Verkiezingen en verrechtsing (3): van links naar…?

vrijdag 17 maart 2017

Alles bij elkaar is rechts groter geworden, en is de balans verder naar de hardst denkbare varianten van rechts verschoven. Is er dan tenminste nog sprake van polarisatie, waarin een kleiner geworden links zich tenminste schrap zet tegen rechts? Wie dat wil beweren, moet heel erg goed zoeken naar aanwijzingen. Ik zie vooral het tegendeel: linkse partijen en stromingen die zelf buigen voor rechts, toegeven aan rechts, bewegen naar rechts, meedoen met rechts. Dat geldt in parlementair links, dat sowieso vanwege die werkwijze altijd meer parlementair is dan links, als we met links tenminste nog iets egalitairs en emancipatorisch bedoelen. Maar ook daarbuiten is het merkbaar. Deel drie van de inmiddels als vierdelig stuk gedachte tekst.

We zagen al de teloorgang van de PvdA. We zagen al hoe kiezers daarvan naar rechts bewegen, of hun linksige omhulsel afwerpen en gaan naar het soort soft-liberaal rechts waar ze al pasten. Maar de PvdA was al langer nauwelijks nog in enige zinnige vorm ‘links’ te noemen. Tegenover haar verval zou je de groei van GroenLinks als positief punt kunnen zien. Dat deze club de PvdA in omvang ruim overvleugelt, vind ik reden tot een soort leedvermaak. Het is een mooie repliek op de neerbuigendheid waarmee de PvdA heel lang haar iets linksere rivalen heeft bejegend.

Maar dit type leedvermaak maakt GroenLinks nog niet hard links. Het succes ervan lijkt me een deels een kwestie van elan van een relatief jonge en nieuwe lijsttrekker die trendy opereert, een vlotte progressieve babbel weet neer te zetten Het is imago, hetgeen niet uitsluit dat Klaver het allemaal nog oprecht meent ook. Maar het is tegelijk ook erg middle class, of minstens iets voor relatief hoogopgeleiden, bepaald niet zeer laagbetaalde mensen, veelal vrij jonge mensen.

Marktwerking is intussen gewoon onderdeel van het GroenLinkse wereldbeeld. Gecombineerd met milieuvriendelijk belasting heffen betekent dat de redding van het milieu vooral van ons koopgedrag afhankelijk wordt gemaakt – en dat arme mensen moeten bloeden. Mensen zijn intussen het enthousiasme van Groen Links over oorlogsmissies in Afghanistan net zo min vergeten als de steun van de partij aan de omzetting van studiefinanciering in leenstelsel. De steun die GroenLinks nu heeft, is op drijfzand gebouwd. Als ze zou kiezen voort langdurige en harde oppositie, gecombineerd met een steviger nee tegen militarisme, marktwerking en uitholling van collectieve voorzieningen, dan maakt ze een kans de plek in te nemen die de SP nu nog inneemt. Ik zie eigenlijk niets dat daarop wijst. Het zal me benieuwen hoe lang het duurt voordat Jesse Klaver minister wordt in een VVD-kabinet, en waar de kiezers van GroenLinks vervolgens heen vluchten.

Wat de partij extra kwetsbaar maakt – veel kwetsbaarder dan de SP – is haar gebrek aan bindingen in actiekringen, in sociale strijd. In 2015, in de tijd van grote studentenacties en Maagdenhuisprotest, verscheen er boek met de titel ‘De mythe van het economisme’. Daarin nam de auteur op de hak wat in die tijd, mede vanwege de studentenstrijd, een gevleugeld begrip was: het rendementsdenken, alles in termen van commercie en winst benaderen en dergelijke. De auteur van dit werkje: Jesese Klaver. Ik vermoed dat deze stellingname hem onder studenten en andere mensen best wat heeft opgeleverd. Maar omdat GroenLinks als activistische organisatie weinig voorstelt, kan de sympathie net zo snel weer een andere kant op waaien met het draaien van de wind.

