Anatomie van het conspiratieve denken (4): voor een rationele scepsis, voor een sceptisch radicalisme

vrijdag 22 augustus 2014

Wat valt er te doen aan de irrationaliteiten van het conspiratieve denken? Hoe zorgen we ervoor dat mensen wiens verlangens in linkse en radicale richting gaan, niet meegaan in een deze nederlaag van de kritische rede? We hebben hiertegen een houding nodig van rationele scepsis nodig, van sceptisch radicalisme. Rationeel: op basis van feiten en argumenten, van alle kanten bekeken, onderzocht en getoetst. Radicaal: diepgaand in maatschappijkritiek, de wortels blootleggend en grondige verandering bepleitend. En sceptisch in alle richtingen, omdat niets en niemand bij voorbaat boven iedere twijfel verheven is, of er zich boven mag verheffen. Deel 4 van een reeks over conspirationalisme. 

Rationele scepsis: daarmee bedoel ik wat ik eerder heb aangeduid, een kritische houding ten opzichte van bewijsvoering, argumentatie, onderbouwing. Wat zijn de bronnen van een bewering? Zijn er bronnen die het tegendeel beweren? Welke zijn betrouwbaarder, overtuigender? Worden beweringen hard gemaakt? Komt een kritische bewering over regering X alleen van mensen die regering X sowieso al vijandig gezind zijn, of juist ook van bondgenoten? Dat eerste zegt namelijk weinig, het tweede maakt een kritische bewering meteen een stuk geloofwaardiger. Een VVD-er die Rutte beschuldigt is immers veel minder voor de hand ligt dan een SP-er die hetzelfde doet. De tweede trapt een open deur in, de eerste doet iets dat haaks staat op diens gangbare houding. Geen enkele bewering mag buiten en boven dit type van kritische toetsing worden gehouden, ook niet de beweringen die we zelf de wereld in sturen. Rationele scepsis, zonder aanziens des persoons.

Maar tegelijk ook radicale scepsis: een diepgaand wantrouwen in de gevestigde orde is het vertrekpunt, een wantrouwen gebaseerd op een verlangen naar rechtvaardigheid, solidariteit, vrijheid. Tussen de verschillende feitelijke beweringen over gebeurtenis X en de personen die ze naar voren brengen, probeer ik onpartijdig te zijn, in de zin dat ik wil dat de feiten, en niet mijn eigen voorkeuren, uitmaken welke versie ik geloofwaardig vind. Daarbij zal ik best wel eens mis grijpen, maar de poging is er. Tussen onderdrukking en vrijheid ben ik echter zéér partijdig. Waarheidsvinding is juist nodig als wapen in de vrijheidsstrijd. Onderdrukkers zijn immers ook leugenaars, en hun voorbeeld moeten we niet volgen.

Radicale scepsis: dat betekent ook een zoektocht naar diepgaande verklaringen van hoe de wereld draait en hoe de maatschappij grondig – radicaal – verbouwd kan worden in rechtvaardige en vrijheidslievende richting. Scepsis jegens verkeerde verklaringswijzen zal pas mensen overtuigen als er tegelijk een betere verklaringswijze wordt aangedragen. De mensen die achter bijvoorbeeld het conspiratieve denken aanlopen, doen dat immers doorgaans óók omdat ze zich zorgen maken over de wereld en graag een andere zouden zien. De taak van rationele radicalen is niet alleen het debunken van irrationalisme, maar ook het naar voren schuiven van alternatieve denkwijzen die niet alleen rationaliteit uitdragen, maar ook menselijkheid en hoop. Het conspiratieve denken zelf is hier de vijand, niet de mensen die deels door dat denken zijn beïnvloed, maar met wie ik graag zij aan zij voor een betere wereld vecht. Dat iemand de machthebbers aanduidt als ‘Illuminati’ is niet goed. Maar het is op zichzelf nog geen reden om zo ’n iemand meteen maar af te serveren. Integendeel, het is een reden om over de achtergrond van dat begrip te discussiëren, en tegelijk een beter verklaringsmodel aan te dragen, en perspectief tot verandering te helpen ontwikkelen.

