Grote boze betoging van belang tegen bezuinigingsbeleid in België

vrijdag 7 november 2014

Boosheid in België, in Brussel en in al die plaatsen van waaruit mensen naar de hoofdstad waren getrokken om te betogen tegen het bezuinigingsbeleid van de nieuwe rechtse regering. Ja, de actie bracht rellen met zich mee, en ontmoette grof politiegeweld. Media vonden dát het belangrijkste om te beklemtonen. Maar het grootste belang van de zesde november 2014 lag niet daar. Het grootste belang lag in de boodschap van de actie, de omvang en de dynamiek waar de demonstratie een onderdeel van is.

Eerst de omvang! Honderdduizend deelnemers, zo erkende zelfs de politie, 130.000 demonstranten volgens de organisatie vanuit de gezamenlijk betogende vakbonden. “De mars van donderdag was één van de grootste protesten van de arbeidersbeweging in België sinds de Tweede Wereldoorlog, aldus de BBC.  Een vorige demonstratie tegen bezuinigingen, in februari 2013, bracht volgens Aljazeera 40.000 mensen op de been. Nu waren het er dus minstens twee en mogelijk zelfs drie keer zoveel. Dat maakt de actie sowieso al van gewicht.

De demonstratie liet de woede zien die de bezuinigingen opwekten bij velen, plus de bereidheid en het vermogen van vakbonden om die woede ruim baan te geven en in actie om te zetten. De bezuinigingen zijn dan ook ingrijpend. Het gaart om bevriezing van lonen en besnoeiingen op openbare diensten, maar niet alleen dat. “Met name de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar zit veel betogers dwars, aldus de Volkskrant.  Die woede is niet wezenlijk anders dan in Nederland. Dat de vakbonden echter fors kracht zetten om mensen in groten getale voor een protest naar de hoofdstad te doen komen, is wel een flink verschil. In België véchten arbeiders via de vakbonden voor het behoud van hun pensioenleeftijd van 65 jaar. In Nederland liet de vakbeweging dat gevecht alweer vallen voordat het goed en wel op gang was gekomen, in ruil voor een wazig compromis dat de deur voor meer ellende open houdt. Kwaad zijn mensen in beide landen, maar in Nederland blijft die boosheid verbrokkeld, versplinterd.

Het antwoord van arbeiders in België is opvallend slagvaardig en o eensgezind. Niet alleen trokken arbeiders van verschillende vakbonden zij aan zij op. Hetzelfde gold klaarblijkelijk voor arbeiders uit de verschillende taalgemeenschappen in het land. De laatste jaren is het vooral de vakbeweging en een daarmee verbonden sociaaldemocratie in Wallonië die overeind is gebleven; in Vlaanderen is het neoliberalisme en de kracht van rechtse politiek veel sterker. Op de actie van afgelopen dag was echter het Nederlandstalige deel van de arbeidersklasse bepaald aanwezig. “Vaststelling: dit is zeker geen Franstalige betoging. Meeste mensen die ik aanspreek spreken nederlands”, aldus een twitteraar die geciteerd wordt in het liveblog van dagblad De Morgen.  De Gazet van Antwerpen  had een levendig verslagje van het vertrek van honderden strijdlustige arbeiders die vanuit Antwerpen – Vlaanderen dus – naar Brussel gingen om mee te betogen. “Al van ver waren (…) de ontploffende voetzoekers te horen, op alle kruispunten stond politie opgesteld. Met andere woorden: de dokwerkers, aangesloten bij de socialistische vakbond BTB, waren zich aan het opwarmen. Ha!

De actie is geen losse flodder, maar precies datgene wat acties de laatste jaren in Nederland zelden zijn: een stevige aanloop naar een stevig vervolg. Ja, in België is reden om van ‘Hete Herfst’ te spreken, en dat gebeurt dan ook. Er staat een hele reeks van acties op stapel, inmiddels begonnen met “een eerste betoging op 6 november”, de dag van gisteren dus. “Op 24 november begint dan een reeks provinciale stakingen. Eerst in Luik, Luxemburg, Limburg en Antwerpen. Een week later in Namen Henegouwen, Oost- en West-Vlaanderen en ten slotte op 8 december in Brussel”, aldus Christophe Callewaert in De Wereld Morgen.  Niet alleen komen er dus stakingen aan beide kanten van de taalgrens; op de eerste twee stakingsdagen dagen zijn steeds zowel Vlaamse als Waalse provincies gelijktijdig in actie. Arbeiderseenheid doorbreekt hier nationale tegenstellingen, althans tendentieel. En bij die stakingsdagen blijft het niet. Op 15 december staat een landelijke staking op het programma. En daarna? “Vanaf 5 januari evalueren we en zien we wat er nog nodig is.” Dat zegt de voorzitter van de ABBV, Rudy de Leeuw. Die ABVV is de grote sociaaldemocratische vakbond.