Dat er in en om GroenLinks wel degelijk mensen zitten die open staan voor aan activistische, radicale benadering van-onder-op, is waar. Met deze mensen contact houden, van geval tot geval kijken wat we samen kunnen doen en daarbij duidelijk maken dat sociale strijd niet in stembussen te vangen is, dat lijkt me best iets wat we als anarchisten kunnen (blijven) proberen. Juist als de hype over de Jessias over haar hoogtepunt over is, kunnen mensen die er voorheen door waren bevangen, open komen te staan voor radicalere alternatieven. Die dienen er dan natuurlijk ook te zijn. Een soortgelijke benadering kan ook werken met betrekking tot kritische en teleurgestelde (ex-)SP-ers, op zoek naar datgene waarvoor mensen vaak ooit toetraden tot de SP of minstens de partij steunden: radicale sociale verandering, of minstens collectieve zelfverdediging tegen de aanvallen van ondernemend rechts.

Daarmee komen we aan die andere partij ter linkerzijde: de SP. Ook die is intussen groter dan de PvdA. Maar wat een schamel resultaat! Veertien zetels, terwijl de PvdA regeerde en met de VVD mee bezuinigde. Dat zijn omstandigheden waarin clubs links van de klassieke sociaaldemocratie plegen te groeien. Het tegendeel bleek: ze krompen zelfs een zetel. Roemer zal wel de schuld krijgen, maar het zit allemaal veel dieper: de SP is geen vlees en geen vis, ze zwabbert, en ze zwabbert te vaak naar rechts.

Ze heeft een keurig standpunt over zorg, en slaagt erin om dat kracht bij te zetten met een al even keurige samenkomst en openluchtwandeling van tienduizend mensen. Over te veel andere onderwerpen zwijgt de partij. En over arbeidsmigratie zou je wíllen dat ze de kop dicht houdt met haar standpunt, want op dat punt schurkt ze aan tegen het rechtse, racistische verhaal: toegang beperken, ‘om onze arbeiders tegen verdringing te beschermen’. En ‘begrip hebben’ voor witte mensen in volkswijken waar veel migranten wonen, zo vindt partijvoorzitter Ron Meyer. “Als je de volksbuurten ingaat, als je er wóónt, dan weet je wat migratie inhoudt.” Hier spreekt hij niet tot migranten zelf, maar overduidelijk voor de mensen die daar volgens Meyer kennelijk last van ondervinden. Het is racisme, zoals Stan Uitenboogaard via Twitter-berichten op basis waarvan op Krapuul een stuk is gemaakt, laat zien.  Tegenover dat racisme staan dan een tekst als Samen Nederland:  een pleidooi vanuit de partij tegen discriminatie en voor gelijke behandeling die helemaal niet zo slecht is. Van een bijbehorende stellingname zien we vervolgens weer erg weinig terug.

Tegenstrijdige signalen, zodat mensen die migratie echt een probleem vinden, de SP nog te soft vinden, terwijl principiële antiracisten steeds minder van de partij moeten hebben. Nogal wat hard linkse,, antiracistische kiezers van de SP hebben intussen de overstap naar Artikel 1 gemaakt. Dat is een stap de goeie kant op, al snap ik de mensen ook die het met al hun kritiek, in en op de SP blijven proberen.

De aanpak van de SP is een goede manier om linksere kiezers kwijt te raken zonder er veel rechtsere kiezers bij te krijgen. Vastere PVV-aanhangers zijn immers het stadium van halfzacht racisme al voorbij, die meer, meer en meer racisme. Die wint de SP ook met de Meyer-methode niet. Tenzij… maar dat is te huiveringwekkend, hopelijk voor  de meeste SP-ers zelf.

Chronische SP-problemen zoals autoritaire leiding, benauwend discussieklimaat en dergelijke, maken het extra moeilijk om uit de impasse te breken. Zo stagneert de partij terwijl ze, aarzelend en rommelig maar toch, verder naar rechts schuift. De banden tussen partij in het staatsbestuur en bewegingen op straat wordt er intussen niet m beter op, nu de partij in bijvoorbeeld Amsterdam bestuurt – samen met de VVD.

Over de Partij voor de Dieren (1) ben ik kort. Die slaagt er in om aardig wat mensen die toch nog willen gaan stemmen maar gangbaar links niet vertrouwen, naar zich toe te trekken. Ze biedt een retorisch tamelijk radicaal verhaal. Ze is vaak de enige die hardop zegt: het kapitalisme met haar dwangmatige groei is een destructief systeem. Haar praktijk om van antikapitalistische taal ook antikapitalistische praktijk te maken is echter in hoofdzaak parlementair.