Radicale scepsis behelst wat mij betreft ook een sceptische, zeer kritische houding jegens de eigen linkse en radicale opvattingen en analyses. Ook aan eigen opvattingen mag keer op keer getwijfeld worden, om zwakke plekken te ontwaren, te testen of ze nog altijd adequaat zijn en en waar en in hoeverre ze bijgesteld, veranderd of zelfs losgelaten mogen worden.

Van Marx is bijvoorbeeld de analyse van hoe het kapitalisme werkt nog altijd enorm waardevol, evenals diens methodiek om historische processen te doorgronden. Maar zijn politiek-strategische concepten, met hun gerichtheid op gecentraliseerde politieke machtsvorming als hefboom voor maatschappijverandering, zijn een fatale valkuil. Gecentraliseerde politieke machtsuitoefening reproduceert precies het soort verhoudingen waar radicale maatschappijcritici van af willen. Dit soort machtsvorming reproduceert bazen en knechten, opdrachtgevers en uitvoerders, met onontkoombare voorrechten voor de bazen en de opdrachtgevers, uitbuiting en uitsluiting boor de knechten en de uitvoerders. Hier zag de anarchist Bakoenin in 1868 al scherper dan marxisten in 2014, hoe warrig hij zijn kritiek soms ook formuleerde, en hoezeer ook hij zelf soms zondigde tegen eigen beleden principes.

Anarchisten zijn scherp in het aanwijzen, analyseren en afwijzen van institutionele hiërarchische verhoudingen en het zoeken naar het soort vrije samenlevingsverbanden die hard nodig zijn en waar naar mijn indruk ook veel door het conspiratieve denken beïnvloede mensen open voor staan en zelfs naar snakken. Het anarchisme sluit in haar wantrouwen jegens de macht ook goed aan bij de rationele kern van veel conspiratief denken: het gevoel dat er onzichtbare vijandige machten boven ons staan. De duiding van die machten is bij conspirationisten verkeerd, maar dát er zulke machten zijn, zal juist door anarchisten worden onderstreept. Een serieus, geloofwaardig en rationeel radicalisme is wat mij betreft ten diepste anarchistisch van aard en inspiratie.

Waar het anarchisme echter vaak de mist in gaat is, net als het marxisme, de strategische keuzes die te vaak worden gemaakt. Niet alleen de heersende machten en de staat worden als vijanden bejegend. Te vaak wordt bij ons ook iedereen die meegaat in de gevestigde orde, geen alternatieve leefwijze heeft gekozen, werkt voor een foute baas of instelling, als vijand gezien, in plaats van als mensen die onder hetzelfde juk zitten als anarchisten zelf maar er tot nu toe geen bevrijdend antwoord op hebben gevonden en zich dus geheel of gedeeltelijk voegen in het systeem. Zo wordt de sociale strijd niet de noodzakelijke strijd van de brede onderkant wereldwijd tegen een kleine minderheid van machthebbers en hun kapitalistische, autoritaire en hiërarchische systeem. In plaats daarvan verschijnt de sociale strijd als een desperaat gevecht van anarchisten aan de ene kant tegen vrijwel de complete maatschappij aan de andere waarvan de leden beschimpt en aangevallen mogen worden, eventueel met heftige acties ‘wakkergeschud’ en ‘bewustgemaakt’. Het lijkt me een doodlopende weg, waarin vaak een wat nihilistische houding in doorklinkt. Dit type nihilisme zou je de valkuil van veel anarchismes kunnen noemen.

Een schijt-aan-alles-en-iedereen-houding is op zijn tijd prima. Maar als strategisch concept werkt het niet goed. Het lijkt ook iets te veel op de conspiratieve benadering waarvan de aanhangers zichzelf als ‘ontwaakt’ neerzetten, tegenover de brede massa die nog ‘slaapt’. Feitelijk klinkt zoiets enorm elitair, en zet je met zoiets jezelf op een geweldig voetstuk. Overigens is dit alles geen pleidooi tegen harde actievormen op zichzelf. De politie zal ook op de barricaden bevochten en verslagen moeten worden, wil de vrijheid ruim baan krijgen. Maar dat is iets anders dan het ‘klootjesvolk’ tot doelwit van zulke actie maken.

