Stadsmisère weet van geen (Vogelaar)wijken

woensdag 31 juli 2013

Het kabinet Balkenende Vier had een prachtig plan. Het zou verpauperende wijken weer op de goede weg helpen en ze de titel ‘krachtwijken’ waard maken. Minister Vogelaar ging over het project, en al snel sprak men dan ook over Vogelaarwijken. Inmiddels heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzoek gedaan naar dit project. Conclusie zoals verwoord door de NRC: “Miljoeneninvesteringen in Vogelaarwijken leverden niets op”.

Dat is niet niks. Het ging om beleid waar 750 miljoen euro mee gemoeid was, deels via een heffing op woningcorporaties verkregen. Het beleid bestond uit “sociale projecten en grootschalige sloop en nieuwbouw om hogere inkomens te lokken.” Let op de formulering. Je lokt inkomens, niet eens ménsen met inkomens maar de inkomens zelf. Zo diep is de dictatuur van het geld in het bewustzijn en de taal al doorgedrongen.

Maar dit terzijde. Wat heeft het uitgehaald? “Het krachtwijkenbeleid heeft geen significant onderscheidende invloed gehad op de leefbaarheid, veiligheid en sociaal-economische positie van de aandachtswijken.” Simpeler: met de 40 wijken waar dit beleid op is losgelaten gaat het niet merkbaar beter dan met andere wijken. Troostrijke relativering: “Misschien hadden de Vogelaarwijken er zonder de extra investeringen slechter voorgestaan dan nu.” Ja, wie weet? Misschien ook wel beter, je weet het niet he? Daar hebben we dus wetenschappelijke onderzoeksbureaus voor: om beleidsmakers te vertellen dat het niet te zeggen is of beleid iets heeft uitgehaald. Nog een relativering, iets minder leeg: “Ook heeft de wijkaanpak nog geen vier jaar geduurd, in plaats van de beoogde tien jaar.” Waarom is er de klad in gekomen, vraag je je dan af? Er zal toch niet op bezuinigd zijn?

Er is wel een pluspuntje te vinden. “De tevredenheid over de leefomgeving en de sociale cohesie verbeterden in de Vogelaarwijken meer dan elders.” Hoera! Relativering er meteen achteraan: “maar dat gebeurde al voordat de wijkaanpak begon.” Voor zover er iets werkte, was het dus niet het nieuwe beleid. Bovendien: “Na 2009 was er juist een terugval te zien.” Ja, en na 2009 was ook het kabinet CDA-PvdA waaraan de Vogelaardij aan was ontsproten, weer weg. Vervangen door Rutte ’s eerste sloophamerploeg. Dat hielp natuurlijk ook niet. Maar er zat in het krachtwijkenbeleid zelf kennelijk niet de benodigde kracht.

Weggegooid geld? Zeg dat nou niet, dat is zo zuur! En zoals gezegd, misschien was het anders wel erger geweest, ook volgens Kullberg, onderzoeker bij het SCP. “En, zo zegt Kullberg, er zullen ongetwijfeld projecten zijn geweest die wel hebben gewerkt.” Precies dat weten we dus niet. Want, zo maakt de NRC haar verhaal af: “Maar er is geen overzicht wat er allemaal in de wijken is gebeurd, en dus ook niet van wat wel en wat niet werkt.” Tsja. Dat zijn nu onze wijze bestuurders, van die overheid die ons respect verdient en wiens functionarissen we vol verwachtingen elke vier jaar mogen kiezen, en die dan met dit soort flauwekul schermen. Het is een klassiek falen van sociaaldemocratische pretenties.