Haar rol lijkt die van aanjager van precies dát soort beleidsmaatregelen die binnen een markteconomie iets meer milieuvriendelijkheid kunnen genereren. Dat doet ze door op haar principes te hameren maar ook door doodgewoon parlementair werk, wetgeving helpen voorbereiden en dergelijke. De praktijk van de partij is een stuk  minder radicaal dan haar retoriek geregeld suggereert. Evengoed is het niet onaardig dat er nog eens iemand landelijke publiciteit trekt met uitlatingen tegen de dwangmatige en destructieve groei die het kapitalisme met zich meebrengt. Het kan allemaal niet zo vreselijk veel kwaad, en soms komt er wat goeds uit voort. Dat is meer dan je van de meeste andere parlementaire politiek kunt zeggen.

Maar op punten buiten milieu, dieren en klimaat hoor je ze óf erg weinig, of met problematische standpunten. Ik schrok nogal van een verkiezingsspotje op Radio 4 dat begon met:iets als “Wilt u echt minder vluchtelingen?” Dat vervolgde met een betoog waarin gesteld werd da,t om te voorkomen dat er vluchtelingen komen, er iets oorlog en onrecht moet worden gedaan. Dat laatste is natuurlijk waar. Maar de vraagstelling alleen al accepteert dat mensen bezwaar tegen de komst van vluchtelingen kunnen maken. Ontwikkelingshulp en vredesbevordering als middel om mensen vooral maar weg te houden. Het is niet rechtstreeks racistisch, het is wel een tegemoetkoming aan xenofobe reflexen en impulsen. De partij werkt vooralsnog eerder als opvangplek voor ontheemde linkse kiezers dan als breekmiddel om verrechtsing op alle fronten te weerstreven.

Over Denk valt ook één en ander te zeggen. Die partij is er in geslaagd om de aanhang die ze – toen haar twee kopsukken nog PvdA-parlementsleden waren – mee te nemen en iets uit te breiden. Zo bezien compenseren hun drie zetels een klein stukje van het PvdA-zetelverlies, maar niet veel meer. Natuurlijk is Denk op gebied van discriminatie en racisme veel en veel sterker dan die PvdA – en dan welke van de partijen in de Tweede Kamer dan ook. Tegelijk zijn er goede redenen waarom Silvana Simons het er niet uithield, al vond ik de manier waarop ze vertrok niet erg fraai. Ook is het niet zo vreemd dat veel radicaal linkse mensen van allerlei herkomst de partij niet vertrouwen. Zo gunstig als de club zich op kernpunten als racisme onderscheidt, zo ongunstig ligt dat waar het om gender en seksuele oriëntatie gaat.

Ik heb het programma van de partij eens gelezen, helemaal. Goede punten tegen racistisch beleid, tegen armoede en uitsluiting. Maar wat een ondernemersvriendelijkheid lees ik, met name richting midden- en kleinbedrijf! Een heuse rubriek “Ondernemende samenleving” in haar rubriek ‘Standpunten’, vol met lastenverlichting en een grotere rol voor de kamer van Koophandel en meer fraais. Het is glashelder dat de maatschappijvisie van de organisatie in haar fundamenten niets antikapitalistisch heeft.

Over patriarchale onderdrukking lees ik weinig, alleen een pleidooi voor gelijke betaling voor vrouwen en mannen in h de rubriek “Sociale samenleving”.  Naar zaken over genderdiversiteit, discriminatie van LGBTQ heb ik tamelijk vergeefs gezocht. . Op veel van deze punten scoren niet alleen Artikel 1 en Groen Links, maar ook SP, PvdA, D66 en de VVD al beter. De club is slechts met het grootst mogelijke voorbehoud als links te kenschetsen, laat staan als radicaal. Dat zou kunnen veranderen, maar of de kansen daarop echt groter zijn dan in bijvoorbeeld de SP waag ik te betwijfelen. We zullen zien of ze tenminste de rechtse en uiterst rechtse Kamermeerderheid enigszins stevig van repliek weet te dienen. Reden om op ze – of wat mij betreft op wie dan ook – te stemmen was dat sowieso al niet, maar elke positieve uitspraak en stellingname is meegenomen.