Een levensvatbaar radicalisme is wat mij betreft anarchistisch, met vermijding van nihilistische valkuilen. Zo ’n radicalisme pikt Marx’ vruchtbare bijdragen mee, zonder diens fatale politiek-strategische machtskeuzes. Maar ook dit soort keuzes en afwegingen dienen keer op keer rationeel en radicaal onder de loep worden genomen. Dezelfde benadering die we op het conspirationalisme loslaten, is ook op onze eigen methoden en opvattingen permanent toepasbaar. Die toets aangaan en er ons voordeel mee doen kan ons radicalisme een kracht geven waarmee de invloed van irrationele ideeën teruggedrongen kan worden, en waarmee we een in menselijkheid én redelijkheid gefundeerde bevrijdingsstrijd zich ruimte helpen verschaffen.

Noot 24 augustus 17.39 uur: taalkundig enigszins bijgewerkt, enkele ontbrekende woordjes en een cijfer toegevoegd.

Peter Storm

6 thoughts on “Anatomie van het conspiratieve denken (4): voor een rationele scepsis, voor een sceptisch radicalisme

  1. Leuk dat je ook Bakoenin noemt, die Marx methodiek/oplossing (de staat -al dan niet “voorlopig als overgang” handhaven, maar dan in handen van de “arbeidersklasse” -maar in feite de communistisch partij-) meteen onderuit haalde. Ooit in het verre verleden Bakoenin gelezen en juist zijn tirade tegen de “nieuwe staat” van Marx is me altijd bij gebleven. Je nuancerende stellingname tegen het veroordelen van het “klootjesvolk” (welk woord me doet denken aan de provo-tijd ;-)) en de elitaire houding die daaraan ten grondslag ligt, spreekt me ook aan in je zoals altijd prima analyse van het “conspirationalisme”. Ben die term nog niet eerder tegen gekomen trouwens, door jou bedacht? 😉

  2. nou nou, wat een snelle conclusie; dat er geen Illuminati of Joodse complotten zijn, betekent niet dat er helemaal niks gaande is buiten de politiek om. We hebben wel degelijk te maken met zeer kwaadaardige UFOs.

    Je conclusie gaat weer de bekende kant op van: anarchisten hebben gelijk omdat ze de enigen zijn die kritisch rationeel denken. Nou, ammehoela.

    Het valt me tegen van je dat er nog geen stuk is geschreven over UFOs die kernraketten onschadelijk maken. Anarchisten zouden dit stuk eens moeten lezen. http://www.ufoabduction.com/21stcentury.htm

    1. “Je conclusie gaat weer de bekende kant op van: anarchisten hebben gelijk omdat ze de enigen zijn die kritisch rationeel denken.” Dat staat er dus nadrukkelijk NIET. Er staat: “Een levensvatbaar radicalisme is wat mij betreft anarchistisch, met vermijding van nihilistische valkuilen. Zo ‘n radicalisme pikt Marx’ vruchtbare bijdragen mee, zonder diens fatale politiek-strategische machtskeuzes. Maar ook dit soort keuzes en afwegingen dienen keer op keer rationeel en radicaal onder de loep worden genomen. Dezelfde benadering die we op het conspirationalisme loslaten, is ook op onze eigen methoden en opvattingen permanent toepasbaar.” Ook dat anarchisme moet dus steeds weer kritisch en rationeel worden doorgelicht en getoetst.

  3. Goed stuk, Peter. Die zelfkritische opmerkingen doen me deugd, want dat zijn dingen waar ik nogal eens tegenaan ben gelopen bij anarchisten.
    (Overigens zijn hier en daar woorden weggevallen. Lees het nog eens langzaam over, dan vind je het wel).

Comments are closed.