Dubbeldemonstratie voor behoud De Vloek

zaterdag 7 maart 2015

Tussen de vijftien en twintig mensen demonstreerden afgelopen middag in Tilburg tegen dreigende ontruiming van sociaal centrum De Vloek in Den Haag. Tussen de dertig en de vijfendertig mensen – waaronder een aantal die in Tilburg ook deelnamen en in één moeite door gingen – demonstreerden voor hetzelfde doel in Eindhoven. Ik was er in allebei de steden bij. Het was een vrij kleine, maar een waardevolle en plezierige dubbeldemonstratie. Heet aangename vroege voorjaarszonnetje hielp.

De meeste deelnemers – niet allemaal, ik was er bijvoorbeeld … – waren jong. Voor kraakdemonstraties is dat niet vreemd en – in een tijd dat kraken erg in de verdrukking is door wettelijk verbod en ontruimingsgolven – ook wel hoopgevend. Onder de druk nemen nieuwe mensen kennelijk toch steeds weer de stap. Of ze nemen het in ieder geval op voor degenen die eerder deze strijd aangingen.

Ik bedacht me na afloop wel dat alle sprekers weer eens mannen waren. Dat gold overigens niet voor de deelnemers. Volledig gendergebalanceerd was de samenstelling van de groep niet, daar is bepaald terrein te winnen, maar de actie was gelukkig bepaald geen totale mannenzaak. En tussen de paar mensen die keer op keer leuzen aanhieven, hoorde ik keer op keer nadrukkelijk een vrouwenstem. De demonstratie was wel voor vrijwel honderd procent wit van samenstelling. Net als de actiescene waar deze demonstratie duidelijk in wortelde. Geen eenvoudige klus om hier verandering in te brengen. Wel een noodzakelijke.

De actie was dus niet groot qua deelname, maar bepaald ook niet onopvallend. Een flink blauw spandoek om mee te delen dat De Vloek moet blijven, een zwart spandoek waarmee gesteld werd dat kraken doorgaat. Enkele zwart-rode anarchistenvlaggen, een vlag van de antifascistische actie AFA. Een levendige vrij compacte groep mensen die voortdurend leuzen riep. Ja, het winkelend publiek had wat te bekijken, en dat deed het ook. Lichte verbazing in de ogen, maar eigenlijk geen lompe onvriendelijkheid. Meer iets van ‘Wat loopt dáár nou?’

We riepen leuzen “Idealen ontruim je niet, kraken gaat door!” en “De Vloek moet blijven!” waren de belangrijkste. Mensen riepen ook expliciet anarchistische leuzen, en vergelijkbare teksten ook in het Spaans. Dat laatste type leuze is vooral cool voor deelnemers zelf, en daarom verder ook okay. Actie voeren is immers niet vol te houden als actievoerders zélf er geen lol aan beleven. Maar we zouden meer na moeten denken over slogans die tenminste iets van ons punt over weten te brengen aan de aanzienlijke aantallen omstanders en winkelende mensen voor wiens neus we onze actie hielde.

Aandacht van omstanders voor de praatjes die we deden was er wel degelijk, je zag mensen staan blijven en even luisteren. Ons isolement is kleiner dan we ons soms realiseren, vermoed ik. Het is belangrijk dat we contactmogelijkheden tussen onszelf en omstanders optimaal benutten, om ons verhaal maximaal bereik te geven. Een pamflet om uit te delen aan omstanders, met de kern van ons verhaal plus een website om meer te vinden, was ook een mooie aanvulling geweest op ons actie-arsenaal. Het zijn dingetjes die beter kunnen, in een actie die over het geheel genomen wel degelijk goed voelde om te doen. Vanwege wat we probeerden uit te dragen, maar ook vanwege de onderlinge banden die op zo ’n actie groeien. Een demonstrant deelde af en toe het recente nummer van In Beweging uit, blad van de Anarchistische Groep Nijmegen. Zo knoopte hij tevens gesprekjes aan met niet-demonstranten. Dat is s een concreet voorbeeld van een noodzakelijke aanpak: zoeken naar contact met mensen buiten de demonstratie zelf. (1)

In beide steden begonnen we de actie met een toespraak. In Eindhoven onderbraken we het lopen ook voor een tweetal praatjes . Ik was één van degenen die zo’n speech mocht doen, en heb dat in beide plekken gedaan. In Eindhoven hadden we wel een prachtige plaats voor zo’n praatje we stonden met de demonstratie: op een bordes voor een kerk midden in het stadscentrum. In de speeches belichtten we het nu en de noodzaak van sociale centra als plekken waar mensen in eigen beheer culturele alternatieven en politieke verzetsactiviteiten kunnen pionieren, tegen de gevestigde orde van het grote geld in.

Sprekers noemden ook het studentenverzet als iets dat feitelijk over soortgelijke zaken gaat, en waarmee verbinding nodig is. Nodig, die verbinding, ik beklemtoon het hier ook maar eventjes. Ook zij botsen immers met het grote geld, iets waarvan de kritiek op het inmiddels gevleugelde woord ‘rendementsdenken’ getuigt. Verdedigers van De Vloek en bezetters van het Maagdenhuis voeren verschillende gevechten in dezelfde oorlog. Hoe beter de banden, hoe hoe explicieter dat inzicht, hoe sterker we kunnen staan.

Na de laatste toespraak liepen we, nog altijd leuzen roepend, naar  de ‘huiskamer’ van Burgers, dat als plek van “onafhanjkelijke projectontwikkeling” feitelijk ook als  klein sociaal centrum functioneert, en dat ooit ook als kraakpand is begonnen. Daar werden we gastvrij onthaald op een zeer smakelijke veganistische maaltijd. Napraten, terugblikken, gedachten en ervaringen uitwisselen. En wederom huiswaarts na een mooi middagje actievoeren voor een rechtvaardige zaak. Strekking: kom aan De Vloek, en je komt aan ons ideaal en daarmee aan ons allemaal.

Noot:

(1) De passage “Een demonstrant…” tot en met ¨buiten de demonstratie zelf.”, plus  de daarin vervatte link is een latere aanvulling, aangebracht op 8 maart tegen o0.28 uur.  (Noot aangebracht 8 maart, 00.30 uur)

Peter Storm