En ja, dan Artikel 1. Het is niet gelukt om die ene zetel te halen. Ik vind dat niet vreemd, de club is piepjong en kwam pas de laatste paar weken, met kandidatenlijst en programma en steeds intensiever internewerk, social media-werk, en campagnebijeenkomsten, goed op stoom. Ik begrijp inmiddels dat de zetel binnen zou zijn als de grote steden van de randstad toonaangevend waren voor de landelijke uitslag. Eigenlijk is datbest een stevig resultaat. Was het gelukt, dan was er weer – voor het eerst sinds zeer lange tijd – een linksradicaal geluid in het parlement vertegenwoordigd geweest. Dat had daar mooi tegenwicht kunnen geven: een Silvana Simons die een Geert Wilders flink afdroogt en tevens Thierry Baudet over zijn piano heen sleurt iom hem eens de waarheid in te peperen, dat was natuurlijk een aardig vooruitzicht. Dat het niet lukte, kunnen we betreuren.

Belangrijker is echter wat de opkomst van het verschijnsel betekent in het grotere verrechtsingsplaatje. En hier neem ik een in linksradicale en anarchistische kring niet erg populair standpunt in. Ik zie Artikel 1 wel als stap naar links van al die mensen die eerder misschien nog SP stemden, in of om Denk zaten of zelfs nog Groen Links of de PvdA als hun stembusoptie zagen. Ik zie de club ook en vooral als iets dat voorkomt uit, en weerklankt vindt in, Afro-Caribische gemeenschappen, gedragen door mensen van uiteenlopende achtergrond die een algemeen offensief voor gelijkwaardigheid willen voeren. Dat is de kracht ervan en dat roept ook mijn waardering op.

Waardering heb ik ook voor allerlei zaken die ik in het programma  tegenkwam. Kraakverbod opheffen, Zwarte Piet weren, verplichte tegenprestatie voor bijstandsgerechtigden afschaffen, dat gaat goede kanten op, al valt op precieze formuleringen wel eens wat af te dingen. Problemen heb ik wel met het ontbreken van een samenhangende maatschappijvisie. Wil Artikel 1 de huidige markteconomie als basis, en dan via allerlei bestuurlijke maatregelen die humaniseren en duurzaam maken? Echte indicaties dat de partij – ‘beweging’, zoals ze zichzelf aanduidt, – een andere sociaal-economische ordening wil, kan ik in het programma niet vinden. De beklemtoonde gelijkwaardigheid zou een prima handvat zijn om zo ’n visie alsnog te ontwikkelen. Qua toon en voorstellen is de club een radicale organisatie. Qua totaalvisie is ze dat (nog?) geenszins. Op sommige punten is de SP, die veel meer nadruk lekt op haar afwijzing van marktwerking, hier linkser. Verschil is wel de dynamiek en de richting: de linksheid van de SP slijt nogal, die van Artikel 1 zit in de groei, net als de club zelf.

Redelijk positief dus, zolang we de club vergelijken met andere parlementaire organisaties. Ik zie mensen in en om Artikel 1 als reële en potentiële bondgenoten, zonder daarmee de verschillen tussen mij als anarchist en Artikel 1 als parlementair linkse groepering onder de tafel te willen vegen. Maar ik zie de organisatie als zodanig niet als alternatief, niet als potentiële thuisbasis. Die thuisbasis blijft de directe strijd van onderop, bewapend met anarchistische argumenten, ingebed in en opgezet via autonome netwerken.

(wordt nog een keer vervolgd. Om de lezer een beetje adem te gunnen, heb ik het stuk dat ik als slotdeel had gedacht, opgesplitst. Worse is to come).

Noot 1, samen met verandering aangebracht op 17 maart, 21.52 uur: en niet ‘van’, zoals er eerst stond. Excuus en dank aan degene die mij er via commentaar hieronder op attent maakte.

Peter Storm

Tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Verkiezingen en verrechtsing (3): van links naar…?

  1. Flapke says:

    *Partij voor de Dieren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *