld is een geperverteerde plek, maar niet iedereen zal dat onder ogen kunnen zien, niet iedereen heeft de autonomie daarvoor.

    Het wegvallen van grenzen zou economische gevolgen hebben, het machtscentrum in de wereld zou immens versnipperen , tribale verbanden zouden opnieuw betekenis gaan hebben, lokale economieën zouden opbloeien etc. Zonder strikte syndicale samenlevingsorde, zou het vervallen in chaos. Zonder organisatie zou een grenzeloze wereld niet mogelijk zijn. Er zijn grote delen van Europa die geheel uitgestorven zijn, waar miljoenen mensen zouden kunnen leven. Er staan duizenden panden leeg, waar volksstammen zouden kunnen leven. Maar nee, ze moeten verdrinken, om de nationalistische natte droom van de gemiddelde Europeaan te beschermen

    Zolang de Henk en Ingrid van Nederland leiden onder de beslissingen van Leiders en CEO’s, zullen ze hun worstenvingertjes naar de buitenlanders wijzen. Die hebben immers rare kleren en eten vreemde specerijen. De leiders zijn nette mensen, die nette kleren dragen en hun eigen boterham verdienen. Zie het racisme als een bliksemgeleider voor exploitatie. Je kan je bevolking uitpersen als een sinaasappel, zolang er maar een bevolkingsgroep nog lager in de pikorde is, zodat ze hun agressie kwijt kunnen

    Dit alles is in feite preken voor eigen parochie, maar wellicht zijn er mensen die hieruit een nieuwe invalshoek kunnen ontdekken

    een anonieme libertair