Dat zeg ik als anarchist die van overheden sowieso niets goeds verwacht en sociale samenhang en armoedebestrijding enkel ziet lukken als bewoners zelf de handen ineen slaan en zelf verbetering afdwingen of rechtstreeks tot stand brengen. Maar natuurlijk zeggen ook neoliberalen, vanuit diametraal tegenovergestelde richting, dat het heil niet van de overheid moet komen (behalve als diezelfde neoliberalen krakers uit hun woning willen laten of iets dergelijks). De markt kan het immers veel beter dan de regering? Voor hen is het rapport koren op de molen, om – met de PvdA in de regering – een revival van sociaaldemocratisch initiatief de nek om te helpen draaien. De PvdA zelf gaat in deze neoliberale draai grotendeels mee, maar in haar gelederen sputtert nog wel eens iemand tegen. Vanuit neoliberaal perspectief is het antwoord op het mislukte Vogelaarbeleid: géén extra geld voor die armoedzaaiers die er wonen, gewoon de restanten van de sociale woningbouw privatiseren, arme mensen de wijken uitjagen door huurwoningen te vervangen door koopwoningen, plus meer politie om achtergebleven ontevreden arme mensen effectief in bedwang te houden en de welvarenden die er komen wonen, van veiligheid te helpen voorzien. Hun veiligheid. Onze armoede. Onze uitsluiting.

Natuurlijk wordt er hier en daar wat tegengeprutteld. Raoul du Pre bijvoorbeeld, in De Volkskrant. “’Het is te cynisch te zeggen dat het Vogelaargeld over de balk is gegooid’”, aldus de kop van diens verhaal. Hij wijst erop dat het project weinig tijd kreeg en vanwege bureaucratisch geharrewar weinig kans kreeg. Na vier jaar “ging de geldkraan weer dicht. Wat tien jaar zou duren, stokte na vier jaar.” Ah, inderdaad bezuinigingen dus. Ook hij zegt dat het er met die wijken zonder het Vogelarisme nog beroerder zou uitzien. Hij hamert, als klassiek sociaaldemocraat, op die vaste waarheid die door geen enkel bewijs wordt gestaafd: “Zonder inmenging van de overheid zal het er in elk geval niet beter op worden.” Je kunt ook zeggen: zonder Gods liefdevolle hand zal het er ook niet beter op worden. Of: zonder tovenarij van Gandalf en de reddende hulp van een handvol hobbits zal het er niet beter op worden. Dat is ongeveer net zo goed onderbouwd, maar literair in ieder geval van meer waarde.

Interessant is welk aspect er door Du Pre wordt uitgelicht als succes: “Daar waar structureel gewerkt is aan wijkverbetering, vooral door het vervangen van oude, vervallen sociale huurwoningen en betere faciliteiten, is de wijk er wel degelijk op vooruitgegaan.” Ja, vast. Vervang krotten door mooie koophuizen, en de wijk knapt zienderogen op. Maar geldt die vooruitgang ook de mensen die eerst in de verkrotte huurwoningen woonden? Worden die spontaan zo koopkrachtig door de sloop van hun flat dat ze zich de gloednieuwe appartementen die ervoor in de plaats komen kunnen veroorloven? In een tijd waarin het krijgen van een hypotheek voor arme mensen moeilijker is dan het winnen van de staatsloterij? De vervanging van beroerde huurwoningen door betere koopwoningen is feitelijk het vervangen van arme door veel rijkere mensen. Het is geld voorrang geven boven welzijn van arme mensen. Het is de neoliberale angel in een verder krachteloos sociaaldemocratisch project. Precies die neoliberale angel prijst Du Pré aan. Zo heel klassiek sociaaldemocratisch is hij dan toch weer niet.

Raoul du Pré doet echter nog meer. Hij wijst op een voordeel van wijkenbeleid… voor de regering! “Bovendien: als het kabinet het niet voor de wijken doet, dan maar gewoon voor zichzelf. Want als het nou ergens de gelegenheid heeft om te laten zien dat het menens is met de wens om de woningcorporaties, de huizenmarkt én de bouw eindelijk weer eens in beweging te krijgen, is het in de krachtwijken.” Niet de wijken en al helemaal niet de arme bewoners ervan doen er nog toe; het gaat er om dat het kabinet geloofwaardig overkomt. Wie is er nu cynisch: degene die de Vogelaar-uitgaven verspild geld vond, of degene die dit soort beleid aanprijst als een soort peperdure PR voor het kabinet?

Peter Storm