Het ziet er allemaal uit als een stevige actiecampagne die in de steigers staat, en waarvan dag één er dus op zit. De regie is daarbij duidelijk in handen van de vakbondsleiding. De gang van zaken doet denken aan Nederland 2004, toen de vakbeweging met stakingsdagen en een landelijke demonstratie de afbraak van vervroegde pensioenregelingen probeerde tegen te houden. Dat culmineerde in een gigantische betoging op het Museumplein, en kachelde vervolgens uit om in een compromis te eindigen. De huidige campagne van de Belgische vakbonden oogt een flink stuk robuuster. De aangekondigde algemene staking is daarvan een symptoom; over zoiets wordt door vakbondsbestuurders in Nederland zelden zelfs maar hardop gespróken, zo radicaal klinkt dat in d het Nederlandse sociale klimaat. In België kan zoiets blijkbaar wel, en dat is een groot plus.

Tegelijk moeten we geen zaken idealiseren. De vakbonden in België zijn ontegenzeglijk sterker, steviger en minder ingekapseld dan die in Nederland. Vuurwerk bij vakbondsbetogingen – in Nederland vrijwel al voorteken van een rel – zijn bij Belgische vakbondsacties de gewoonste zaak van de wereld, hetgeen een levendiger actiecultuur weerspiegelt. Maar ook de bonden in België zijn uiteindelijk organen binnen deze maatschappij, wiens rol het is om beperkte arbeidersbelangen te behartigen binnen dit stelsel, en dus op een wijze die de positie van ondernemers en staat niet fundamenteel bedreigt. Uiteindelijk betekent dat: de strijd niet op de spits drijven richting victorie, maar een compromis nastreven.

Arbeiders hebben gisteren actie gevoerd omdat ze de plannen van tafel willen zien verdwijnen. Vakbondsbestuurders hebben de acties op poten gezet omdat ze met de regering over het bijstellen van de plannen willen práten. Dat is niet hetzelfde. Voor bestuurders zijn de demonstrerende arbeiders een drukmiddel, maar arbeidersbelangen en vakbondsbelangen vallen niet samen. De vakbondsbelangen tenderen richting overleg en compromis, iets dat ook blijkt uit het feit dat er afgelopen dag al een gesprek was tussen vakbondsleiders en … de regering tegen wie de actie zich richtte…

Die tendens wordt nog versterkt door de sociaaldemocratische politici, tot en met ex-premier Di Ruppo, die vandaag met de optocht meeliepen. Ook dat doet denken aan Nederland 2004, toen PvdA-chef Wouter Bos samen met vakbondschef Lodewijk de Waal stond te manifesteren op het Museumplein. Een paar jaar later was dezelfde Bos Minister van Redding van Banken op Kosten van de Belastingbetaler. Sociaaldemocratische politici lopen wel eens mee met een vakbondsbetoging. Dat wil echter niet zeggen dat ze werkelijk vriendinnen en vriendinnen van de strijdende arbeiders zijn. Morgen regeren ze wellicht weer, en dan mogen ze met compromissen de strijdbaarheid van hun arbeidersachterban weer dempen als de frontale aanvallen van rechts dreigen vast te lopen op arbeiderswoede en verzet. Hopelijk vindt die woede en dat verzet eigen vormen waarmee het uit de greep van vakbondsbesturen en partijtoppen kan breken en waarmee strijdende arbeiders de regie over hun eigen gevecht naar zichzelf toe kunnen trekken.

Peter Storm

Opmerking 7 november 12.40 uur: bij de lijst aan komende acties stond de actie in Brussel vermeld voor 8 augustus. Moet natuurlijk december zijn. Excuus. Intussen gecorrigeerd. Dank aan een alerte meelezer:)

Opmerking 7 november 17.33 uur: premier Di Rutto moet natuurlijk premier Di Ruppo zijn. Haha wat een dommigheid, excuus, dank andere alerte lezer voor je commentaar. Verbeterd nu.

2 comments

  1. Stijn schreef:

    volgens mij hebben jullie de huidige Belgische premier en de vorige Nederlandse gemorphed: Di Rupo was onze vorige premier 😉